(Dit artikel verscheen eerder in De Volkskrant onder de titel: ‘Ontwikkelingshulp: morrel aan heilige huisjes’. Datum publicatie: 7 maart 2009).
INTRO
Minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking onderzoekt de doelmatigheid van de hulpsector en komt dit voorjaar met conclusies. Iedereen houdt zijn hart vast.
Het moet anders, vinden betrokkenen. Maar hoe?
John Verhoeven doet vijf voorstellen voor een betere armoedebestrijding.
Door: John Verhoeven, hoofdredacteur van onzeWereld
1. Niet meten maar weten
Er zijn tientallen organisaties in Nederland die de miljarden voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven. Tot in de kleinste details moeten ze uitleggen waar dat geld aan is besteed. Alle
doelstellingen worden vooraf precies aangegeven en achteraf gecheckt en geëvalueerd. Dat kost veel mankracht, tijd en dus geld.
Ontwikkeling is een abstract, lastig te meten begrip. Soms lukt dat best. We weten hoeveel kinderen er naar school gaan, hoeveel mensen medicijnen krijgen, we kennen de sterftecijfers bij kinderen en moeders. Maar vaker zijn de effecten alleen indirect of op de lange termijn te zien, vooral als het om bewustwordingsprocessen gaat, of verbetering van bestuur. Dat maakt die hulp niet slecht,
alleen slecht meetbaar. De instrumenten die het onmeetbare meetbaar moeten maken, kosten veel tijd, maken de organisaties nodeloos bureaucratisch en beloven meer dan ze waarmaken.
Soms is ‘meten weten’ – maar lang niet altijd. Hoe het anders kan? Beoordeel de organisaties op bewezen professionalisme en expertise, track record, transparantie. Meet wat meetbaar is, maar geef ruimte aan vakmanschap en innovatie. Zorg dat de organisaties die het beleid uitvoeren, goed aansluiten bij de doelstelling van het overheidsbeleid. Geef ze vervolgens de ruimte hun werk te doen en nieuwe dingen te bedenken.
Zo gaat het in Nederland toch ook? De beste theatergezelschappen worden ook niet louter op bezoekersaantallen beoordeeld. Bewezen vakmanschap, koers en reputatie zijn minstens zo belangrijk. Selecteer daar scherper op. Beter twintig effectieve organisaties die speelruimte krijgen, dan honderden kleine die allemaal hun overhead, kantoor en directeur/-trice moeten betalen. Dan verdwijnt
misschien ook de stille, maar energievretende concurrentie tussen de organisaties.
2. Specialiseer in landbouw
Armoede is ingewikkeld en wordt door van alles en nog wat veroorzaakt, meestal door diverse factoren tegelijk (oorlog, droogte, corruptie: iedereen kent het rijtje). Alles hangt met alles samen.
Hulporganisaties en overheden hebben de neiging het probleem in de volle breedte aan te pakken.
Dat kan effectiever. De hulpsector is een mondiaal speelveld waarin de ngo’s elkaar met duizenden voor de voeten lopen. Wie wil uitblinken, moet specialiseren. Wie dat niet doet, speelt tweede viool.
Specialiseren waarin? Deskundigen zijn opvallend eensgezind: landbouw! We hebben alles in huis: kennis (Universiteit Wageningen is wereldwijd toonaangevend), voedselindustrie (Unilever, Campina, Friesland Foods, etcetera), en een gespecialiseerde ngo als Agriterra
waarin de hele boerensector is vertegenwoordigd.
Minister Koenders vertelde vorige maand in Arnhem dat hij landbouw centraal gaat stellen in het beleid. Inmiddels gaat 400 miljoen euro per jaar naar de landbouw. Nog geen 10 procent van het totale budget, dat kan je geen specialiseren noemen. Als landbouw speerpunt moet worden, denken we eerder aan 30 tot 50 procent. Drie tot vijf keer zoveel als nu. Met zo’n budget kan Nederland in luttele jaren de belangrijkste mondiale speler worden op landbouw.
