john verhoeven content strategie

Waarom is landbouw geen speerpunt in de Nederlandse hulp? (analyse)

(OnzeWereld, juni 2008)

John Verhoeven


Sterk stijgende voedselprijzen duwen honderden miljoenen mensen onder de armoedegrens. De voedselcrisis in het armste deel van de wereld, waar twee derde van de ruim zes miljard wereldburgers wonen, slaat hard toe. Daar geven mensen al gauw minstens de helft van hun inkomen uit aan eten, heeft Oxfam Novib becijferd. Wat de crisis betekent voor deze groep armen, laat zich raden. Wat te doen?

De kern van het probleem is dat kleine boeren in arme landen niet efficiënt produceren. Het ontbreekt hen aan van alles: aan geld (voor kunstmest of goed melkvee), maar vooral aan kennis, langdurige begeleiding, en toegang tot de (nationale of mondiale) markt.

De voedselschaarste leent zich bij uitstek voor een Nederlandse hoofdrol. Wie wel eens in arme regio’s rondreist, zal hebben gemerkt dat werkelijk tot in alle uithoeken, Nederland een uitstekende reputatie heeft op het terrein van landbouw. De laatste decennia is de prioriteit van ons armoedebeleid echter drastisch verschoven, van directe steun aan – bijvoorbeeld – kleine boeren, naar hulp aan regeringen, in de vorm van schuldenkwijtschelding, begrotingssteun etc. Inmiddels doen we van alles en nog wat: we werken aan alle acht Millenniumdoelen, door elke nieuwe minister nog aangevuld met een paar eigen nieuwe speerpunten.

Dit weerspiegelt zich bij de ontwikkelingsorganisaties. Het lijkt wel alsof men bang is om te specialiseren, uit vrees op het verkeerde paard te wedden. Elders is specialisatie een voorwaarde om te overleven: bedrijven, universiteiten, ziekenhuizen, iedereen specialiseert zich om in een specifiek vakgebied de beste te worden of te blijven. In de internationale samenwerking blijft die trend nog ver achter.

We zien nu hoe jammer dat is. Er is in Nederland nog steeds een enorme opeenstapeling van deskundigheid op het terrein van landbouw. Op wetenschappelijk terrein, bij banken en verzekeraars die hun wortels in de landbouwsector niet vergeten zijn (Rabobank), bij het agri-bedrijfsleven, en bij de boerenorganisaties zelf. Al deze spelers zijn nu in meer of mindere mate actief in arme landen, maar vaak versnipperd of ad hoc samenwerkend. Ook de reguliere hulporganisaties doen meestal wel wat met landbouwprojecten, met de relatief kleine boerenorganisatie Agriterra, de ngo van de verzamelde Nederlandse landbouwsector, als enige echte specialist.

Het zou helemaal niet gek zijn een flink deel van de ruim vijf en een half miljard euro die onze regering nu jaarlijks aan hulp besteedt, te oormerken voor een samenhangend landbouwontwikkelingsbeleid.

Het is lovenswaardig om alles te willen doen wat moet gebeuren, maar het is onmogelijk om in alles uit te blinken. Waarom proberen we niet mondiaal leidend te worden in een tak van ontwikkeling die ons van oudsher ligt, waarin we een ijzersterke reputatie hebben en waar een flink deel van de wereld de komende jaren enorm om zit te springen?


Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering en internationale samenwerking. Bekijk hier meer buitenlandse reportages.


This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0