john verhoeven content strategie

Een einde aan armoede? ‘We can do it!’ Verslag van het World Social Forum, 2005, Brazilië.

(Maart 2005, OnzeWereld)

Door John Verhoeven

INTRO

Plotseling waait er een nieuwe wind: armoede kan in tien jaar tijd gehalveerd worden! Zomaar ineens lijkt er een einde te komen aan jaren van pessimisme. Wat is er aan de hand? Is dat optimisme terecht?
We tekenden het nieuwe elan op tijdens het Wereld Sociaal Forum in de Braziliaanse stad Porto Alegre.

REPORTAGE

Ja, het kan: in tien jaar tijd een einde maken aan de armoede van miljoenen burgers. Het aantal mensen dat van minder dan een dollar per dag moet rondkomen, kan in 2015 zijn gehalveerd. Het kan – als we maar willen. Het vuistdikke Millennium-rapport met deze optimistische geluiden, waar in opdracht van de Verenigde Naties honderden deskundigen aan hebben meegewerkt, haalde half januari zelfs het Achtuur-Journaal (zie kader onderin: ‘Armoede is nu wél oplosbaar’).

Als een soort goed voornemen waarmee we graag het nieuwe jaar wilden beginnen, zo klonk het. Alsof we allemaal wel een opkikker konden gebruiken na de vreselijke beelden van de tsunami in Azië, rond de kerst van vorig jaar. Het lijkt wel of de daadkracht die daarna wereldwijd loskwam, ook doorwerkt in de bestrijding van andere, wél door mensenhanden veroorzaakte rampen, zoals honger en armoede.

Global Call To Action Against Poverty

Nog geen maand na de presentatie van het Millenniumrapport kreeg dit een vervolg. Op het Wereld Sociaal Forum, eind januari 2005 gehouden in de Braziliaanse stad Porto Alegre, werd een nieuwe mondiale campagne gelanceerd onder de naam Global Call to Action against Poverty (GCAP). Er doen meer dan honderd van de belangrijkste hulporganisaties ter wereld aan mee, de Verenigde Naties is ook van de partij, en zelfs het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank houden zich niet afzijdig.

Waar komt het optimistische idee dat ook deze ramp overwonnen kan worden, ineens vandaan? Wat is er veranderd aan de oude, vertrouwde situatie van de afgelopen decennia dat armoede misschien wel oplosbaar is, ware het niet dat regeringen van vooral de rijke landen weigeren hieraan mee te werken?

Kampioen schuldkwijtschelding

Terwijl in Nederland al enige tijd een hevig debat woedt rond de vraag of hulp eigenlijk wel werkt, lijkt er mondiaal gezien sprake van een tegengestelde beweging. De gedachte dat hulp werkt én nodig is, is buiten Nederland nu een stuk populairder dan binnen onze landsgrenzen. Dat was lange tijd precies omgekeerd. Een land als Groot-Brittannië heeft geen grote reputatie op dit vlak, het besteedt tot op heden schamele 0,34 procent van het nationale inkomen aan hulp. In Nederland is dat al jaren meer dan het dubbele: 0,81 procent. Maar recent heeft Groot-Brittannië, aangevoerd door minister van Financiën Gordon Brown, zich opgeworpen als kampioen van de schuldkwijtschelding: het wil de dertig armste naties ter wereld direct en volledig de schulden kwijtschelden, zodat zij eindelijk eens kunnen beginnen met de opbouw van hun samenlevingen, in plaats van het grootste deel van hun budget te spenderen aan afbetalingen op schulden.

Zapatero gaat voor de 0,7 procent

Dat is nog niet alles: het land heeft ook toegezegd dat het nationale hulpbudget in de periode tot 2012 wordt opgetrokken tot de internationaal ooit als norm vastgestelde 0,7 procent van het nationale inkomen. Zo’n concrete belofte is ook gedaan door de nieuwe Spaanse premier Zapatero. Spanje, dat in de lijstjes van gevende landen sinds mensenheugenis in de onderste regionen bivakkeert met een magere kwart procent van het nationaal inkomen, heeft beloofd in zeven jaar tijd dat bedrag op te trekken naar die magische 0,7 procent. Bij dit soort grote landen gaat het dan meteen over honderden miljoenen euro’s per jaar.