Dat is, met voedselcrisis en klimaatverandering, een essentieel terrein, waar de hele wereld mee worstelt. Iedereen begrijpt het belang van voedsel. Daarmee is ook meteen het draagvlak
geregeld.
3. Cultuur, niet structuur
Hoe komt het dat sommige regio’s in de wereld al eeuwenlang straatarm zijn, en andere regio’s al zo lang rijk? Waarom klauteren sommige volkeren in korte tijd uit de armoede (China!), terwijl anderen daar steeds weer niet in slagen, ondanks alle miljarden steun die is gespendeerd?
De beslissende factoren liggen grotendeels buiten het vizier van de armoedebestrijders. Met nieuwe kansen bieden, onrecht herstellen, en geld uitgeven, ben je er niet.
Het is onmogelijk de uiterlijke kenmerken van de westerse cultuur (wegen, waterleidingen, meerpartijendemocratie, gelijkheid voor de wet) te planten in een cultureel fundament dat andere waarden kent. De vele mislukkingen van de hulp bewijzen dit.
Wat werkt wel? Bouw met lokale mensen aan een nieuw, cultureel weefsel, waarin het moderne ‘welbegrepen eigenbelang’ voorop staat en waarbij de oude waarden lichtjes worden bijgesteld – niet vervangen of genegeerd.
Neem China: de oude Confuciaanse waarden zijn niet verdwenen, maar een kwartslag gedraaid. Dat hebben de Chinezen zelf gedaan, net zoals de Engelsen dat ooit deden. Vroeger werd de Britten omschreven als lui, drankzuchtig, onbetrouwbaar. Toen ze daar onder druk van de kerk maar vooral toch door welbegrepen eigenbelang iets aan hadden bijgeschaafd, kon de Industriële Revolutie beginnen.
4. Stop met democratiseren
Het westerse model van medezeggenschap, de parlementaire democratie, wordt enthousiast geëxporteerd naar zuidelijke, arme landen. Met vaak desastreuze gevolgen. Neem Afrika.
De grenzen hier zijn ooit getrokken door koloniale heersers die er belang bij hadden grote stammen te splitsen over meerdere landen, en binnen een land tegenstellingen te scheppen tussen rivaliserende groepen. Verdeel en heers.
In deze landen is parlementaire democratie een onmogelijk bestuursmodel, omdat minderheden vogelvrij worden. Vrijwel alle conflicten in Afrika vloeien voort uit etnische tegenstellingen binnen kunstmatige landsgrenzen. Slechts enkele landen op dit continent zijn relatief rustig en dus welvarend, dankzij een dominante etnische meerderheid. Stop daarom met pogingen om Afrika te democratiseren naar ons model. Het zal nooit lukken en waar toch een soort meerpartijen-democratie bestaat, leidt die tot grote maatschappelijke problemen (Zimbabwe, Kenia).
5. Armoedebestrijding door arme landen
Er bestaan arme landen, maar er bestaan vrijwel geen landen meer met louter armen. Elk land heeft zijn rijken. Vaak is de kloof tussen rijk en arm in een zuidelijk land even groot of groter dan de kloof tussen hier en daar.
De meeste arme landen hebben een groeiende middenklasse. Het wordt tijd dat die volop gaat meedoen aan de armoedebestrijding. Soms lukt dat al en krijgen die landen hun eigen Oxfams. Meestal is het nog aanmodderen (India!).
Hoe veranderen we dat? Geld is niet het probleem, wel kennis. Zuidelijke organisaties kunnen het steeds vaker zelf, met een beetje steun van ons. De grote Nederlandse ngo als tussenpersoon is steeds vaker overbodig. ‘Cutting out the middleman’, is het nieuwe motto. De duizenden particuliere initiatieven die rechtstreeks met lokale mensen werken, bewijzen het en ze zijn populair: veel vrijwilligerswerk, lage overhead, en rechtstreekse betrokkenheid.
Het belang van dat laatste wordt onderschat: mensen doen iets voor elkaar, en hebben daar geen ‘middle man’, geen grote, ambtelijke Nederlandse hulporganisatie meer bij nodig.
(einde)
This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0