(April 2004, OnzeWereld)
Door John Verhoeven
VOORAF: George Monbiot , auteur van o.a. The Age of Consent, was in 2004 een aankomende activistische auteur/journalist met een specialisatie in burgeractivisme en democratie. Later in zijn schrijverschap kwam daar de prioriteit bij voor milieu- en klimaatthema’s. (JV, 2025)
De kracht en de beperkingen van het World Social Forum
INTRO
De kritische sociale burgerbewegingen moet zich niet afkeren van de reguliere politiek. Om meer greep te krijgen op mondiale ontwikkelingen heeft de beweging de ‘ouderwetse’ representatieve democratie juist hard nodig, stelt de Engelse journalist/schrijver George Monbiot. ‘We moeten zetels krijgen in het parlement. Daar wordt de macht uitgeoefend.’ Een gesprek met de auteur van The Age of Consent tijdens het European Social Forum in Londen (2004).
‘Ik pleit voor een wereldparlement. Als mensen dat een raar idee vinden, zeg ik: kom maar met iets beters. Of willen we de rest van ons leven besteden aan het lopen met spandoeken? We moeten nadenken over de vraag hoe we macht kunnen krijgen, hoe we de dingen willen veranderen.’
Het lijkt of de gewone burger geen rol meer speelt in de manier waarop wordt gereageerd op mondiale problemen van armoede en bedreiging van het milieu. De meeste mensen zouden graag zien dat er veel meer gebeurde voor arme landen. In Nederland steekt de staat jaarlijks miljarden euro’s in ontwikkelingssamenwerking, met volle instemming van de burger. Tegelijk ondermijnt de regering in EU-verband de economie van die landen.
‘Het is de klassieke filantropische opstelling. Eerst maak je arme landen afhankelijk en vervolgens speel je de held die de arme mensen komt helpen. De EU houdt arme landen zodanig in de greep dat deze buitenlandse hulp nodig blijven houden. In plaats van hen uit de armoede te helpen, worden ze gedwongen te voldoen aan buitenissige eisen van Wereldbank en WTO, zodat je zeker weet dat ze totaal afhankelijk zijn en blijven. Ik zeg niet dat dit expres zo gaat, maar het is wel het directe gevolg van wat er gebeurt. En vergeet niet dat het eindresultaat erg profijtelijk is voor het Westen: dat kan de arme landen zijn wil opleggen.’
Geen bedreiging voor Blair of Balkenende
Als dit zo is, dan kan de bewuste burger die politici toch wegstemmen?
‘Het punt is dat de politici niet bang zijn voor de burger. Eigenlijk zouden politici zich voortdurend zorgen moeten maken over onze reacties op het beleid. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we een grote, goed georganiseerde beweging nodig van burgers die de politici ervan doordringt dat ze in de problemen komen als ze niet doen wat de burger wil. Maar op dit moment kunnen we demonstreren wat we willen: het heeft allemaal geen effect. Want die kritische burgers vormen geen echte bedreiging voor Tony Blair, of jullie Balkenende.’
Wat moeten kritische burgers dan doen?
‘We moeten de politieke instrumenten gebruiken die we hebben. Een daarvan is dat we laten zien dat er werkelijk een mondiale massabeweging bestaat die tegen het huidige neoliberale systeem van handel is. Daarmee kunnen we ervoor zorgen dat de politici ons niet langer kunnen negeren. Maar dat is niet genoeg. Daarnaast is het absoluut nodig om representatieve macht in de politiek te krijgen: zetels in het parlement. Daar wordt uiteindelijk de macht uitgeoefend.’
Moeten we een partij oprichten voor kritische wereldburgers?
‘Nee, ik denk van niet. Er bestaan al kleine partijen die onze meningen vertegenwoordigen. Maar het probleem is dat die partijen klein en gemarginaliseerd zijn. Je kunt ook bekijken welke politici in welke partijen het dichtste bij ons staan, op het gebied van internationale economie, handel, de koers van de EU, noem maar op. Die kunnen dan onze steun en stemmen verdienen. Ik denk dus dat je als mondiale beweging van burgers morele macht moet uitoefenen over de politieke partijen én moet proberen rechtstreekse invloed te krijgen in het parlement.’
