OnzeWereld, juli/augustus 2007
Vooraf: Het gesprek vond plaats bij gelegenheid van het vijfjarig bestaan van de Prins Claus Leerstoel die in 2003 werd opgericht voor het versterken van rechtvaardige ontwikkeling van de armsten in de wereld. Koningin Máxima, toen nog Prinses, heeft als voorzitter van het curatorium het gedachtegoed van haar schoonvader, Prins Claus, actief uitgedragen.
Tekst John Verhoeven en Marc Broere
INTRO
Prinses Máxima, voorzitter van het curatorium van de Prins Claus Leerstoel, is gefascineerd door ontwikkelingssamenwerking. Net als haar schoonvader Prins Claus vindt zij dat mensen zélf moeten kunnen bepalen wat voor hen ontwikkeling is. Door haar moederschap heeft zij nog meer moeite gekregen met onrecht en onveiligheid in de wereld. ‘De wereld redden is misschien een beetje ambitieus, maar wij doen ons best…’
U bent voorzitter van het curatorium van de Prins Claus Leerstoel. Waarom heeft u gekozen voor deze functie?
“Ten eerste wil ik zeggen dat de onderwerpen ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking mij altijd gefascineerd hebben. Wat ik ook altijd belangrijk heb gevonden, is een goede aansluiting tussen noordelijke en zuidelijke landen op het gebied van ontwikkelingsvraagstukken. Daarom vond ik het een voortreffelijk idee om jonge wetenschappers uit zich ontwikkelende landen, de kans te geven hier in Nederland hun gedachten te uiten en met ons van gedachten te wisselen. We kunnen zeker van hun standpunten leren. Toen het idee voor de Prins Claus Leerstoel vorm kreeg en ik als voorzitter werd gevraagd, wilden we vanuit de Koninklijke Familie zeker iemand afvaardigen om het gedachtegoed van Prins Claus uit te dragen en verder gestalte te geven. Vanwege mijn interesse in deze vraagstukken heb ik die rol op mij genomen. Dus ik heb hier eigenlijk twee petten op: vanuit mijn persoonlijke interesse en als vertegenwoordiger van de familie.”
De naamgever van de Leerstoel, uw schoonvader Prins Claus, was zeer betrokken bij het armoedevraagstuk. Wat is de belangrijkste les die u van hem heeft geleerd?
‘Als er één zaak was waar wij het over eens waren, was het wel dat mensen zichzelf moeten ontwikkelen en dat ze daarvoor voldoende kansen moeten krijgen. Dat is precies mijn drijfveer om met microfinanciering bezig te zijn: het is een geweldig middel om mensen kansen te geven zichzelf te ontwikkelen en keuzes te maken. Ik kom ook uit een land in ontwikkeling, misschien kan ik me daarom zo goed vinden in deze stelling.”
‘Onze mogelijkheden om dingen in beweging te krijgen zijn groter dan van een diplomaat of bankier’
Prins Claus wist veel over Afrika en ontwikkelingssamenwerking. Als lid van het Koninklijk Huis voelde hij zich soms beperkt in de mogelijkheden om zijn kennis in de praktijk te brengen en zijn meningen te uiten. Herkent u dat ook bij uzelf?
‘Natuurlijk moeten wij soms voorzichtig zijn, maar ik denk dat kennis en ervaring ons leren hoe wij daarmee om moeten gaan. Prins Claus heeft uiteindelijk veel vrijheid gekregen, ik denk gebaseerd op respect voor de expertise die hij op dit gebied heeft opgebouwd. De mogelijkheden die Prins Claus en ik hebben gekregen in deze positie om zaken in beweging te krijgen, zijn groter dan wat wij ooit hadden kunnen bereiken als diplomaat of bankier. Dat weegt weer op tegen de beperkingen van deze positie.’
Het centrale thema in de activiteiten van de Prins Claus Leerstoel is Development and Equity. Wat is voor u de kern van Development and Equity?
