OnzeWereld, december 2005
Woord vooraf:
Het interview vond plaats in november 2005, toen Paul al ernstig ziek was en de laatste periode van zijn leven besteedde aan zijn grote liefde: de stichting African Parks, door hemzelf opgezet volgens een public-private partnership. Op persoonlijk verzoek van Nelson Mandela. Daarmee pionierde hij in Afrika met een bestuurlijk model dat veel verantwoordelijkheid legde bij de lokale bestuurders en bevolking.
In de jaren 2015-2020 kwam African Parks, inmiddels onder beheer van een internationaal bestuur, negatief in het nieuws. De beschuldigingen spitsten zich toe op het intimiderende en soms gewelddadige gedrag van de (betaalde, lokale) parkwachters jegens stropers en omwonende burgers. African Parks heeft de beschuldigingen genuanceerd en deels tegengesproken.
Paul Fentener van Vlissingen overleed een half jaar na dit interview.
(JV, 2025).
INTRO
Hij stond jaren aan het hoofd van SHV, het grootste familiebedrijf van Nederland. Nu steekt multimiljardair Paul Fentener van Vlissingen zijn energie in natuurbehoud in Afrika, waar zijn stichting African Parks miljoenen hectaren natuurgebied in beheer heeft. Ook dit project pakt hij zakelijk aan. ‘Wij geven mensen nooit zomaar geld: we bieden hen verantwoordelijkheid.’
INTERVIEW
Het lot van de witte neushoorns in Congo ligt in zijn handen. African Parks, het succesvolle natuurbeheerproject van Paul Fentener van Vlissingen, krijgt het beheer over een gebied in Congo, waar de laatste acht van deze dieren in dit land rondlopen, meldt de krant op de dag van het interview. ‘Heel bijzonder’, noemt Van Vlissingen – die voor dagelijks gebruik het ‘Fentener’ in zijn naam consequent overslaat – het nieuws. ‘Sinds ze onafhankelijk zijn van de Belgen hebben de Congolezen geen staatsbezit meer overgedragen aan een private onderneming.’
Het Congolese park wordt het zevende natuurgebied dat de stichting African Parks van Paul van Vlissingen in beheer krijgt. ‘En het zou me niet verbazen als we over een jaar tien parken hebben.’ Deze nieuwste aanwinst maakt hem tot de grootste particuliere natuurbeheerder in Afrika, en waarschijnlijk ook ter wereld. African Parks is zijn geesteskind. Paul stond ruim tien jaar aan het roer van het grootste familiebedrijf van Nederland, SHV.
African Parks: Marakele
Het verwerven van Marakele, een klein, tamelijk verwaarloosd en door stropers geteisterd natuurgebied in het noordoosten van Zuid-Afrika markeerde in 2000 het begin van African Parks. Inmiddels is Marakele tot ruim 120.000 hectaren uitgebreid; er zijn olifanten, buffels en neushoorns in losgelaten en er is een dorp gebouwd. Er is nu kleinschalig toerisme, omliggende boerderijen zijn opgekocht en zevenduizend kilometer prikkeldraad is opgeruimd.
Eerder dit jaar verliet Van Vlissingen SHV om zich volledig te wijden aan African Parks. ‘Dit is belangrijker dan SHV. Als we niks aan beheer doen, is deze natuur voor onze kleinkinderen verloren. Dan verdwijnt er iets veel groters dan alleen een bedrijf.’
Een vraag van Nelson Mandela
Het begon allemaal met een lastige vraag van Nelson Mandela in 1998, vertelt Van Vlissingen. ‘Mandela, toen nog president, vertelde me dat het voor de Zuid-Afrikaanse regering niet zo eenvoudig was om geld vrij te maken voor nationale parken. Hij daagde me uit om met een andere opzet te komen voor de parken. Daar moest ik even over nadenken. Uiteindelijk heb ik die andere opzet gevonden in het Mauritshuis.’
In een museum?
‘Ik ben ook maar een domme ezel, dus je moet van anderen leren. Dat Mauritshuis draait als een tierelier. Hoe zit dat nou eigenlijk? Ik heb daar eens een gesprek over gehad. In Afrika ben ik eigenlijk met hetzelfde bezig. Het museum in Nederland gaat over Rembrandts, en Mondriaans, het museum van Afrika gaat over planten en dieren. De bezittingen – het land en de dieren – zijn van de staat, het management is uitbesteed aan mensen die daar verstand van hebben.’
Waarom kunnen Afrikaanse landen hun eigen natuurparken niet beheren?
