(April 2003, OnzeWereld)
Door John Verhoeven
INTRO
Duizenden uiteenlopende groeperingen streven een rechtvaardige globalisering na. Hoe vertaalt zich dat in concrete invloed?
Michael Hardt, mede-auteur van het boek Empire, met Antonio Negri, was bij het World Social Forum in Porto Alegre, Brazilie. ‘Ik zie dat groepen hun verschillen koesteren en tegelijkertijd samenwerken. Dat is nieuw en veelbetekenend.”
INTERVIEW
‘We zien bij de andersglobalisten niet de vorming van een nieuwe mondiale partij, van een nieuwe Internationale, waarbij mondiale groeperingen onder het leiderschap worden geplaatst van een centraal internationaal comité. Dat zou een absurde gedachte zijn. Absurd, want onmogelijk. En ook absurd omdat het onwenselijk is. Het is een achterhaald concept. Zo’n internationale is niet eens twintigste-eeuws, het is 19e eeuws. Dat hebben we toch allemaal eens meegemaakt?’
Wat zien we dan wel?
‘In de mondiale beweging van andersglobalisten ontstaat het netwerkmodel. We noemen dat in ons boek Empire een multitude: een menigte, een massa. Mensen groeperen zich wereldwijd rond bepaalde thema’s en ideeen trekken samen op. Zo’n groep kan voortdurend veranderen qua omvang, samenstelling en richting. Groepen maken onderling nieuwe verbindingen. Er is overleg. Er zijn samenkomsten.
Het is heterogeen, kleurrijk, steeds in beweging. Het idee van de massa die zich aansluit bij een leider en een centraal programma, dat idee is verdwenen. Hiërarchie ontbreekt. En wat opvalt is dat de nieuwe groepen zich heel snel kunnen vormen, maar ook snel weer ontbinden. Ze werken op specifieke onderdelen samen en er is altijd de mogelijkheid dat ze het niet met elkaar eens worden. Dat wordt niet als een probleem ervaren. De verschillen worden gekoesterd.’
Probleem van het marxisme
Wat me opvalt is dat de linkse politieke partijen aan vakbonden zich nogal verzetten tegen dit concept van muterende groepen, van multitudes. U wordt hier bij sommige seminars nogal stevig aangepakt door traditioneel linkse activisten en vakbondsmensen.
‘Nou, onze voornaamste kritiek op die partijen is, dat zij hun strijd definiëren als die van arbeiders tegen niet-arbeiders. Daarmee sluiten ze grote groepen mensen uit. Zoals de onbetaalde arbeiders, zoals huisvrouwen, en de gezinsleden van boeren. Ook boeren zelf vallen buiten hun terrein. Die worden buitengesloten.
In onze visie is er geen sprake meer van twee klassen, maar van meerdere. Er zijn verschillende combinaties mogelijk van arbeid en niet-arbeid, van soorten bezit.
De organisaties van mensen zijn nu veel pluriformer. Nog een probleem van het marxisme is dat het meent dat de burgers in wezen passief zijn en dus een duidelijk leiderschap nodig hebben waarin een eenheid en een helder programma voorop staan.
Maar dat kan ook anders. Hier op het World Social Forum zie je groepen heel anders functioneren. Autonoom. Zonder centraal leiderschap, maar wel in staat om een aantal subgroepen te bundelen. Op elk thema zijn er weer andere clusters van groepen die op dat ene thema samenwerken en elkaar op de andere thema’s vrijlaten. De groepen zeggen tegen elkaar: we willen verschillend blijven maar ook op bepaalde punten samenwerken. Dat is nieuw. Op basis van identiteit werden vroeger de verschillen aangescherpt en tegenstellingen gecreëerd. Nu is een combinatie mogelijk van mensen die zeggen: op die punten zijn we het eens en doen we samen. Op die andere punten werken we samen met andere groepen.’
Dus de traditionele linkse partij aan vakbonden hebben hun tijd gehad?
‘Ik zie dingen veranderen. Vroeger was het zo dat er drijfveren van grote groepen mensen op een gegeven moment werden vastgelegd in een ideologie en een bijbehorende beheersstructuur. Een centraal leiderschap van waaruit een klasse werd afgebakend.