‘Development betekent ontwikkeling, ‘equity’ betekent rechtvaardigheid. Dus het gaat over rechtvaardige ontwikkelingskansen voor alle mensen waar ook ter wereld. Dat betekent dat niet alleen gebaseerd macro-economische groei belangrijk is, maar dat ieder aan die groei kan deelnemen. Daarin is ook belangrijk om te beseffen dat naast economische ontwikkeling, de ontwikkeling van het individu binnen de eigen cultuur een cruciaal element is, dus mensen in hun eigen waarde ontwikkelen.
Terwijl de Leerstoel de nadruk legt op equity en onderliggende vragen van het armoedevraagstuk, wordt de trend binnen ontwikkelingssamenwerking steeds meer de concrete meetbaarheid van resultaten. Roeit de Leerstoel daarmee niet tegen de stroom in?
‘Ik begrijp het streven naar zichtbare resultaten heel goed. Ik kom zelf uit het bedrijfsleven en daar word je op een gegeven moment ook afgerekend op concrete resultaten. Investeringen moeten renderen, dat geldt natuurlijk ook voor ontwikkelingssamenwerking. Alleen moeten we wel onderscheid maken tussen investeringen op de korte en de lange termijn. Ook zijn resultaten niet altijd toe te schrijven aan een specifieke interventie, dat zou te makkelijk zijn. Er zijn zoveel factoren die in samenhang kunnen bijdragen of juist afbreuk doen aan armoedevermindering. Het is dan ook ontzettend belangrijk om juist die samenhang in het oog te houden. Maar belangrijker nog is dat mensen zelf bepalen wat voor hen ontwikkeling is, en dat zij eigen keuzes maken. Dat heeft Prins Claus ook altijd willen benadrukken.
‘Duurzaamheid moeten we goed kunnen meten’
Daarnaast denk ik dat als we echt willen, duurzaamheid in ecologische, economische en sociale termen ook gemeten kan worden. We moeten daarvoor innovatieve instrumenten ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld modellen voor het berekenen van opportunity costs van een interventie of een innovatief waarderingssysteem. Dat kunnen we alleen doen als we net zoveel belang hechten aan ecologische en sociale ontwikkeling als aan economische ontwikkeling.’
Wat inspireert u in het voorzitterschap van de Prins Claus Leerstoel?
‘Ik vind het geweldig om jonge, talentvolle wetenschappers uit niet-westerse landen een platform te geven en hun waardevolle onderzoek en drijfveren te leren kennen. Er is zoveel deskundigheid en ervaring die nog niet uit gewisseld wordt op dit terrein. We proberen ook aansluiting te vinden bij scholieren. Vorig jaar hebben we een succesvol scholierenproject georganiseerd over mensenrechten, migratie en ontwikkeling. De scholieren bouwen op deze manier niet alleen kennis op over ontwikkelingsvraagstukken, maar raken ook meer betrokken bij het lot van andere mensen in andere landen uit andere culturen. Kennisuitwisseling die tot betrokkenheid leidt, dat vind ik heel inspirerend.’
Waarom is het belangrijk dat talentvolle wetenschappers uit ontwikkelingslanden zich door de Leerstoel kunnen profileren?
‘Niet alleen kunnen wij veel van hen leren, andersom steken de niet-westerse wetenschappers ook veel op van hun verblijf in Nederland, internationaal gezien een belangrijke speler op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Juist het samenbrengen van het niet-westerse perspectief en onze eigen expertise is in mijn ogen de sterke formule van deze leerstoel. Zo werd de afgelopen jaren door de verschillende leerstoelhouders een breed scala aan onderwerpen onder de aandacht gebracht: de organisatie van de wereldeconomie, onderwijs en de positie van de vrouw in Afrika, migratie en de rechten van indianen in Latijns-Amerika, rechtvaardige ontwikkeling en de noodzaak van vrede in het Midden-Oosten, en de belemmeringen en mogelijkheden voor goed bestuur in Zuid-Azië.’