‘In sommige landen kunnen ze dat wel. In Namibië, in Botswana, daar hebben ze ons helemaal niet nodig. Maar daarbuiten? De nationale parken hebben vrijwel zonder uitzondering geen duidelijke managementstructuur. Er is alleen een departement, dat zijn ambtenaren. In die regio heb je dan meteen twee problemen. Eén: de overheid kan niet managen. Dat is trouwens buiten Afrika ook zo. Het tweede is dat er in die landen een enorm geldgebrek heerst, terwijl de burgers wel auto’s willen hebben, en ziekenhuizen. Terecht natuurlijk. Dus het geld gaat naar water, riolering, onderwijs, ziekenhuizen, en niet naar die zebra, die olifant of die krokodil.’
‘Afrika heeft geen medelijden nodig’
Wat is er speciaal aan African Parks?
‘Het is een public private partnership. De regering brengt de grond en de dieren in, wij de managementdeskundigheid. En verschillende vormen van financiering. Het contract bestrijkt ruwweg 25 jaar, soms minder, zoals nu in Congo. Binnen die periode proberen we zoveel mensen op te leiden dat ze het uiteindelijk zelf professioneel kunnen leiden en ons niet meer nodig hebben.’
Moeten die parken winstgevend worden?
‘Nee. Het Mauritshuis heeft ook geen sluitende begroting als de staat zou wegvallen. Natuurmonumenten evenmin. Toch zijn dat twee succesvolle organisaties. Er is donorgeld nodig, dat kan ook goed van privé-personen komen. Zo gaat het bij het Mauritshuis ook, daar geven mensen ook schilderijen. Bij ons kunnen mensen een neushoorn geven.’
Een puur zakelijke overeenkomst
De lokale bevolking wordt bij het beheer betrokken, is dat een kernpunt?
‘Ja, op allerlei manieren. We nemen mensen in dienst die in een park of aan de rand wonen en we betrekken hen bij het beheer. Daar krijgen ze een salaris voor. Maar het gaat veel dieper. De tijd is voorbij dat de overheid in Afrika een park kon stichten en er dan een paar mannetjes met geweren naartoe kon sturen die dan zeiden: dit is een park. Je moet het heel anders aanpakken. Bij een park, hoe afgelegen het ook is, zijn altijd mensen. Ze wonen eromheen of erin. In een van onze parken wonen 21.000 mensen! Bij een ander park wonen er 100.000 rondom. Daar moet je een puur, eeh, zakelijke overeenkomst mee aangaan.
We zeggen: “Wij leveren jullie een dienst, als jullie ons een dienst leveren.” Dus de mensen betalen ons door niet te stropen en ons te helpen met het opbouwen van het park. En wij betalen de mensen door het aanleggen van waterputten, we houden toezicht, zorgen voor veiligheid, scholing, een hulppost, we helpen mensen een bedrijfje te beginnen, noem maar op. Bij de grotere parken nemen we standaard honderd mensen in dienst. Dat alles bij elkaar leidt tot regionale ontwikkeling. Dan krijgen de burgers direct belang bij het park: ze zien dat ze er wel bij varen als ze die zebra’s maar met rust laten.
En nog een ding: we geven elke gemeenschap een vergoeding om niet te stropen. Dat is uniek: burgers betalen voor de service van niet-stropen. Noem het een soort burgerwacht. We betalen vierduizend dollar per maand, per park. Dat is heel wat, in die streken ligt het gemiddelde inkomen altijd onder de één dollar per dag. We vragen de mensen om dat geld aan ontwikkeling in hun dorp te besteden. We geven geen geld waar mensen alleen hun hand voor moeten ophouden. Dat is niet goed, dan betaalt iemand toch altijd op de een of andere manier. Voornamelijk met waardigheid. Als je aalmoezen aanneemt, word je een bedelaar.’
Hulp wordt gegeven aan mensen die dat nodig hebben.
‘Ik heb de stelling dat je nooit hulp moet geven om niet. Helemaal nooit.’
Ook niet na een tsunami, bij wijze van spreken?
‘Nee, ook dan niet. Je moet de mensen vragen om zelf dingen te doen. Je moet ze inschakelen in het proces van herstel. Je moet ze nooit een herstel opleggen want dan wordt het nooit hún herstel.’
Vluchtelingenkampen: verderfelijke manier van hulp
Veel hulporganisaties werken al zo.
‘Dat is dan prachtig. Maar wie het absoluut niet doet, is de Verenigde Naties. De VN geeft over de hele wereld dingen weg. Neem vluchtelingenkampen. Dat is een heel verderfelijke manier van hulp verlenen. Mensen worden daardoor tweederangs burgers.’