Een opvallende trend, juist omdat het er de afgelopen jaren sterk op leek dat die oude belofte, in de jaren zeventig gedaan door ruim 130 landen, altijd wel een utopie zou blijven. Lange tijd leek het hameren op die 0,7 procent op het trekken aan een dood paard, nu zien we dat er steeds meer landen akkoord gaan met die norm en dat ook concreet maken.

Salil Shetty

Geen wonder dat Salil Shetty als een blij mens rondloopt op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre, waar hij betrokken is bij de lancering van de Global Call to Action against Poverty. Shetty is directeur van de Millennium Campagne, het VN-bureau waarvan de Nederlandse oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking Eveline Herfkens baas is en dat ervoor moet zorgen dat landen hun beloften nakomen, beloften in het kader van het in 2000 gelanceerde Millenniumplan. In 2000 spraken de wereldleiders af om voor het jaar 2015 onder meer de honger in de wereld te halveren en alle kinderen de schoolbanken in te krijgen.

De Verenigde Naties zijn blij met de Global Call, omdat het eigenlijk een actieprogramma is dat voortborduurt op deze Millenniumdoelen. Shetty ziet de laatste jaren een nieuwe trend, die verklaart waarom er nu zo’n ‘can-do’-sfeer is ontstaan. ‘De dynamiek tussen Noord en Zuid is enigszins veranderd. We hebben de opkomst gezien van de G-20, de groep van arme landen onder aanvoering van Brazilië, die samen een vuist maken en de onderhandelingsposities van arme landen hebben verbeterd’, zegt hij. ‘Ook de discussies over eerlijke handel verlopen nu anders dan voordien. De Braziliaanse president Lula is daar de belangrijkste motor in geweest, maar hij staat niet alleen. Ook de toenemende druk van de sociale bewegingen heeft daar sterk aan bijgedragen. Vooral de sociale campagnes, zoals die van Jubilee voor schuldenkwijtschelding, zijn succesvol geweest. Deze organisaties worden machtiger, en het Wereld Sociaal Forum is daar een uitvloeisel van. Dat is ook de reden om de Global Call hier te presenteren.’

Het mondiale burgeractivisme als medespeler

In luttele jaren hebben duizenden niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) over alle grenzen heen elkaar weten te vinden.
Ook de hoogste VN-vertegenwoordiger bij de presentatie van Global Call, de Colombiaan José Ocampo, adjunct secretaris-generaal voor Economische en Sociale Zaken, onderstreepte het belang daarvan. ‘Jullie zijn ook medespelers geworden’, hield hij de aanwezige activisten en vertegenwoordigers van ngo’s in Porto Alegre voor. ‘De deelname van sociale bewegingen moet een essentiële factor worden in het debat.’

Of de hernieuwde steun voor de 0,7 procentnorm van het nationale inkomen ook uit die groeiende mondiale sociale beweging voortkomt, weet hij niet, maar dat die steun groeit staat vast. ‘De helft van alle EU-landen heeft zich nu verbonden aan die 0,7 procent en ook al aangegeven wanneer het zover moet zijn’, stelt Shetty vast. ‘Dat is een doorbraak, een trendbreuk. De hoeveelheid hulp is de laatste jaren juist weer aan het stijgen, terwijl het totale bedrag in de jaren voor 2002 daalde.’