De grote politieke partijen trekken zich voorlopig nog niet veel aan van die mondiale beweging van kritische burgers.
‘Omdat ze niet bang zijn voor deze groep. Dat heeft deze beweging voor een deel aan zichzelf te wijten. Je ziet op het Europees Sociaal Forum in Parijs 35.000 mensen rondlopen, op het World Social Forum in Mumbai zelfs het dubbele. Dit is niet aan te pakken. Enorme aantallen. Maar heel veel van die mensen zijn alleen betrokken bij buitenparlementaire acties, ze stemmen niet, ze wenden zich af van de reguliere politiek. Er is een tendens om te denken dat buitenparlementaire acties voldoende zijn om ons doel te bereiken.
Representatieve democratie
Het idee bestaat dat we die ouderwetse vorm van representatieve democratie niet meer nodig hebben. Als je stilstaat bij al het bloed dat is gevloeid om parlementaire democratie te bewerkstelligen, vind ik het verbijsterend dat we dat systeem zo gemakkelijk bij het grof vuil zetten. We mogen ons niet afwenden van de parlementaire democratie alleen omdat het systeem nu wordt beheerst door onze politieke vijanden.’
Nu zijn het vooral de internationale ngo’s die zich opwerpen als belangenbehartiger voor de mondiale burger.
‘Dat moeten we niet stimuleren. Niet-gouvernementele organisaties nemen bij uitstek vaste posities in, ze hebben een plicht jegens hun donateurs om hun doelstellingen te verdedigen. Als je de ngo’s tot vertegenwoordiger van de burgers bombardeert, krijg je een probleem. Dan zou op het mondiale podium de uitslag van de discussie bepaald worden door de vraag wie mag meedoen. De grootste ngo’s? Dan wordt het mondiaal burgerlijk forum gedomineerd door instellingen die zich bezighouden met dierenwelzijn en kankerbestrijding. Mag de National Rifle Association meedoen? Mag elke ngo een stem uitbrengen? Dat proces is principieel ondemocratisch, want degene die bepaalt welke ngo’s mogen meepraten, wordt oppermachtig.’
Dus de kernvraag blijft: hoe kan de burger op mondiale schaal een democratische stem krijgen?
‘Zonder mondiale democratie is er geen nationale democratie mogelijk. De belangrijkste politieke beslissingen van dit moment worden genomen op mondiale schaal, de nationale regeringen krijgen die besluiten als het ware aangereikt, opgedrongen. Kijk maar naar het economisch beleid, het buitenlands beleid, het defensiebeleid. Zolang we geen greep kunnen krijgen op dat beslissingsniveau, zullen we op nationaal niveau een gemankeerde democratie hebben. Dat is niet aan te pakken vanuit landelijke politiek. Zorgelijk, want het recht op zelfbeschikking, om de dingen op je eigen manier te doen, wordt erdoor aangetast. Veel burgerlijke organisaties hebben dat inmiddels door, en dat is gunstig. We zien een internationale beweging ontstaan, een people’s movement. Een grensoverschrijdende, massale politieke beweging. We voelen onszelf meer Europeaan of wereldburger dan Brit of Nederlander.’
Een soort wereldparlement
In uw recente boek The Age of Consent pleit u voor een soort wereldparlement. In de ogen van veel critici heeft u zich daarmee gediskwalificeerd als een dromer, een optimistische fantast.
‘De meeste Europeanen willen dat het Europese parlement meer invloed krijgt bij de besluitvorming, méér dan de Europese Commissie die nu nog de touwtjes in handen heeft en die bestaat uit niet-democratisch gekozen leden. Waarom zouden we niet hetzelfde willen op wereldschaal? Dit wereldparlement zou het moeten opnemen tegen de grote internationale instellingen, die nu vooral de belangen van het bedrijfs- leven behartigen. Ik pleit niet voor een extra bestuurslaag. Zie het als een poging om de bestaande internationale instellingen te democratiseren. Het lijkt me normaal dat alle landen op dat mondiale platform een stem hebben.’
Hoe moet dat parlement functioneren?