Als je in een kamp zit, kom je daar niet zo gemakkelijk meer uit.
‘Het is erg verleidelijk om te blijven. Als je dekens nodig hebt, krijg je dekens. En als je voedsel nodig hebt, krijg je voedsel. Ik zie in Zambia, in het gebied waar wij een park beheren, dagelijks die trucks rijden naar kampen van Angolezen. Dan is het moeilijk uit zo’n omgeving te vertrekken. De mensen in de kampen doen helemaal niks. Die doen dertig jaar lang niks! Wij zeggen tegen mensen: we willen jullie graag bij ons proces betrekken. Daarom zijn al die mannen die bij ons werken ook zo trots. Ze hebben het over “hun park”. Wij laten zien hoe het moet. Dat is allemaal techniek, net zoals je moet leren hoe je dokter wordt, zo moet je ook leren hoe je een park runt. Van onze totale organisatie is 98 procent zwart. De blanken geven vaak de leiding, maar dat komt doordat zij de specifieke technische kennis hebben’.
Dus geld geven lost niks op?
‘De Afrikaanse cultuur een andere is dan bij ons. Dat hebben we jarenlang niet goed in de gaten gehad. Neem nepotisme. Dat heeft hier een negatieve klank, maar in Afrika een positieve. Als je daar minister wordt, is je eerste belang ervoor te zorgen dat je broer, je neef en al die andere familieleden aan hun trekken komen.
Zomaar geld geven aan Afrika past niet in de Afrikaanse cultuur. Je moet zakelijke overeenkomsten sluiten. Het geven van geld in Afrika heeft averechts gewerkt. Er is een bedelmentaliteit ontstaan. Bovendien is er een grote klasse van witte adviseurs gekomen, mensen die adviezen geven waarmee de geldgevers zich kunnen indekken. Die adviseurs hebben alle belang bij de huidige situatie én ze vormen een subcultuur met een enorme kracht; geldgevers in het Westen willen immers rapporten zien. Die constructie is een geweldige valkuil voor corruptie’.
Hoe moet het dan?
‘Denk in kleinere eenheden. Laat mensen een vak leren, een bedrijfje beginnen. Dat groeit allemaal uit, gaat fuseren, wordt sterker en breder. Mensen moeten wel de tijd hebben om die overgang te maken. In de parken zijn we meer bezig met sociale oplossingen dan met technische. We brengen natuurlijk techniek in, maar het staat of valt met de vraag of het binnen de sociale structuren van de lokale gemeenschap werkt. Concreet: we betrekken de mensen erbij, we betalen ze, we geven ze verantwoordelijkheden. Ze krijgen het geestelijke eigendom van het werk wat ze doen. Allemaal dingen die wij hier ook belangrijk vinden.
African Parks als model voor ontwikkelingshulp.
Het is niet alleen natuurbeheer, het is regio-ontwikkeling. We hebben ook verantwoordelijkheden buiten het park. Er is daar vaak helemaal niks en er wonen wel mensen. Kijk, als een olifant zeven stappen buiten het park zet en hij wordt doodgeschoten, dan is dat ons probleem. Om zo’n park heen zitten allerlei dingen die je erbij moet betrekken, anders functioneert de kern niet goed’.
Dit jaar hadden we Live-8, er werd gepleit voor schuldenkwijtschelding van de armste landen, er waren grote plannen om eens en voor altijd een einde te maken aan de armoede. Ik heb niemand gehoord over kleinschalige oplossingen. Heeft u hierover wel eens gesproken met Bono en Bob Geldof?
‘Met Bob Geldof, ja’.
Vertel.
(Zucht) ‘Ik heb twee bezwaren tegen Bob Geldof. In de eerste plaats zal ik niet vergeten wat veel mensen in Ethiopië tegen mij hebben gezegd. Ze zeiden: Bob Geldof heeft met zijn Live Aid-programma en het binnenvliegen van die eindeloze hoeveelheden voedsel meer dan een miljoen efficiënt werkende boeren in Ethiopië kapotgemaakt’.
Dat verhaal ken ik niet.
‘Er is hongersnood. Het Westen wordt daar emotioneel door geraakt. Begrijpelijk. Maar de oplossing is verkeerd. Voedsel wordt dan ingevlogen uit het Westen en gratis verspreid. Plotseling was lokaal de marktprijs voor maïs nul. Die miljoen boeren in Ethiopië zijn failliet gegaan.’
‘Nog een bezwaar tegen Geldof: zijn kruistocht om de schulden van arme landen kwijt te schelden. Dat heeft geen enkel effect. Het tekort van die landen wordt toch al door westerse regeringen gefinancierd. En de rente op de leningen wordt vaak gewoon bijgeschreven, die hoeven ze echt niet elk jaar cash te betalen. Het is meer een boekhoudverhaal dan iets anders’.
