john verhoeven content strategie

Globalisering: ‘niet per se goed of slecht’. Vier experts aan het woord. (reportage)

VOORAF:
In deze analyse wordt dieper ingegaan op de Globaliseringsindex die het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy, begin 2003, voor het eerst publiceerde en die werd overgenomen in OnzeWereld. In deze Index worden landen gerangschikt naar de mate waarin ze zijn geglobaliseerd, en dus deel uitmaken van de geglobaliseerde economische structuren van de wereld. OnzeWereld ging in 2003 dieper in op de materie, vooral met de blik op de belangen van arme landen.

INTRO

De Globaliserings Index, die Foreign Policy jaarlijks opstelt, is geen absolute rangorde van welvaart en goed gedrag. Toch lijkt het erop dat landen die aansluiting vinden bij de rest van de wereld, beter af zijn dan de andere. Niettemin is er wel wat op af te dingen, zo menen vier Nederlandse deskundigen: Gert Junne, Lou Keune, Robert Went en Dick Leurdijk. Zij maken kanttekeningen bij deze Index, vooral met het oog op de positie en belangen van de arme landen.

Door John Verhoeven, Frans Biekmann

Steeds meer armere landen haken aan bij het internationale commerciële, financiële, politieke en technologische stelsel. Vooral de Afrikaanse landen die in het onderzoek zijn meegenomen, doen het aardig. Vergeleken met vorig jaar behoren Marokko en Zuid-Afrika tot de snelste stijgers op de index.

Marokko rukt op van de 46ste naar de 29ste plaats, voornamelijk dankzij een toename van de buitenlandse directe investeringen en van het geld dat emigranten naar huis sturen. Zuid-Afrika stijgt van 54 naar 38, ook een gevolg van toegenomen buitenlandse investeringen. De andere Afrikaanse landen op de lijst zijn Botswana op plaats 33, Uganda 36, Nigeria 37, Senegal 41, en Kenia 43. Zij scoren vooral hoog op politieke integratie.

Naast het zeer geglobaliseerde Singapore eindigen ook Tsjechië, Maleisië, Israël en Nieuw-Zeeland hoog. Van de Aziatische landen scoren vooral Zuid-Korea (28) en Taiwan (34) goed. Van de Latijns-Amerikaanse landen maken alleen Panama (op 30) en Chili (31) indruk.

De landen uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Zuid-Azië zijn het minst geglobaliseerd. Van de 62 onderzochte landen eindigt Iran – net als in de vorige index – op de laatste plaats. Ook Saoedi-Arabië, Venezuela, Peru en Indonesië zijn opzicht nog sterk gesloten samenlevingen.

De opkomende economische grootmachten als Brazilië, India en China staan ook nog steeds in de onderste regionen. Dat heeft veel te maken met hun omvang – kleine landen worden veel sneller doordrenkt met globalisering dan deze enorme landen waar vaak maar een relatief klein stedelijk gebied volledig is geïntegreerd in de mondiale economie. Maar wat zeggen deze cijfers eigenlijk over de stand van zaken in een land, over welvaart en ontwikkeling? Op zichzelf is een hoge plaats op de index niet per se goed of slecht. Snelle conclusies kunnen daarom verkeerd uitpakken.

Gerd Junne, hoogleraar

Gevraagd naar hun reactie manen vier Nederlandse deskundigen daarom tot voorzichtigheid. Gerd Junne, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de UvA, is weliswaar sceptisch over de index, maar ziet niettemin twee positieve elementen. Het is goed dat er wordt geconstateerd dat globalisering in sommige opzichten zichzelf ondermijnt. Ten tweede vind ik het zinvol dat een poging wordt gedaan de verschillende aspecten van globalisering uiteen te rafelen. Het is niet meer één grote brij.

Bij de landenlijst zelf heeft hij vraagtekens: “Als je maar 62 landen meet omdat over de andere niet genoeg gegevens bestaan, sluit je juist de armere landen uit – die kunnen zich geen gedetailleerde statistieken permitteren. En wat is de reden dat Botswana het meest geglobaliseerd is van Afrika? Dat er heel veel mensen over de grens in de Zuid-Afrikaanse mijnen werken! Tsja, is dat globalisering? En Panama dat vooral hoog scoort vanwege zijn vrijhandelszone?”

Lou Keune, sociaal wetenschapper

Dat laatste is ook Lou Keune, sociaal wetenschapper aan de Universiteit van Tilburg, opgevallen. “Er staan in Panama veel schepen geregistreerd. Maar dat is een puur papieren constructie. In die redenering zou Curaçao bovenaan staan, met al die postbus-bv’s. Je moet je afvragen wat zo’n land ermee opschiet. Ook Tsjechië scoort goed, door de lage lonen. Maar dat duurt niet lang, dan trekken de bedrijven weer verder. Deze vorm van globalisering leidt tot slechtere omstandigheden, omdat landen en mensen tegen elkaar worden uitgespeeld. Ook de situatie binnen landen is van belang.”

Het onderzoek suggereert ook een bijdrage te leveren aan de discussie zoals die wordt opgeworpen door de andersglobalistische beweging,” zegt Junne. “Maar daar gaat het volledig aan voorbij. In dat debat wordt door de ngo’s en demonstranten vooral gewezen op de interne kloof binnen landen, de vierde wereld, die zelfs midden in de VS bestaat, in de getto’s. Deze index vergelijkt alleen landen. Het gaat om mensen,” stelt Keune. “De samenstellers van de index letten bijvoorbeeld niet op de mate waarin mensen worden uitgesloten.”