Agenda op basis van de Millenniumdoelen

Nog een reden voor het hernieuwde optimisme – en volgens Shetty waarschijnlijk de belangrijkste – is de opkomst van een groep nieuwe politieke leiders: president Lula van Brazilië, maar ook de Spaanse premier Zapatero en de Britse minister van Financiën Gordon Brown. En India heeft sinds eind vorig jaar Manmohan Singh tot premier gekozen, puur op zijn sociale agenda. Deze leiders hebben, in Shetty’s woorden, ‘van de Millenniumdoelen van de VN hun politieke agenda gemaakt.’

Er is de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor terreurbestrijding en veiligheid, de tijd lijkt rijp voor iets nieuws. ‘Mensen willen nu weer een positieve agenda zien, en bestrijding van armoede is bestrijding van terreur.’

Jeffrey Sachs

Het Millenniumrapport van Jeffrey Sachs en de Global Call lijken een tweetrapsraket. Het kan bijna geen toeval zijn dat eerst een diepgaand onderzoek verschijnt met veel nadruk op technische oorzaken en oplossingen, en dat vlak daarna een actie van start gaat die zich vooral richt op degenen die dit moeten gaan waarmaken: politici, regeringen en internationale organisaties. Hebben de VN die hete kastanjes niet uit het vuur durven halen en wordt dat nu overgelaten aan de Global Call?

Shetty corrigeert dit beeld. ‘Sachs heeft de ontwikkelingsagenda opnieuw onder de aandacht gebracht. Dat is positief. Maar er is ook kritiek denkbaar. Er is geen gebrek aan rapporten, maar er is politieke wil nodig om het uit te voeren. Dat krijg je alleen als er mensen worden gemobiliseerd, als burgers druk leggen op hun regeringen. Dat is geen taak voor de VN, wij zijn geen politieke organisatie, dat is een taak voor de burgers.’

Sachs is ‘iets te simpel’

Het beeld dat uit het ‘can do’-rapport van Jeffrey Sachs opdoemt, is wat Shetty betreft dan ook iets te simpel. ‘Het probleem van Sachs was dat hij niet op alles evenveel nadruk kon leggen, omdat zijn pleidooi dan geen duidelijk focus zou hebben in de media.’

Shetty meent dat Sachs te veel nadruk legt op het belang van meer hulp, en niet zozeer op de kwaliteit ervan. ‘Wij zijn zeker van mening dat hulp werkt, maar alleen onder bepaalde omstandigheden. In de praktijk moeten we dus niet zozeer kijken naar de omvang van hulp, maar vooral naar de kwaliteit.’
Ook vindt hij dat Sachs te weinig aandacht heeft gevraagd voor andere aspecten die bijdragen aan het terugdringen van armoede. ‘We moeten ook meer aandacht hebben voor eerlijke handel en schuldenproblematiek. Daar komt nog bij dat we voor een effectieve armoedebestrijding meer verantwoordelijkheid moeten kunnen leggen bij regeringen van arme landen. Zij moeten ‘accountable’ worden gemaakt, aanspreekbaar zijn op effectiviteit en transparantie. Het probleem is wat mij betreft, dat het Sachs-rapport te weinig verantwoordelijkheid legt bij regeringen en oneerlijke handelsverhoudingen, en te gemakkelijk suggereert dat alles via hulp is op te lossen.’

Internationaal Monetair Fonds (IMF)

Ook Simonetta Nardin van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is in Porto Alegre present om de Global Call ruimhartig te ondersteunen. Terwijl haar organisatie in kringen van activisten en maatschappelijke organisaties toch vaak wordt gezien als de kwaaie pier, probeert Nardin dat beeld hier te nuanceren. Haar optimisme is vooral gestoeld op de toenemende neiging van armoedebestrijders om de lokale regeringen meer verantwoordelijkheid te eisen bij de naleving van afspraken. De gedachte dat het allemaal de schuld is van ‘het rijke Westen’ verdwijnt snel uit het debat, iets wat het IMF alleen maar toejuicht.

