john verhoeven content strategie

Zimbabwe: “A real, real disaster” – Undercover met Agnes Jongerius (FNV) (reportage)

Reportage: Ooggetuige van de ondergang van Zimbabwe

Thema’s: Mensenrechten, vakbonden en armoedebestrijding in Afrika

(2009, OnzeWereld)

Vooraf:
Met de vakbondsleider van het FNV, Agnes Jongerius ging ik, als hoofdredacteur van het maandblad OnzeWereld, in 2009 een week lang op stap in het Afrikaanse Zimbabwe. Het artikel werpt een kritisch licht op foreign aid, de effectiviteit van ontwikkelingshulp in conflictgebieden en de rol van internationale vakbonden (zoals de FNV) bij het ondersteunen van burgerbewegingen.

Alleen dankzij een vakbondsvisum kon ik als journalist onder de radar blijven en deze reportage maken. Sindsdien is Mugabe verdwenen, maar is het beleid van zijn partij ongewijzigd: de witte boeren zijn grotendeels verdwenen, vermoord of weggepest, het land in armoede en ontreddering achterlatend.

PS: in 2009 spraken we nog over ‘blanken’. Die term heb ik laten staan. (JV, 2025)

INTRO

In Zimbabwe is 94 procent van de mensen officieel werkloos. De industrie draait nog maar op 15 procent van haar capaciteit. Wat kan een vakbond uitrichten in een land waar bijna geen werkgevers of werknemers meer zijn? Een week op stap met Agnes Jongerius van de FNV. ‘Deze mensen zijn dapperder dan ik ooit zou kunnen zijn’.

REPORTAGE
Wat doet een vakbond in een land zonder bedrijfsleven? Waar de werkgevers vrijwel allemaal verdwenen zijn, met uitzondering van de overheid, die een leger, politie en ambtenaren aan het werk houdt? Waar niemand nog een normaal salaris krijgt, en waar vakbondsbestuurders worden bedreigd en mishandeld? Zimbabwe is zo’n land.

De vakbond als veranderkracht

De Nederlandse vakcentrale FNV heeft er lange, intensieve banden met haar lokale evenknie, de Zimbabwe Congress of Trade Unions, ZCTU. Die oude banden heeft FNV Mondiaal ook met bijvoorbeeld Colombia, Birma en China.

Normaal bestaat zo’n relatie vooral uit hulp met trainingen, advies, uit samenwerking tussen vakgenoten. Het gaat verder dan een financiële relatie of die tussen een gulle gever en een dankbare ontvanger. Collega’s wisselen vakkennis uit, delen ervaringen. Vakbondsmensen onder elkaar.

Maar in Zimbabwe is niks meer normaal. De ZCTU, een kritische federatie van bonden waaruit oppositieleider Morgan Tsvangirai voortkomt, is vooral bezig met overleven, net als vrijwel iedereen hier. De ZCTU is zo goed als failliet, evenals de 36 aangesloten bonden. De FNV wil haar Zimbabwaanse partner vooral steunen in het vakbondswerk, het neerzetten van een soepele, efficiënte organisatie, helpen bij internationale lobby’s, adviezen geven, coachen. De vakcentrale steekt er jaarlijks 1,5 tot 2,5 ton in.

Maar nu wordt dat geld vooral besteed aan simpel overleven – een kantoor, auto’s voor de districtsbestuurders, computers. ‘Een vakbond kan een veranderkracht zijn’, zegt Agnes. ‘Kijk naar Polen, Zuid-Afrika. Het gaat nu in Zimbabwe in een noodtempo de verkeerde kant op. De bonden zijn hier nog de enige maatschappelijke organisaties die een stem kunnen geven aan het volk. We zullen hen niet laten vallen.’

De informele economie van Zimbabwe

Dus wat doet een vakcentrale in een land waar bijna niemand nog een normale baan heeft? Die richt een vakbond op voor al die mensen die buiten de officiële kanalen om hun kostje bij elkaar moeten zien te scharrelen.

De Zimbabwe Chamber of Informal Economy Associates telt nu zo’n 2,3 miljoen leden. Eliah, een kleine, joviale man met een knalrood T-shirt over zijn ronde buik, is coördinator. Hij werkt vanuit een kantoortje op de negende verdieping van een uitgeleefd kantoorpand in Harare, waar de ZCTU twee verdiepingen huurt. Eliah schat het aantal werkers in deze sector op ruim vijf miljoen. Dat aantal groeit nog steeds. De reguliere industrie draait nog maar op 15 procent van de capaciteit. ‘It’s a real, real disaster.’

Wat er binnenkomt is veel te weinig om de organisaties overeind te houden. Jongerius wordt telkens uitvoerig bedankt voor de goede gaven van de FNV, en, zegt ze, ‘natuurlijk voel ik daar telkens een lichte gêne bij. Maar het is nu gewoon even niet anders. Het belangrijkste is nu dat ze simpelweg blijven bestaan.’

