(December 2002, OnzeWereld)
Door John Verhoeven
INTRO
Rond de zestigduizend anti- of andersglobalisten (*) uit heel Europa kwamen vorige maand vier dagen in Florence bijeen. De nadruk lag niet op het protest, maar op het bespreken van alternatieven voor de huidige globalisering. Er was geen bivakmuts te zien. Waar bleven de Nederlanders? “Dit hebben we sinds de jaren zestig niet meer meegemaakt.” Een verslag.
REPORTAGE
Een onafzienbare optocht van ergens tussen de 600.000 en een miljoen mensen vormde het sluitstuk van het eerste Europese Sociale Forum dat vorige maand in het Italiaanse Florence werd gehouden.
Voor de toegestroomde media was dat een mooi einde van een evenement waar ze de voorafgaande drie dagen niet goed raad mee wisten. Een betoging van zoveel honderdduizend mensen, zonder wanklank, met deelnemers uit heel Europa die met 450 bussen en 20 speciale treinen werden aangevoerd. Met ruim 2000 ordebewakers van de Italiaanse vakbond CGIL. En met een heldere boodschap: tegen de oorlog in Irak. Een duidelijk verhaal. Dus dat beeld beheerste de media, die dag en de dagen erna. Met het geruststellende commentaar dat er in Florence “gelukkig niets is gebeurd”.
Maar er is die drie voorafgaande dagen juist heel veel gebeurd. Rond de zestigduizend deelnemers uit meer dan honderd landen konden in zeker 180 seminars en rond de 200 workshops deelnemen aan discussies over de schaduwkanten van de globalisering. Hier werd niet gedemonstreerd, hier werd gediscussieerd.
‘Globalise resistance’
Paul Thatcher van de Britse organisatie Globalise Resistance kan zijn verbijstering over de schaal van dit evenement maar moeilijk onder woorden brengen.
“Dit is groter dan ik ooit had verwacht”, zegt hij. “Ik kwam hier aan en dacht: waaaw, wat een boel mensen, en sloeg de hoek om en zag nog meer zalen vol met mensen, en daarna nog meer, en nóg meer. Niemand kan dit langer negeren. Ongelofelijk.”
In het programmakrantje tel ik elke dag minstens vijf plenaire ochtendconferenties over drie grote thema’s: Globalisering en liberalisme, Oorlog, en Burgerrechten en democratie. De avondconferenties, ook dagelijks een stuk of vijf, staan in het teken van Dialogen en Alternatieven. ’s Middags worden tientallen seminars en workshops gehouden op diverse locaties in de stad.
Naast het officiële programma zijn er nog talrijke ingelaste bijeenkomsten, aangekondigd via flyers en strategisch opgehangen pamfletjes. De conferenties kunnen steevast rekenen op duizenden aanwezigen, de workshops en seminars kunnen alles zijn tussen een tafelgesprek met een handjevol medestanders tot een bomvolle zaal met vele honderden aanwezigen. Wie niet op tijd binnen is moet rijen dik aansluiten en mag blij zijn nog iets te kunnen volgen van wat zich binnen afspeelt. Een spreekgestoelte heb ik nergens gezien, maar bij elke grote bijeenkomst staan uit triplex getimmerde hokjes op een rij langs de zijkant. Daar zitten vier, vijf of zes tolken alles te vertalen. Er wordt beschaafd geknokt om de draadloze headsets voor de simultaanvertalingen, die tegen inlevering van een identiteitsbewijs aan deelnemers worden uitgereikt.
Het is een onwaarschijnlijke ervaring: zoveel duizenden stille en toegewijde mensen die geen woord willen missen van het verhaal dat iemand honderd meter verderop vanachter een niet meer zichtbare tafel zit te vertellen.
450 ngo’s waaronder TNI
Veel deelnemers zijn verbonden aan een van de ruim 450 niet-gouvernementele organisaties die hier present zijn. Sommige Ngo’s, zoals Friends of the Earth of het Transnational Institute (TNI), hebben afdelingen in allerlei landen, andere groepen werken vanuit één land en gaan over de grens allianties aan met gelijkgestemde clubs. Er wordt op allerlei fronten samengewerkt: dankzij internet en e-mail maken vrijwel alle Ngo’s deel uit van een netwerk, of beter gezegd, van een netwerk van netwerken.