‘Te weinig politieke wil’

De verantwoordelijkheid van regeringen staat prominent op de lijst van de Global Call. Ook andere hoofdrolspelers in de armoedebestrijding leggen er veel nadruk op, zoals John Garrison, verbonden aan de Wereldbank. ‘Ik ben het eens met de conclusies van Sachs dat er een verdubbeling van hulp nodig is’, zegt hij, ‘maar de uitvoering is tot op heden het probleem. Ik zie te weinig politieke wil – niet zozeer bij de rijke landen, maar ook bij veel landen die met deze problematiek kampen. Het zijn vaak landen zonder traditie in de armoedebestrijding, ze zijn evenmin gewend een transparant overheidsbeleid te voeren. Je ziet bijvoorbeeld dat de landen in de G7 (de zeven rijkste industrielanden ter wereld) aandringen op meer aandacht voor milieu, mensenrechten en anti-discriminatiewetgeving in hun programma’s, maar vaak willen de regeringen van de arme landen daar zélf niet aan.’

Dat maakt zijn enthousiasme voor de aanbevelingen van Sachs en de agenda van Global Call er niet minder om: ook hij is optimistisch. ‘Er is binnen de Wereldbank overeenstemming dat het Noord-Zuidprobleem, de kloof tussen arm en rijk, het grootste probleem is van deze tijd. Eigenlijk is het terrorismedebat de achterkant, en armoedebestrijding de voorkant van dezelfde kwestie.’

Oxfam Novib en eerlijke handel

Is iedereen het dan met elkaar eens? Nee, op het belangrijkste punt van de Global Call, de noodzaak van eerlijke handel, staan de partijen ouderwets lijnrecht tegenover elkaar. Ted van Hees, campagneleider van Global Call bij Novib/Oxfam en voordien al jaren actief in de schuldenproblematiek van arme landen, loopt ook rond in Porto Alegre.

‘De Wereldbank hanteert hier een sterk ideologische agenda: open markten zijn altijd goed’, zegt hij. ‘Terwijl de feiten leren dat dit alleen geldt voor landen die eerst hun interne markt goed hebben kunnen ontwikkelen. Neem China en India: die hadden al goeie groeicijfers voordat ze de grenzen opendeden. Idem voor de eerste Aziatische tijgers, zoals Zuid-Korea. Ik heb de mensen van de Wereldbank wel eens gevraagd om mij een land te noemen dat vanuit een laag ontwikkelde economie de grenzen opengooide en daar goed is uitgekomen. Daar krijg ik nooit antwoord op, dat land bestaat namelijk niet.’

Doelstellingen binnen handbereik

Van Hees heeft de afgelopen twintig jaar gezien hoe de macht van de sociale bewegingen stap voor stap is gegroeid. Daar ontleent hij zijn optimisme aan. ‘Vooral belangrijk is dat de ngo’s hebben geleerd samen te werken. Er is in tien jaar tijd een enorme rijping van geesten geweest. Dat is ook de kracht van het Wereld Sociaal Forum: hier worden allianties gebouwd en versterkt. Dit is een stroom waar steeds meer organisaties en mensen zich bij voegen, die daarom steeds groter wordt.’ Global Call, met een deelnemerslijst van honderden organisaties uit de hele wereld, is daar een uitvloeisel van. ‘We moeten leren begrijpen dat we het IMF en de Wereldbank niet werkelijk nodig hebben om de doelstellingen van het Sachs-rapport en de Global Call te bereiken’, zegt hij. ‘Dat kan ook via de groep van rijke landen, de G7, via de Verenigde Naties en via de Wereldhandelsorganisatie WHO. Daarbij moeten we ook de invloed van regeringen aanboren, die aan onze kant staan, zoals de Britten.’

