john verhoeven content strategie

Irritaties over donors in Afghanistan (analyse)

(Deze analyse verscheen in OnzeWereld, mei 2002, naar aanleiding van een bliksembezoek aan Kabul, Afghanistan, in het kielzog van minister Eveline Herfkens.)

John Verhoeven

Nu de hele beschaafde wereld zich op de wederopbouw van Afghanistan heeft gestort, doemen coördinatieproblemen op. Niemand zal beweren dat ze niet welkom zijn, maar bij de Afghaanse interim-regering groeien de irritaties over de aanwezigheid van de vele tientallen hulporganisaties en donorlanden. Allemaal zijn ze met hun eigen apparaat, hun eigen middelen en hun eigen spelregels naar Kabul getogen om de nood van het Afghaanse volk te lenigen.

Dat is natuurlijk mooi. Maar de tijd dat hier het spreekwoordelijke gegeven paard niet in de bek gekeken mocht worden, lijkt voorbij. Het geklaag over de moeizame coördinatie van de buitenlandse hulp bij de opbouw van het land is in Kabul luid en duidelijk te horen.

Eveline Herfkens

Ook uit de mond van minister Eveline Herfkens, begin deze maand nog een dagje in Kabul voor een werkbezoek. ‘Er is te veel wildgroei, het aanbod van donoren moet worden opgeschoond,’ verklaarde ze bij haar bliksembezoek. ‘Al die verschillende organisaties met hun eigen hobby-projecten, hun eigen regels voor verslaglegging van en controle op de uitvoering van projecten, dat kun je de Afghaanse bestuurders toch niet aandoen? Ze worden er hoorndol van.’

Daarom is Herfkens de initiator en tevens grootste supporter van een vorm van hulpverlening waarbij de Afghaanse regering zelf kan beslissen waar het geld naartoe gaat: het Afghanistan Reconstruction Trust Fund. Dit fonds, oorspronkelijk bedoeld voor de financiële hulprestjes van donoren, dient nu als centraal instrument voor de financiering van de wederopbouw.

Hamid Karzai

Interim-premier Hamid Karzai prees haar om die visie. ‘Nederland heeft hiermee voorop gelopen,’ zei hij haar. ‘En daar zijn we erg dankbaar voor.’

Behalve Nederland zijn inmiddels ook de Britten en de Duitsers bereid een flink deel van hun donorbijdage in deze algemene pot te storten.

De kritiek van Herfkens richt zich vooral op de Verenigde Naties, die alle projecten op elkaar dienen af te stemmen. ‘Die coördinatie loopt slecht,’  kon Herfkens in Kabul nog eens benadrukken. ‘De NGO’s klagen hard en daar hebben ze alle redenen toe. De internationale organisaties moeten hier niet de boel gaan runnen. Die fout is gemaakt in Bosnië, dat moeten we nu niet gaan herhalen.’

Voorlopig heeft Herfkens het tij van internationale ambtenarij niet kunnen keren. Integendeel: de VN willen rond de honderd ambtenaren in Kabul stationeren, en de Europese Commissie denkt een eigen team van vijftig mensen nodig te hebben. ‘Dat gaat dus weer de verkeerde kant op,’ zegt Herfkens.

Het Trustfund is niet alleen belangrijk omdat het fonds efficiency in de hand werkt. Het geeft het landbestuur ook een soort ‘empowerment’: het kan zelf de bestemming van het geld bepalen. Dat vergt, met zoveel buitenlandse pottenkijkers, niet alleen een corruptiebestendig bestuur, er is ook een toekomstvisie voor nodig.

Beide voorwaarden zijn volgens Herfkens aanwezig. ‘De interim-regering heeft nu al een begroting opgesteld, dat vind ik een ongelofelijke prestatie’. Ook is de regering-Karzai zo intelligent geweest een buitenlands bedrijf te belasten met de aanbestedingen van alle opbouwprojecten. ‘Die externe monitoring maakt grootschalige corruptie onmogelijk,’ denkt Herfkens. En juist in Bosnië, het slechte voorbeeld voor Afghanistan, is corruptie nog steeds een groot probleem.


Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering en internationale samenwerking. Bekijk hier de andere reportages, verslagen en analyses.


This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0