De huidige leerstoelhouder Nasira Jabeen stelt dat het concept van goed bestuur per regio bepaald moet worden. Dat is de enige manier waarop goed bestuur kan bijdragen aan het oplossen van armoede. Is dit besef volgens u voldoende doorgedrongen in de donorgemeenschap?
‘Ik denk zeker dat de donorgemeenschap van Jabeens aansprekende rede veel kan opsteken. Zoals zij benadrukte zijn de algemene principes van goed bestuur overal van toepassing, maar je moet wel oog houden voor de grote culturele verschillen tussen de regio’s en de landen waarin dit in praktijk moet worden gebracht. Er is geen one-size-fits-all, ook niet voor bestuurlijke modellen.’
‘Als je eenmaal kinderen hebt, dan ben je nog veel bewuster van jouw verantwoordelijkheid’
Heeft het moederschap u veranderd als het gaat om uw aandacht voor armoede?
‘Absoluut! Mijn aandacht voor armoede is er niet zo zeer door vergroot, maar ik ga er wel emotioneler mee om. Als je eenmaal kinderen hebt, dan ben je nog veel bewuster van de toekomst en jouw verantwoordelijkheid om die toekomst te verzekeren van veiligheid, vrijheid, duurzaamheid, respect en goede ontplooiingskansen. Dan kun je niet om de toekomst van alle kinderen heen… en de zorgen van hun moeders ook. Ik moet toegeven dat ik nu veel meer moeite heb met onrecht en onveiligheid. Soms kan ik de verhalen gewoon niet aanhoren, dan word ik te emotioneel geraakt.’
Bent u optimistisch over de wereld waarin uw kinderen zullen opgroeien?
‘Ay… Ik ben optimistisch van aard. En dat geef ik ook door aan mijn kinderen. Sowieso vind ik dat je zonder optimisme niets kunt oplossen. Dan kom je nergens. Toch vind ik dat wij met z’n allen in deze wereld té verdeeld zijn over hele basale vraagstukken die de mensheid een waardevoller, veiliger en duurzamere toekomst kunnen geven. Ik mis in de wereld soms het besef van urgentie om kwesties als armoedebestrijding, milieu en tolerantie voor culturele verschillen hoog in het vaandel te hebben. Ik heb persoonlijk moeite met de hypocrisie en de windowdressing die ik soms tegenkom. Maar gelukkig zijn er ontzettend veel mensen die geweldig hun best doen. Dat geeft me energie en vertrouwen. Ik blijf natuurlijk een optimist!’
U zou, als duo met uw echtgenoot, een formidabele kracht kunnen zijn in de mondiale strijd tegen armoede. Is het denkbaar dat u in de toekomst de krachten gaat bundelen en zich als koninklijk paar gaat inzetten voor armoedebestrijding?
‘We zijn allebei heel dankbaar dat de Verenigde Naties en andere organisaties ons de mogelijkheid bieden om ons op deze manier in te zetten. Zoals u weet richt mijn man zich met name op water en sanitaire voorzieningen en ik meer op economische ontwikkeling en in het bijzonder de financiële sector. Dit zijn zeker geen gescheiden werelden. Ze zijn op talloze manieren verweven. Voor irrigatie heb je bijvoorbeeld naast een waterbron ook financiering nodig. Daar kan microfinanciering bij helpen. En microverzekeringen kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat kleine boeren minder kwetsbaar zijn voor overstromingen of droogte. Beide werkterreinen helpen mee aan het behalen van de Millennium Development Goals, en zo worden onze krachten toch al mooi gebundeld?! Maar, we hebben in de eerste plaats een rol in Nederland te spelen, afgezien van het veilig en goed opvoeden van onze drie dochters. De wereld redden is misschien een beetje ambitieus, maar wij doen ons best…’
This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0