Globalisering wordt omschreven als integratie in wereldwijde processen. Neem de koffiesector: veel landen die tot de internationale koffiemarkt zijn toegetreden, verkeren nu in grote problemen door de lage koffieprijs.

Robert Went, promovendus Globalisering

Robert Went, gastonderzoeker aan de Economische faculteit van de UvA, en gepromoveerd op globalisering, vult aan: “De onderliggende suggestie van deze index is dat mensen gelukkiger worden, of dat er groei komt, als ze maar genoeg globaliseren. Dat wordt echter niet gemeten, terwijl het wel mogelijk is. Niet door alleen het bruto nationaal product (BNP) te meten. Onderzoeken hebben uitgewezen dat een stijging van het BNP niet automatisch leidt tot meer welzijn. Je moet dus ook kijken naar gezondheidszorg, onderwijs en andere basisvoorzieningen. En naar inkomensverdeling. De Human Development Index van het UNDP is een goede poging daartoe.”

Went en de anderen hebben ook kritiek op de meetmethoden die voor de index zijn gebruikt. “Er wordt arbitrair gemeten. Neem het aantal telefoongesprekken. Dat gebruiken ze als indicator. Logisch dat Ierland bovenaan staat met al die callcenters. Zwitserland staat op de tweede plaats, volgens een fantastische redenering door de banken, doordat de Zwitsers 1,85 keer per jaar op reis gaan en omdat er veel toeristen komen! Wat zegt dat nou?”

Went noemt nog een meer structureel punt van kritiek: de samenstellers van de index meten geen voorraden, maar stromen. Ze tellen op wat er in één jaar een land is in- en uitgegaan, bijvoorbeeld aan kapitaalstromen. En niet wat er blijft, of wat er in de loop der jaren is verzameld. Dat verklaart deels de grote verschillen in hoe hoog landen van jaar tot jaar scoren, maar het zegt ook heel weinig. Stel dat een land tijdelijk erg aantrekkelijk is voor aandelenbeleggers of valutahandelaren, bijvoorbeeld Argentinië. Daar gaat dan heel veel speculatief kapitaal heen. Later dat jaar is het minder aantrekkelijk en vertrekt het kapitaal weer. Zo’n land zou de eerste plaats kunnen halen, want de in- en uitstromen zijn omvangrijk. Maar wat schieten de mensen daar ermee op?

Index is ‘ideologisch vooringenomen’

Kritiek is er ook op de, wat ze noemen, ideologische vooringenomenheid van de index. “De schrijvers wisten al bij voorbaat wat ze wilden aantonen – dat er door 11 september geen fundamentele veranderingen zijn opgetreden,” meent Went. En Junne voegt toe: “Aan het einde van het stuk formuleert Foreign Policy de conclusie van het geheel: Globalisering heeft slechts zichzelf te vrezen. Dus praat jezelf de put niet in, is de boodschap. Het is bijna een propagandastuk, een zet in de war against terror.”

Keune: “De makers van de index baseren zich op de neoliberale ideologie. Zij gaan uit van het idee dat 1 globalisering goed is, en 2 globalisering een neutraal proces is, dat het niet anders kan. Je merkt dat aan de formuleringen die ze gebruiken en aan de indicatoren die ze kiezen. Ecologische factoren blijven bijvoorbeeld buiten beschouwing. Een duidelijk ideologisch bepaalde indicator is het BNP en de daaraan verbonden economische groei. Dat zou een objectief gegeven zijn. Maar als je anders meet, en bijvoorbeeld de milieukosten, huishoudelijke arbeid of sociale kosten meerekent, is er zelfs sprake van krimp in plaats van groei.”

Wat ideologie aangaat, de deskundigen zien hier ook een duidelijke poging om de war on terrorism een mooi plaatsje te geven in het nobele globaliseringsstreven. Junne is het daarom volslagen oneens met een van de conclusies, dat de war on terrorism de politieke globalisering zou hebben bevorderd. “De VS hebben allerlei landen in een coalitie geperst. Pas later zal blijken dat dit een splijtzwam is.”

Dick Leurdijk, onderzoeker Clingendael

Dick Leurdijk, onderzoeker bij Clingendael en gespecialiseerd in internationale organisaties, sluit zich daarbij aan: “Krijgt de oorlog tegen Irak dan ook een sleutelrol in de politieke mondialisering? Ik ben het wel eens met de conclusie dat 11 september het globaliseringsproces niet heeft stopgezet. Er zijn zeer fundamentele ontwikkelingen gaande – internet, de McDonalds-dynamiek van het economische systeem waarin bedrijven steeds weer op zoek moeten naar nieuwe afzetmarkten. Nu stagneert het even in de aanloop naar de oorlog tegen Irak, maar als die onzekerheid is weggenomen – omdat de oorlog niet doorgaat of omdat hij is begonnen – herstelt de economie zich weer.”

“Anderzijds vind ik dat de gevolgen van de war on terrorism worden onderschat. We staan nog maar aan het begin. We moeten serieus rekening houden met een verharding van de samenleving, zoals je die nu al ziet rond het migratievraagstuk. Dat remt het globaliseringsproces en kan leiden tot vormen van segregatie.”


Foreign Policy stopte met haar Globalization Index in 2007. Een soortgelijke Index, de KOF Index, wordt ook opgesteld door het Swiss Economic Institute . Hier de link naar het meest recente onderzoek.


Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering en internationale samenwerking. Bekijk hier de andere reportages, verslagen en analyses.

This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0