Bertrand Russell Peace Foundation
In deze bijenkorf is het ondoenlijk om een afgewogen selectie te maken uit het aanbod. Ik krijg ergens een foldertje in handen gedrukt dat vanwege de kleine lettertjes en de zachtgroene inkt niet echt uitnodigt tot lezen. Als ik dat de volgende middag toch doe zie ik wat ik inmiddels heb gemist: een seminar van de Bertrand Russell Peace Foundation, met als thema “The world is not a toy globe to be tossed around with”, met als sprekers onder anderen Ahmed Ben Bella, ex-president van Algerije, nu aan het hoofd van de stichting Noord-Zuid.
Fortezza di Basso
Veel bijeenkomsten concentreren zich in het Fortezza di Basso, een middeleeuws ommuurd terrein midden in de stad. Binnen de muren doemt een enorm, voor beurzen en vergaderingen ingerichte zalencomplex op, met enkele grote, oude bijgebouwen. Overal worden de hele dag seminars en bijeenkomsten gehouden, het is altijd dringen geblazen. Hier zijn ook restaurants ingericht. Ze worden gerund door de heropgerichte nieuwe Communistische Partij van Italië. En, gek genoeg, is het weer het oude communistische liedje: alles is goedkoop, maar de rijen zijn lang en je mag niet zeuren.
Internationale Socialisten
De globaliseringsbeweging is niet voorbijgegaan aan de vrijwel dood en begraven communistische en marxistische partijen en ultralinkse vakbonden in Europa. In de jaren negentig waren ze van het toneel verdwenen, maar hier zijn ze terug. De gestaalde kaders van de heropgerichte Italiaanse communistische partij, van de marxistische Internationale Socialisten (ook hun Nederlandse tak is hier van de partij), en van allerlei andere Europese splintergroeperingen die hun wortels hebben in communisme, leninisme, marxisme of een variant daarop. Britse linkse organisaties en vakbonden hebben de beweging massaal omarmd, ze zijn met zeker duizend mensen hier. Bij de ingang van het Fortezza staat elke dag een groepje Britten hun krantje, de Socialist Worker, te slijten.
Alleen de SP doet mee
Daarbij vergeleken steekt de Nederlandse aanwezigheid dunnetjes af: de vakbonden ontbreken, evenals vrijwel alle grote ngo’s.
Er is een kleine delegatie van de Nederlandse tak van het Transnational Institute (TNI), wat Internationale Socialisten, en een groepje jongeren van het platform Niet te Koop. Het Autonoom Centrum Amsterdam is met een mannetje of twaalf en een verbouwde autobus present, pal tegenover de hoofdingang van het Fortezza. Maar zij richten zich liever op een alternatief forum dat een paar honderd meter verderop wordt gehouden, en dat zich juist afzet tegen het georganiseerde en hiërarchische karakter van het ESF. En van die rode vlaggen moeten ze al helemaal niets hebben. “We hebben al eens meegemaakt waar dat toe leidt”, zegt een van hen. “In hun wereld zou ik niet willen leven”.
Van heel politiek Nederland is alleen de SP present: Europarlementariër Erik Meijer en Kamerlid Harry van Bommel. In totaal zo’n 200 Nederlanders. That’s it. Hoe kan dat nou?
“In Zuid-Europa en Engeland zie je dat links is geradicaliseerd onder invloed van hun nogal rechtse regeringen”, zegt Erik Meijer. “Noord-Europa en ook Duitsland lopen daar altijd een beetje bij achter.”
De SP heeft gekozen voor aansluiting bij de andersglobalisten, en daarmee zijn ze de enige partij in de Tweede Kamer. Meijer signaleert dat de beweging in enkele jaren tijd een enorme vlucht heeft genomen. “Dat enthousiasme, die betrokkenheid van de jeugd, dat geloof in een betere wereld, dat is in korte tijd enorm gegroeid. Ik kan dit alleen vergelijken met het eind van de jaren zestig, begin jaren zeventig. Die spirit.”