‘Het dient op mondiale schaal de mondiale onderwerpen te bestrijken. De bestaande parlementen functioneren op hun eigen lokale, nationale, Europese of continentale niveau en richten zich op de zaken die zich op hun schaal afspelen. Ik weet ook niet precies hoe dit in de praktijk zou moeten gaan. Ik weet wel dat er zonder mondiaal parlement feitelijk sprake is van een mondiale dictatuur. Een dictatuur van internationale instellingen als WTO en IMF en Wereldbank. Die niet door burgers kunnen worden aangesproken op hun functioneren, alleen door rijke regeringen die deze instellingen vooral inzetten om hun eigen belang veilig te stellen. Slechter dan dit kan eigenlijk niet. Democratie, zelfs in beperkte vorm, is al een verbetering bij wat we nu hebben. Ik zeg niet dat dit een oplossing is voor alle problemen. Maar het kan een deel zijn van het antwoord.’
En hoe kunnen wereldburgers nú al proberen het reilen en zeilen in de wereld te beïnvloeden?
‘Door voortdurend te laten zien welke onrechtvaardigheden de rijke landen opdringen aan de arme. We kunnen onze regeringen onder druk zetten door hun er steeds weer op te wijzen dat ze de wensen van hun burgers aan hun laars lappen. De meeste mensen zijn het er namelijk niet mee eens dat arme landen bewust arm worden gehouden en dat hun eigen regering daar volop aan meedoet. Dat verhaal moeten we steeds opnieuw vertellen.’
Het lot van de Braziliaanse president Lula
Hoe kunnen burgers opkomen voor de belangen van arme landen? Want in wezen wordt het lot van die landen niet bepaald door hun inwoners of hun gekozen regering, maar door de financiële markten. Neem de Braziliaanse president Lula: het lot van Brazilië en zijn presidentschap ligt in handen van de financiële wereld.
‘Brazilië is een klassiek voorbeeld van het probleem waar ik al op wees: zonder mondiale democratie kun je geen lokale democratie hebben. Dit is precies waarom ik pleit voor een mondiaal parlement. Als zelfs iemand als Lula, de meest radicale politieke leider van dit moment, gesteund door de overgrote meerderheid van zijn bevolking, niet in staat is een ander economisch programma te realiseren voor zijn land, bewijst dit dat nationale democratie geen schijn van kans heeft, tenzij we greep krijgen op de wereldpolitiek. Nu bepalen de financiële speculanten de grenzen waarin deze mondiale politiek zich afspeelt. Totdat de burgers zeggenschap krijgen over mondiale ontwikkelingen zal de financiële wereld ons domineren en de democratische speelruimte controleren.’
China kan de geldkraan elk moment dichtdraaien
Dat klinkt niet erg positief voor de arme landen die zich nu proberen te ontworstelen aan de dominantie van de rijke.
‘Paradoxaal genoeg heb ik het gevoel dat vandaag de dag de echte macht bij de arme landen ligt, niet bij de rijke. Omdat arme landen een erg machtig wapen in handen hebben, een wapen dat het gevolg is van de oneerlijkheid van het economische stelsel en van de unfaire manier waarop die landen zijn behandeld. Het is een wapen dat ze altijd hebben gezien als een verplichting, een zware taak waaraan ze zich proberen te ontworstelen. Maar waarvan ik zeg: houd het goed vast, het is een machtig wapen, dus gebruik het goed. Ik doel op het wapen van de schulden. Als je de bank duizend euro schuldig bent, heb jij een probleem. Maar als je de bank een miljoen euro schuldig bent, heeft de bánk een probleem. Wat nu, als we met zijn allen een schuld hebben uitstaan bij de financiële wereld van 2,2 biljoen dollar? Dan heb je feitelijk het hele systeem volledig in de greep. Dit is het geval met de arme landen. Stel dat deze landen besluiten om gezamenlijk en tegelijkertijd al hun schulden af te schrijven als ze niet krijgen wat ze willen, wat gebeurt er dan? Dan raakt de financiële wereld in paniek. Dan gaan de grootste tegenstanders van die landen, de banken en de speculanten, druk uitoefenen op hun regeringen: ‘geef die mensen wat ze willen, anders ruïneren ze ons allemaal’. Als je het zo bekijkt, bezitten arme landen veel economische macht.