Vakbondsmensen begrijpen elkaar

Vakbondsmensen die andere vakbondsmensen helpen, dat is een andere sfeer dan van westerse ontwikkelingsorganisaties die samenwerken met lokale partners. ‘Je merkt binnen vijf minuten dat we allemaal dezelfde bloedgroep hebben’, zegt Jan Willem van de Pol, hoofdbestuurder van de Nederlandse politiebond NPB.

Hij sprak, onderweg naar Harare, in Johannesburg, met collega’s van de grootste politiebond van Zuid-Afrika, POPCRU. ‘Het gaat over hetzelfde vak,’ zegt hij. ‘Je begrijpt elkaar gewoon veel sneller.’ De Zuid-Afrikaanse politiebond is nu zo goed georganiseerd met ruim 200.000 leden dat er ook blanke agenten lid van worden – een groter compliment is niet denkbaar. En dat straalt ook een beetje af op de N.P.B. van Van de Pol, die al in de jaren tachtig, nog tijdens de apartheid, als eerste Westerse bond steun gaf aan de toen nog illegale POPCRU. Nu trekt de bond de grens over om startende collega’s te helpen met de opbouw van bonden in omringende landen als Swaziland en Lesotho. Later mailt Jan Willem nog dat de N.P.B. door POPCRU is benaderd in de regio te helpen bij de oprichting van nog meer politiebonden, zoals in Namibië. Niet in Zimbabwe, want daar is het politieagenten niet toegestaan zich te organiseren.

Mishandeld door Mugabe

De meeste Zimbabwaanse gesprekspartners van Agnes Jongerius weten wat het is om tegen president Mugabe en zijn heersende partij ZANU-PF op te staan. Ze werden mishandeld, zaten in de gevangenis, hun gezinnen zijn bedreigd.

Wat blijft haar bij? ‘De docent die me vertelde dat hij zijn baan en woning kwijtraakt aan een militieman. Die neemt zijn huis en lokaal over voor een zogenaamd Youth Benefit Center. Van daaruit kan hij alles in de gaten houden, docenten intimideren. Duizenden kritische docenten raken zo hun positie kwijt. In het jaar voor ons bezoek zijn zeker acht onwillige onderwijzers vermoord.’

‘The future is bleak,’ zegt een van hen. Hij, een aanhanger van Tsvangirai, werd zes maanden geleden ontslagen bij de spoorwegen. Zijn eigen vakbond, pro-ZANU, kon of wilde hem vervolgens niet bijstaan. Nu heeft hij wat hulp van de ZCTU. De dagelijkse strijd om zijn gezin te eten te geven, is nog lang niet beslist.

Morgan Tsvangirai en de dooi

We hadden gedacht – nee, gehoopt – dat onder de nieuwe regering, waarin de MDC van Morgan Tsvangirai naast ZANU-PF van president Robert Mugabe regeert, dit land stap voor stap vooruitgang zou gaan boeken.

Zimbabwaanse dooi, een einde aan de hyperinflatie, aan de mishandelingen en verdwijningen, aan de brute landbouwhervormingen die van de graanschuur van Afrika in tien jaar tijd een land vol hongerlijders heeft gemaakt.

Dat mooie toekomstbeeld blijft uit. Tsvangirai maakt nog weinig waar van zijn beloften, hij lijkt ingepakt en overweldigd te worden door de oude machthebbers tegen wie hij ooit rebelleerde en met wie hij nu gedwongen is samen te werken.

De knokploegen van ZANU-PF

De onderdrukking is totaal. Tot in de haarvaten van de samenleving heeft ZANU zich gevestigd, zoals de communistische partij in het voormalige Oostblok dat deed.

Wie hardleers is, krijgt te maken met de Youth Brigade, een knokploeg van ongeveer 40.000 jonge mannen die maandelijks honderd Amerikaanse dollars betaald krijgen om opposanten in elkaar te slaan. Ook de kerken houden zich koest. ‘Zolang er geen kerkleiders bereid zijn voor hun opvattingen de gevangenis in te gaan, zal er niets veranderen’, zegt een van hen tegen Corrie Roeper van FNV Mondiaal, die goed thuis is in de lokale politiek en tijdelijk als medewerker civil society van de Nederlandse ambassade in Harare optreedt.

En zelfs de verwoestende landhervormingen gaan gewoon door. Overal is te zien waar dit toe leidt.

Langs de weg van Harare naar Nyanga, een tocht van bijna vier uur, strekken zich duizenden hectaren verwilderde landbouwgrond uit, tot zo ver het oog reikt. Hier, in dit glooiende savanne-achtige landschap waar bomen en grillige, hoge rotspartijen de horizon onderbreken, groeiden tot het jaar 2000 graan, mais en fruit, alle denkbare gewassen op vruchtbare grond. Maar de grote boerderijen, vaak al generaties in handen van blanke boeren, zijn nu eigendom van zwarte, onervaren boeren, vriendjes van Mugabe. Eerst verkochten ze de oogst, daarna de machines, ten slotte werd het vee geslacht of verkocht. De landarbeiders vertrekken als laatsten. Ze worden gewoon van het land gegooid waar ze soms al generaties op wonen en werken.