Assaf Adiv (WAC)
Voor sommigen biedt deze beweging een herkansing voor oude denkpatronen. Anderen hebben de andersglobalisten alweer de rug toegekeerd, omdat ze bang zijn voor elke organisatie die pretendeert namens grote groepen mensen op te treden. Maar de meeste aanwezigen hier kunnen zich die luxe niet veroorloven. Ze zien in deze beweging de enige kans om de huidige patronen van ongelijkheid en vernietiging te doorbreken. Dat geldt zeker voor Assaf Adiv, verbonden aan het Israelische Workers Advice Center in Nazareth, en redacteur van Challenge, een tijdschrift over het Israëlisch-Palestijnse conflict dat zeer kritisch staat tegenover de regering-Sharon en de Amerikanen. En trouwens even kritisch is over het Palestijnse leiderschap.
Mustafa Barghouti
We ontmoeten elkaar bij het begin van een seminar over het Palestijns-Israëlische conflict, op vrijdagavond, te midden van enkele duizenden aanwezigen in een vergaderzaal die zo vol is dat de gangpaden en de uitgangen geblokkeerd raken.
Achter de microfoon verschijnen Israëlische en Palestijnse sprekers, onder wie de Palestijnse politicus Mustafa Barghouti en de Israëlische huisvrouw Roni Liderman, lid van een joodse vrouwenorganisatie die het opneemt voor de Palestijnse vrouwen. Ze worden hartstochtelijk toegejuicht door het publiek, de sfeer is geladen.
Hanan Ashrawi, de Palestijnse politica, zou hier ook zijn, maar blijkt niet aanwezig. Adiv zit daar niet mee. “Wat verwacht je dan van haar?” vraagt hij mij. “Denk je echt dat zij iets zou kunnen veranderen?” Zelf heeft hij die vraag al lang beantwoord. Hij kijkt de stampvolle zaal in en zegt dan: “Het zal hiervandaan moeten komen, van deze mensen. Van de oude structuren en partijen is niets meer te verwachten.”
(*) anti- of andersglobalisten zijn activisten die kritiek hebben op (aspecten van) de globalisering zoals die zich de afgelopen decennia, sinds begin jaren tachtig, heeft voltrokken. Deze dominante vorm van globalisering heeft een neo-liberaal en economisch ‘open’ karakter met veel ruimte voor economische en financiële actoren op het speelveld van nationale en regionale samenlevingen. Als gevolg hiervan zijn enkele mondiale instellingen en supranationale ‘regeringen’ erg dominant geworden, ook op het vlak van wetgeving en politiek, wat vaak ten koste is gegaan van lokale, regionale en nationale autonomie.
De agenda van de andersglobalisten
De agenda van de anti- of andersglobalistenbeweging bestrijkt vrijwel alle denkbare zaken. Toch zijn er enkele hoofdthema’s.
* Tegen de oorlog in Irak en in Palestina
Onder het motto “Niet in mijn naam” (Not in my name) trekken talloze vredesbewegingen over alle grenzen heen samen op. Beide oorlogen worden niet zozeer gezien als uitvloeisel van strijd tussen volkeren, maar het gevolg van machtsdenken en economische belangen (olie) van de Verenigde Staten en bevriende naties. Ook vredesbewegingen uit de genoemde landen maken hier deel van uit.
* Tegen het neoliberalisme
Onder het motto “De wereld is niet te koop” zetten duizenden organisaties zich in tegen de uitwassen van het economisch neoliberalisme en de ermee samenhangende doctrine van open markten. De neoliberale regels van instellingen als de Wereldhandelsorganisatie (WTO), IMF en Wereldbank, dwingen arme landen tot het openstellen van de grenzen voor westerse producten. Daarbij gaat het vaak om zwaar gesubsidieerde landbouwproducten, waartegen de lokale boeren niet kunnen concurreren. Een apart onderdeel hiervan is de strijd tegen de gedwongen privatisering van publieke diensten, zoals watervoorziening en energiemarkt. (zie ook actiepunt 5.)