Een tweede machtsinstrument voor arme landen is de schuld van de VS. Elke dag importeert dat land twee tot drie miljard dollar aan kapitaal om zijn samenleving aan de gang te houden. Het meeste komt uit Oost-Azië. China kan die geldkraan elk moment dichtdraaien. En China hoort bij de groep van landen die het in Cancún hebben opgenomen tegen het Westen.’
Zal China dat ook werkelijk doen?
‘Er spelen twee interessante zaken op hetzelfde moment. China raakt in de positie waarin het de geldkraan voor de VS kan dichtdraaien. Maar China is geweldig afhankelijk van de import van olie. Direct na 11 september 2001 is de VS begonnen met het onder Amerikaanse controle brengen van zoveel mogelijk olievelden en oliepijpleidingen in de wereld. Dankzij deze strategie kan de VS op elk moment de oliekraan naar China dicht draaien. Een patstelling.’
Waar leidt dat toe?
(zucht) ‘Dat weet niemand. Misschien tot niets. De partijen hebben een pistool op elkaars hoofd gericht. De vraag is wie het eerst met zijn ogen knippert.’
(EINDE)
KADER Wie is George Monbiot?
‘Opgevoed om te onderdrukken’
‘Ik ben opgegroeid aan de andere kant. Mijn ouders waren conservatief, ik heb van mijn achtste tot mijn achttiende op particuliere kostscholen gezeten. Daar maakte ik voor het eerst kennis met iets dat ik pas later kon benoemen als de wreedheid van het systeem. Daar werd de politiek van de heersende klasse gehanteerd. Er was enorme onderdrukking en harde dwang op individuen om zich te conformeren aan dat systeem. Ik was geen conformist, ik paste er gewoon niet in. Het ondergaan van dat systeem gaf me later een goed inzicht in hoe zoiets werkt. We werden opgevoed, gedrild, om andere mensen, de andere klasse, te zien als kanonnenvlees, als iets om te beheersen, om daarmee je eigen positie te versterken. De methoden die werden gebruikt om mij te onderdrukken waren exact hetzelfde als de methoden die worden gebruikt om andere klassen in de samenleving en in de wereld te onderdrukken. Toen ik er op mijn achttiende uitkwam, was ik intens in de war. En boos. Waarom bestaan die onderdrukkende systemen? Waarom houden mensen ze in stand? Ik was een van de zeer velen die er in deze staat uitkwamen.
Op de kostschool waar ik tot mijn dertiende was, pleegden twee jongens zelfmoord. Op mijn tweede kostschool ook: twee zelfmoorden. Vele andere kinderen werden mentaal zwaar beschadigd, er zijn er heel wat beland in psychiatrische ziekenhuizen. Anderen werden lid van religieuze sekten. Waarom is dit systeem zo slecht dat zelfs mensen die verondersteld worden ervan te profiteren, er slachtoffer van zijn? Die vragen heb ik sindsdien geprobeerd te beantwoorden.’
CV George Monbiot
1963 Geboren in London.
1982 Volgt na kostschool de studie zoölogie aan Oxford University. Studeert in 1985 af.
1985 Begint carrière in de journalistiek bij de BBC.
Tussen 1987 en 1994 werkt Monbiot in het buitenland als freelance onderzoeksjournalist op het gebied van milieu. Hij verblijft vooral in Indonesië, Brazilië en oostelijk Afrika. Na bijna te zijn overleden aan de gevolgen van malaria keert hij in 1994 terug naar Engeland.
Publiceert in 1989 Poisoned Arrows, over milieuvervuiling in Indonesië. Later volgen Amazon Watershed, No Man’s Land, Captive State: the Corporate Takeover of Britain (in 2000) en The Age of Consent (2003). In de recensies wordt Monbiot ’the new guru of anti-globalism’ genoemd.
1995 Krijgt de Global 500 Award van de Verenigde Naties uit handen van Nelson Mandela voor zijn verdiensten voor het milieu.
1997 Begint met het schrijven van columns in de Engelse krant The Guardian.
2004 Gastprofessor aan de Oxford Brookes University in Oxford.
Op https://www.monbiot.com/ staan zijn columns en andere bijdragen, o.a. voor The Guardian.
Monbiot op Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/George_Monbiot
Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering en internationale samenwerking. Bekijk hier de andere reportages, verslagen en analyses.
This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0