De landarbeidersvakbond GAPWUZ probeert hen te helpen. Met een klein stukje eigen grond en wat startgeld voor machines zouden ze een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Maar voor de zwarte landarbeiders is de grond niet te koop.

Een boekenlegger van 50 triljoen dollar

Zimbabwe heeft begin dit jaar de Amerikaanse dollar als betaalmiddel ingevoerd. De eigen munteenheid, de Zimbabwaanse dollar, is waardeloos geworden. Ik zie dat Tapiwa Zivira, een jonge, stille official van GAPWUZ, een briefje van 50 triljoen dollar gebruikt als boekenlegger in de dikke Engelstalige pocket die hij tijdens de rit met het vakbondsbusje naar Nyanga leest. Een vijf met zoveel nullen dat ik duizelig word als ik ze probeer te tellen, terwijl we over de hobbelige asfaltweg rijden. De chauffeur moet soms flink manoeuvreren tussen de gaten in de weg, maar dit is de beste weg van het land. We zijn met zijn elven, samengepropt in een gebutste witte Toyota Hi Ace. De voorruit is gebarsten, en de schuifdeur rolt uit de rails als hij wordt opengeschoven. Alleen met een harde klap gaat-ie weer dicht.

Kinderarbeid leidt tot zwangerschap

Het grootste probleem op de boerderijen is kinderarbeid, legt Tapiwa uit. Dat leidt dan weer tot andere problemen. Jonge meisjes die tussen de mannen op het land werken, worden zwanger, vaak al op hun dertiende.

Op een boerderij vlakbij Harare, waar GAPWUZ actief is, liggen de velden er verwaarloost bij, er zijn ook nergens machines te zien. Zeshonderd mensen delen één waterkraan, hier en daar is elektriciteit. De medische post is allang dicht, zwangere vrouwen moeten hier in een gewone publieke bus twintig kilometer naar Harare rijden om daar te worden geholpen. Maar als er wel een kliniek zou zijn, dan zou niemand de arts of verpleegkundige kunnen betalen, of de medicijnen. Er is een schoolgebouwtje, dus zeggen de mensen dat er een school is, maar daarbinnen gebeurt niets, er staat niets, geen bankjes, geen stoelen. Er zijn geen schriften, geen boeken.
Dit is de cirkel van gebrek en teloorgang waarin miljoenen Zimbabwanen moeten zien te overleven.

‘Sniffin glue’: lijm als de populairste drug

Hoe doen mensen dat? In Mbare, een buitenwijk van Harare, zien we duizenden vrouwen, mannen en kinderen schouder aan schouder op de trottoirs staan, in kilometerslange rijen. Ze hebben hun waren op de grond voor zich uitgestald. Fruit, groenten, oude schoenen, kleding, petjes, mutsen en dekens tegen de winterse kou. Timmerlieden hebben kasten staan, ledikanten, doodskisten. En iemand heeft ‘Glue for sale’, lijm in plastic flesjes, de spotgoedkope drug die de hersens verwoest.

Microkrediet is er niet

Microkrediet zou, normaal gesproken, een geweldige impuls kunnen geven aan deze informele economie. Maar het is er niet. De fondsen werden door corrupte overheden gebruikt voor hun eigen doeleinden, legt Eliah uit.

Zijn bond probeert nu opnieuw donoren te verleiden. Maar hij heeft er een hard hoofd in. Intussen probeert hij de belangen van de straatverkopers zo goed mogelijk te behartigen. Door vergunningen te regelen bijvoorbeeld, zodat ze niet meer kunnen worden afgeperst door agenten die op zoek zijn naar een aanvulling op hun honderd dollar.

‘We moeten voorkomen dat de vakbonden ten onder gaan”

De komende maanden zullen de laatste driehonderd blanke boerderijen worden overgedragen aan nieuwe eigenaren. Minstens drieduizend gezinnen van landarbeiders zullen van de boerderijen worden weggestuurd.

De werkloosheid zal, verwacht Eliah, eind dit jaar gestegen zijn tot een niet te bevatten 97 procent. Tegen deze achteruitgang kan de FNV niet veel doen. ‘Voorkomen dat de bonden ten onder gaan, dat zou al heel wat zijn’, zegt Agnes Jongerius.

De gesprekken hebben haar bedrukt, maar ook moed gegeven. De meeste van haar vakbondscollega’s zijn mishandeld, gearresteerd, met de dood bedreigd. Toch blijven ze doen wat ze moeten doen, met een vasthoudendheid en een lef die niet helemaal te verklaren zijn. ‘Ik weet zeker dat ik niet zo dapper zou durven zijn als deze mensen,’ zegt Agnes op het laatst. ‘Als je hoort dat deze collega’s ondanks alles optimistisch blijven, dan kunnen wij er alleen maar voor zorgen dat zij hun werk kunnen blijven doen. Mag ik moedeloos worden als deze mensen het zelf niet zijn?’

(EINDE)


John Verhoeven blogde vanuit Zimbabwe op www.sargasso.nl. Hieronder links naar de vijf blogbijdragen.


This work is licensed under CC BY-NC 4.0