* Tegen racisme en strenge asielwetgeving en voor de rechten van immigranten en asielzoekers
Mensenrechtenorganisaties strijden vooral tegen de asielwetgeving van de EU en andere Europese landen, de wijze waarop illegalen worden behandeld en misstanden die samenhangen met illegaliteit, zoals vrouwenhandel, wapenhandel en mensensmokkel.
* Voor goede arbeidswetgeving en sociale rechten voor de burgers van de EU
Onder deze vlag groeperen zich vooral de oude vakbonden, die zich verzetten tegen flexibilisering van arbeid en de afbraak van rechten van werknemers. Het thema is vooral ook populair bij antiglobalistenorganisaties uit midden- en Oost-Europa.
* Tegen GATS (en de WTO als geheel)
De GATS-akkoorden zijn een reeks afspraken binnen de WTO (of WHO) waarbij overheden op termijn hun publieke diensten moeten liberaliseren. De verkoop van drinkwater- en elektriciteitsbedrijven en privatisering van openbaar vervoer zijn er een zichtbaar gevolg van. Ook privatisering van sociale woningbouw en gezondheidszorg vallen hieronder. De strijd tegen deze verkoop wordt veelal gevoerd onder het motto “De wereld is niet te koop”, een slogan die in allerlei variaties opduikt (‘De stad is niet te koop’, ‘de school is niet te koop’, etc.)
* Voor eerlijke landbouw en tegen GM-voedsel
Het “Niet te koop”-logo wordt ook gebruikt in de strijd tegen de miljardensubsidies die westerse boeren jaarlijks ontvangen en die hen in staat stellen hun producten tegen afbraakprijzen te verkopen in armere landen. De lokale boeren worden daardoor van de kaart geveegd.
Deze strijd, verpersoonlijkt door de Franse boer-activist José Bové, richt zich ook tegen de genetische manipulatie van voedsel waardoor lokale boeren niet langer hun eigen zaaigoed kunnen gebruiken. Hieronder valt ook steun aan eerlijk (biologisch) voedsel, omdat dumping van goedkoop voedsel initiatieven voor bio landbouw bij voorbaat kansloos maken. De landbouwdiscussie kent om die reden een grote groep voorstanders van protectionisme. Voedselproductie behoort uitgezonderd te worden van het adagium van open grenzen, vinden zij, ook al zou dit betekenen dat mensen iets meer voor hun voedsel zouden moeten betalen. Het verdwijnen van lokale landbouw leidt namelijk ook tot het uiteenvallen en verpauperen van lokale gemeenschappen. En de strijd tegen GM-voedsel speelt vooral rondom de Indiase biologe Vandana Shiva. Haar strijd tegen de patentrechten waarmee westerse bedrijven de voedselproductie monopoliseren, krijgt veel steun.
Wat is andersglobalisme?
Andersglobalisme is een internationale beweging die zich verzet tegen de neoliberale vorm van globalisering en streeft naar wereldwijde sociale en economische rechtvaardigheid.
De beweging bestaat uit zowel ngo’s (maatschappelijke organisaties) als uit individuen, die kritiek hebben op (aspecten van) de globalisering zoals die zich de afgelopen decennia, sinds begin jaren tachtig, heeft voltrokken.
Deze dominante vorm van globalisering heeft een neo-liberaal en economisch ‘open’ karakter met veel ruimte voor economische en financiële actoren op het speelveld van nationale en regionale samenlevingen. Als gevolg hiervan zijn enkele mondiale instellingen en supranationale ‘regeringen’ (zoals de VN, WHO/WTO, EU) dominant geworden, ook op het vlak van wetgeving en politiek, wat vaak ten koste is gegaan van lokale, regionale en nationale autonomie en de stem van de burger. Lokale democratie is soms uitgehold omdat veel regels op het supranationale niveau tot stand komen.
Anders dan klassieke antiglobalisten, richten andersglobalisten zich niet tegen globalisering als geheel, maar pleiten zij voor een alternatieve, meer rechtvaardige en democratische manier van mondialisering, waarin waarden als democratie, milieubescherming, mensenrechten en economische rechtvaardigheid vooropstaan.
Lees ook mijn analyse van het Europees Sociaal Forum in Parijs (2004) of de andere verslagen van het WSF en ESF, elders op deze website.
This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0