Die kwijtscheldingen waren alleen voor goed bestuurde landen.
‘Maar daarmee bereik je niet de mensen aan de onderkant van de samenleving. Nee, óók niet in goed bestuurde landen. De fout is dat wij denken dat overheden in Afrika dingen kunnen regelen via hun ambtenarenapparaat. Dat is niet zo, zélfs niet als ze integer zijn. De vergelijking met de Marshallhulp voor Europa wordt vaak gemaakt. Maar die hulp werkte omdat twee voorwaarden aanwezig waren: betrouwbare overheden en goed opgeleide mensen. In Afrika heb je overheden die vaak niet betrouwbaar zijn, én de mensen hebben te weinig kennis. Als je dan een hoop geld in een land pompt, veroorzaak je alleen maar allerlei beroerde dingen’.
En wat zei Bob Geldof daarop?
‘Geldof zei: “Naaah, what you are trying to do is irrelevant. We have to look at the big picture!’
The big picture?
‘Ja, met een paar stevige “fuckings” ertussendoor. Ik zei: ja, dat hebben we al dertig jaar geprobeerd. Het kwijtschelden van leningen is niets anders dan het geven van meer geld, via dezelfde overheidskanalen. Als je iets dertig jaar probeert en het werkt niet, misschien moeten we het dan eens op een andere manier doen…’
Open brief aan Tony Blair
Aan de vooravond van de G8 schreef Paul van Vlissingen aan de Engelse premier Blair een open brief met concrete adviezen. Een paar voorbeelden: het belonen van ondernemingen die joint ventures aangaan met Afrikaanse bedrijven, het stimuleren van Afrikaans ondernemerschap via microkrediet, het stoppen van de brain drain door het betalen van een premie aan goed opgeleide Afrikanen om terug te keren. En ook: het adopteren van Afrikaanse scholen door westerse scholen, het stoppen van ‘eeuwigdurende’ adviestrajecten, het financieel belonen van hulporganisaties die concrete resultaten kunnen laten zien. Verder: vrije keuze in gezinsplanning, en het redden van het Afrikaanse milieu door samenwerking, professioneel management en financiele hulp, waarbij de lokale bevolking moet kunnen profiteren van het milieubeleid. Alles op één A-viertje.
U wilt Afrika ondernemend maken.
‘Als je hier tegen een kippenboer of een bloembollenman zegt dat hij de kosten van investeringen in een arm land dubbel mag aftrekken van de belasting op zijn winst hier, dan gaat die man naar Afrika. Ik pleit voor het bevorderen van relaties tussen private spelers, van scholen naar scholen, van bedrijven naar bedrijven. En voetbalverenigingen! Voetbal is een enorm populaire sport, waarom zou je niet proberen een voetbalbedrijf een club hier te laten adopteren waarbij de vereniging hier minder belasting hoeft te betalen.
In elk geval moet je af van die geldstroom van een westerse hoofdstad naar een Afrikaanse hoofdstad, waar de cash vervolgens verdampt onder de hete Afrikaanse zon voor er überhaupt iets tot stand komt’.
Omdat mensen in landen als Ethiopië en Soedan begrijpen ze wat wij doen veel beter dan de mensen van de Wereldbank.
Ook moet je andere dingen wagen. Neem het westerse financiële stelsel. Dat is zeer goed ontwikkeld. We zouden kleine financieringssystemen kunnen ontwikkelen voor arme landen. Daar steken we dan als Europa 10 miljard in. Microkrediet werkt! Dat zie je. Die mensen hebben hetzelfde nodig als wij. Als we dat maar eens zouden durven… Maar het is een kwestie van machtsmiddelen. Een minister voor ontwikkelingssamenwerking vindt het ontzettend moeilijk om geld niet in de eigen kanalen te laten lopen maar in andere’.
Maar dat is wel allemaal volgens westers model.
‘Wij zijn een technische cultuur. Geen ethische, zoals bijvoorbeeld de moslimwereld. Om op ons welvaartsniveau te komen moet je onze technische cultuur volledig absorberen, met alle normen en waarden die erbij horen. Zoals discipline: dat je op tijd op je werk moet komen, dat je op tijd je lening aflost en je contract nakomt, en dat, als je dat niet doet, er een rechter is die je daarvoor straft. Al die dingen zijn ons met de paplepel ingegoten. Dit alles heeft uiteindelijk de goede ziekenhuizen opgeleverd, de auto’s, de televisie en de elektriciteit. De Chinezen hebben er lang over gedaan om dat te snappen. Nu ze die westerse cultuur allemaal opzuigen gaan ze als een raket. Afrika is nog niet zover.’
