Dagblad Trouw (17-12-2010)
Door John Verhoeven
VOORAF: Ik schreef deze analyse voor het dagblad Trouw, in mijn tijd als hoofdredacteur van onzeWereld.
Intro
Er is veel kritiek op het nieuwe armoedebeleid van de regering. Onterecht, zegt John Verhoeven. De nadruk op specialisatie en een hoofdrol voor economische ontwikkeling komen als geroepen.
ANALYSE
“En hoeveel melk geven úw koeien?”, vroeg een Tanzaniaanse boerin mij eens toen ik een paar jaar geleden haar boerderijtje bezocht in de omgeving van Tanga. De zes zwartbonte koeien onder het afdakje waren haar trots, de melk ging dagelijks naar een coöperatie die daar met Nederlands geld en Fries doorzettingsvermogen was neergezet.
Het leven was er goed, haar kinderen konden naar school, iedereen was gezond. Ik noemde een cijfer dat ik kende van mijn oudste broer, melkveehouder in Brabant. Ze geloofde haar oren niet. Zoveel liter melk, hoe was dat mogelijk?
Landbouwkennis en waterbeheersing worden nieuwe speerpunten van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Wie wel eens in arme landen heeft rondgelopen en meer heeft gezien dan hotel, natuurpark en olifant, weet dat juist aan deze twee dingen vrijwel overal grote nood is. Voedselvoorziening staat onder druk door klimaatverandering, gebrek aan middelen maar vooral door gebrekkige kennis. Water is een kostbare grondstof geworden. Dat wordt in de toekomst alleen maar erger.
Universiteit Wageningen
Toevallig zijn we in deze sectoren mondiaal toonaangevend. ‘Wageningen’ is in veel Afrikaanse en Aziatische regio’s een bekend begrip, bekender nog dan ‘Cruyff’, tulpen’ of ‘Heineken’. ‘Wageningen’ staat voor kennis op het vlak van landbouw, de ingenieurs die daar afstudeerden hebben tot in de meest afgelegen delen van de wereld hun reputatie mee. Imago telt overal, dus ook in ontwikkelingshulp. En ook belangrijk: elke Nederlandse burger snapt hoe belangrijk waterbeheer en landbouw zijn. Dat is meegenomen nu het vertrouwen in de effectiviteit van de hulpmiljarden is afgebrokkeld.
“Wie alles wil doen, bereikt niets”, is het adagium in het bedrijfsleven. Specialisatie is nodig om ergens heel goed in te worden, om maximale toegevoegde waarde te scheppen voor de klant. De klant, ja. Laten we de armsten van de wereld nu eens als klant zien. Als de afnemer van een product: een dienst die een einde maakt aan armoede. Hoe kunnen we dat het beste aanpakken in de 21-ste eeuw?
‘Een amputatie’, noemt Gert van Maanen het nieuwe regeringsbeleid in deze krant, onlangs. Van Maanen was verbonden aan Cordaid en ICCO, twee maatschappelijke organisaties die aan armoedebestrijding doen, vooral met belastinggeld.
Minister Ben Knapen
Geamputeerd wordt er zeker.
Ben Knapen wil veel meer geld voor economische ontwikkeling, als motor voor armoedebestrijding. Hij wil meer focus: terug naar zestien landen, waar je dan ook echt het verschil kunt maken. En meer specialisatie: de al genoemde landbouw, waar je eigenlijk ook duurzaam toerisme bij kunt betrekken, ook al een specialiteit van Wageningen. En waterbeheer, rechtspraak. Dus er zal moeten worden geamputeerd. Maar er zal ook iets nieuws kunnen groeien.
Succes van ontwikkelingshulp
De meeste landen hebben de afgelopen tien jaar een flinke sprong voorwaarts gemaakt. De kindersterfte is enorm gedaald, inkomens groeien, mensen zijn gezonder. Dat zou je niet zeggen als je de wervingsfolders van de hulporganisaties ziet. Vreemd toch, dat het succes van de hulp zo wordt ondergeschoffeld door de instellingen die er verantwoordelijk voor zijn. Zouden ze bang zijn overbodig te worden verklaard? Je zou het bijna denken.
Bijna overal is in korte tijd een nieuwe middenklasse ontstaan, dankzij een groeiende economie. Deze middenklasse wil beter onderwijs voor hun kinderen, meer wegen voor hun nieuwe auto’s, sneller internet voor hun laptops en mobieltjes, betere rechtspraak om hun bezit te beschermen, goede gezondheidszorg voor de familie. Ze zijn de aandrijfas voor een betere samenleving. Hoe gebruiken we deze nieuwe dynamiek in de strijd tegen armoede? Dat is nog een hele puzzel. Maar de kerngedachte is duidelijk: stimuleer zelfstandigheid, en geef hulp als het niet anders kan.
TNT-baas Peter Bakker
Het bedrijfsleven is de sterkste ‘verander-factor’ in arme landen, zei TNT-baas Peter Bakker recent in een tv-interview. Sterker dan de politiek of de hulporganisaties. Bakker heeft gelijk. In veel arme landen functioneren de staat, de politie, de rechtspraak matig. Maar bedrijven weten zich te redden. Ze zorgen voor banen, voor geld, ze stralen ambitie uit, ze bieden kansen, scheppen welvaart. Tachtig procent van de armoedevermindering is het rechtstreeks gevolg van economische groei, wijst onderzoek uit. Van lokale bedrijfjes tot multinationals, alles helpt mee.
Duurzame handel: kansen te over
En opvallend veel Nederlandse ondernemingen lopen in de voorste rij als het gaat om duurzaamheid. DSM, Heineken en Shell (Foundation) behoren bij het half dozijn recente winnaars van de 2010 World Business en Development Awards. Akzo Nobel, Rabobank (Foundation), Imtech, de certificeerder van duurzame koffie Utz Certified, en talloze andere Nederlandse bedrijven doen in stilte veel goed werk. En het jonge Initiatief Duurzame Handel kan haar eigen succes met het verduurzamen van productieketens — van de cacaoboer in Ivoorkust tot de Marsfabriek in Veghel — nauwelijks bijbenen. Tientallen bedrijven staan te dringen om mee te mogen doen.
Minister Knapen heeft het budget van de IDH recent verhoogd van twintig naar honderd miljoen in de komende vijf jaar. Ik kan me niet voorstellen dat dit geld elders beter had kunnen worden besteed.
Natuurlijk werkt dit niet overal. Een handvol landen, vooral in Afrika, doen het erg slecht. Vooral omdat bestuurders er de vijand zijn van hun eigen burgers. Deze landen zullen, ver voorbij de Millenniumdoelen- deadline 2015 — hulp nodig hebben. Daar zijn en blijven de ICCO’s en Cordaids hard nodig.
Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering en internationale samenwerking. Bekijk hier de andere reportages, verslagen en analyses.
This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0