President Lula

Er waait een nieuwe wind door de wereld van de armoedebestrijding, het Millennium Rapport en de Global Call zijn daar de uitvloeisels van. En terwijl de Global Call en het Millennium Rapport de nadruk leggen op de verantwoordelijkheden van de rijke landen, wijzen andere spelers als de Verenigde Naties, Wereldbank en het IMF op het belang van goed lokaal bestuur. Dat laatste is volgens Salil Shetty cruciaal. ‘Zonder dit zal er niets veranderen. Het is het belangrijkste element in deze plannen. Als president Lula zich uitspreekt over het belang van het verdrijven van honger in de wereld, en hij kan dit tegelijkertijd niet voor zijn eigen bevolking realiseren, wat heeft die uitspraak dan voor betekenis?’

SLOT


(Kader)

2005, het jaar van de doorbraak?

De Global Call to Action against Poverty (GCAP) is een mondiale alliantie van honderden sociale, culturele en kerkelijke organisaties die politieke leiders onder druk wil zetten om zich te houden aan eerder gedane beloften. Dat moet leiden tot een doorbraak, die zou moeten worden geforceerd tijdens een aantal topconferenties in 2005, zoals de bijeenkomst van de groep van rijke landen (G8) op 1 juli en de vergadering van de Verenigde Naties over de stand van zaken bij de Millenniumdoelstellingen op 10 september. Deze Millenniumdoelen hebben onder meer als focus de honger voor 2015 in de wereld te halveren en alle kinderen de schoolbanken in te krijgen.

Hoofdthema’s van de GCAP zijn: eerlijke handel, kwijtschelding van schulden voor de armste landen, meer en betere hulp, en intensievere inspanningen van regeringen voor het behalen van de Millenniumdoelen in eigen land.

In talrijke landen zullen de deelnemers aan GCAP hun eigen achterban mobiliseren om de zaak lokaal onder de aandacht te brengen. De actie gaat, geheel in de geest van deze tijd, samen met de introductie van een polsbandje, wit deze keer, vandaar de naam van de website: www.whiteband.org


(Kader)

‘Armoede is nu wél oplosbaar’

De Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs heeft een business plan opgesteld met veertig concrete en meetbare doelen om de honger de wereld uit te bannen. Dit rapport (Investing in Development. A Practical Plan to Achieve the Millennium Development Goals) maakte hij in opdracht van de Verenigde Naties. VN-chef Kofi Annan nam het op 17 januari in ontvangst.

Sachs stelt dat voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid de armoede is op te lossen. Zowel het geld, de expertise als het instrumentarium daarvoor is aanwezig, het komt nu alleen aan op actie en politieke wil. Politieke wil die zich, volgens Sachs, vooral moet vertalen in een verdere verhoging van de ontwikkelingshulp. Niet later dan in 2015 moeten alle landen daadwerkelijk 0,7 procent van hun nationale inkomen besteden aan hulp.

Sachs en zijn team hebben een groot aantal suggesties gedaan die snel kunnen leiden tot meer welzijn en economische kracht in de armste ontwikkelingslanden. Het gaat om veel ogenschijnlijk eenvoudige maatregelen. Zo dienen alle kinderen in gebieden waar malaria voorkomt geïmpregneerde muskietennetten te krijgen. De kosten voor schooluniformen moeten worden geschrapt, omdat die vooral voor meisjes uit arme families een belemmering zijn om naar school te gaan. Alle eigen bijdragen voor de basisgezondheidszorg in ontwikkelingslanden dienen te worden geschrapt en Afrikaanse boeren moeten zaad en kunstmest verstrekt krijgen, waardoor ze in hun eigen voedsel kunnen voorzien.

Het rapport van Sachs kreeg opvallend veel publiciteit en werd over het algemeen positief ontvangen. Maar er zijn ook kritiekpunten. Bijvoorbeeld dat het rapport weinig nieuws bevat en te weinig gaat over de politieke en economische oorzaken van het ontwikkelingsvraagstuk, zoals de schuldenlast of de oneerlijke handelsverhoudingen in de wereld. (M.B.)


Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering en internationale samenwerking. Bekijk hier de andere reportages, verslagen en analyses.

This work is licensed under CC BY-NC 4.0