U voorspelt dat het bedrijfsleven zich meer gaat bezighouden met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Onder druk van de samenleving.
‘Ja. Het zit niet goed in elkaar, de balans tussen arm en rijk is zoek. Er komt een spanningsveld tussen de have’s en de have-nots, dat groter is dan ooit. Dat zal een wereldrevolutie teweegbrengen. Gematigd en positief, tenminste als we daar nu goed op inspelen en bedrijven socialer gaan werken.’
En als die bedrijven dat niet doen?
‘Dankzij internet is de kloof tussen arm en rijk duidelijker geworden. Bedrijven zullen worden gedwongen een socialere rol te spelen. Wie dat weigert krijgt te maken met boycots. Een bedrijf dat dit te laat inziet, zal ook te laat zijn om die achterstand te repareren.’
Je hoort vaak zeggen dat Afrika verloren is. U denkt daar vast anders over.
‘Ik ken een Afrikaanse man, een leraar aan een school. Hij werkt nu al drie jaar zonder dat hij zijn salaris uitbetaald krijgt. Dat geef ik wel eens als voorbeeld als iemand zegt dat Afrika verloren is. Hoeveel Nederlandse docenten zouden bereid zijn uit idealisme les te blijven geven als ze drie jaar geen geld kregen? In Afrika kom ik deze mensen tegen. Niet één, een heleboel. Het idealisme om iets voor een ander te doen is in Afrika in grote mate aanwezig.’
We kunnen leren van Afrika?
‘Waarom hebben de Amerikanen geen Nelson Mandela of een groep Zuid-Afrikaanse politici gevraagd te bemiddelen tussen Irak en Amerika? Daar had geen oorlog hoeven te zijn. Amerikanen zijn niet goed in conflicthantering, in Zuid-Afrika is een hele groep zwarte mensen die buitengewoon goed weet om te gaan met het managen van dit soort spanningen.’
Duizend kilometer van Addis Abeba
‘Er zijn ook andere dingen. Vorige week was ik in Ethiopië, op de grens met Libië. Daar hebben we sinds kort ook een park. Duizend kilometer van Addis Abeba, middenin het niks. Daar wonen mensen. Ze hebben nog nooit een motor gezien. Kunnen niet lezen of schrijven. Maar wat een taalgebruik! Zo helder, zo prachtig. Wij zitten met allerlei schuim en frutsels zij hebben een stroom van rustige, glasheldere beelden.
Nog een ander ding. Voor hen zijn koeien erg belangrijk. Hun kinderen noemen ze naar een koe, niet omgekeerd. Zo’n prachtig beest met zwarte glanzende huid en witte spikkel. Een dochtertje heet “een prachtige heldere nacht”, net als de koe. Het kind leert zingen voor de koe, van haar vader. Zo’n prachtige, gespierde krijger, die wast zijn koe tot die helemaal glimt, en gaat er dan gehurkt voor zitten. En zingt samen met zijn dochtertje. De emotionele waarde van dat moment… Dat is van een diepte, dat haal je niet als je naar Big Brother kijkt.’
Maar is dat niet ten dode opgeschreven?
(Stilte) ‘Ik denk dat uiteindelijk die cultuur verdwijnt. Omdat ze toch allemaal een huis willen. Hun behoeftenpatroon is hetzelfde als het onze. En onze technische cultuur heeft geen ruimte voor andere dingen.’
Behalve dan als cursus of zo.
‘Ja, precies. Dan moet je ergens een week in retraite om voor een koe te leren zingen.’
(Naschrift)
African Parks beheert inmiddels 24 parken in dertien Afrikaanse landen. Het heeft 5000 medewerkers in dienst, vrijwel uitsluitend Afrikanen. De organisatie bestrijdt stroperij, herintroduceert uitgestorven diersoorten zoals neushoorns en olifanten, en herstelt ecosystemen, met successen zoals het transporteren van 500 olifanten. Ze slaan 3 miljard ton CO2 op via bosherstel en deforestatiepreventie, en dragen bij aan klimaatbestendigheid door 15% van het continent te beschermen. Dit maakt de parken ecologisch, sociaal en financieel duurzaam. (2025, info van eigen website).
https://www.africanparks.org/
Marakele National Park Zuid-Afrika: https://www.sanparks.org/parks/marakele
Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering, armoedebestrijding en internationale samenwerking. Bekijk hier meer artikelen.
This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0