Dat had wel een paar schaduwkanten. Ten eerste is daar het gebrek aan democratie in zo’n structuur. Dergelijke bestuursmodellen druisen in tegen ons gevoel van vrijheid en van individualiteit.
Het tweede punt is de vraag van effectiviteit. Je ziet dat de oude centrale beheermodellen hun zwakheden hebben. Je mag er nooit van uitgaan dat elk organisatiemodel tijdloos is. Elk model heeft zo een eigen historische moment, een fase waarin het efficiënt en effectief werkt. Dat geldt voor politieke partij en ook voor het hele concept van democratie.”
Bedoelt u dat die oude modellen nu niet meer werken?
Het startpunt voor het boek Empire
‘Ik bedoel dat de wereld veranderd is en de traditionele modellen niet. Dat was voor Toni Negri en mij ook startpunt voor Empire. We keken in 1991 in Parijs op de televisie naar de Golfoorlog en begonnen te praten over hoe het wezen van oorlog veranderd was. President Bush senior begon na die oorlog over ‘de nieuwe wereldorde’. Wat was dat? Daarover gingen we nadenken en in 1994 begonnen we met het schrijven aan Empire.’
Is de globaliseringsbeweging een exponent van die nieuwe wereldorde?
‘In zekere zin wel. Ja. Wat we zien is dat de structuur van de natiestaat niet meer geschikt is om de problemen van de wereld te verklaren of op te lossen. De oude manier van kijken geeft geen inzicht meer in het functioneren van de wereld. We moeten dus nieuwe structuren bedenken.
Ik denk dat onze situatie wel erg te vergelijken is met die van de revolutionairen in de 17e en 18e eeuw. In het Europa van die tijd introduceerden revolutionaire krachten democratie als staatsvorm. Maar ze namen niet zonder meer het oude Griekse model van democratie over. Ze baseerden zich erop, maar kopieerden het niet. De critici van die tijd zagen helemaal niets in democratie als staatsvorm. Ze zeiden: “Luister, democratie was misschien prima voor de bestuursvorm van Athene, maar dat zal nooit werken voor de natiestaat.”
Deze revolutionairen begrepen dat democratie in de Europese natiestaat anders moest worden georganiseerd dan in de stad Athene. We zien nu al om ons heen hetzelfde gebeuren. Opnieuw beweren sceptici dat democratie wel kan functioneren binnen de kaders van de natiestaat, maar niet op een mondiale schaal. En ze hebben in zekere zin gelijk. Als we de structuren simpelweg kopiëren van nationaal niveau naar een mondiale schaal, werkt het niet.’
U noemt de globaliseringsbeweging een nieuw soort beweging. Maar ik zie hier toch vooral representanten van gewone maatschappelijke organisaties rondlopen. Clubs met een duidelijke hiërarchie, een leider en een programma.
‘Daar ben ik het maar gedeeltelijk mee eens. Ik ben in die wereld niet zo thuis, maar ik zie veel niet-gouvernementele organisaties die niet erg hiërarchisch zijn. Die functioneren als sociale bewegingen. Ik zie experimenten met organisatievormen. Natuurlijk zijn dat hiërarchische organisaties, maar ik zie ook veel horizontale verbindingen. Nieuwe relaties van groepen die onderling heel verschillend zijn en dat ook willen blijven. Die trouw blijven aan hun eigen ideeën, maar die toch op bepaalde onderdelen samenwerken. Dat is volgens mij een nieuw fenomeen. Ik vind het veelbetekenend.’
Wat betekent dit voor de maatschappelijke organisatie die aansluiting zoeken bij deze beweging?
‘Het betekent niet dat deze organisaties overbodig worden. Het betekent wel dat ze anders zullen gaan functioneren, in een andere context, met andere doelstellingen. Minder corporatistisch, minder georiënteerd op een specifieke doelgroep. En ze zullen meer invloed van buiten moeten toelaten.’
Italiaanse vakbond CGIL als voorbeeld
‘Een voorbeeld? De Italiaanse vakbond CGIL. Deze bond was, zoals alle vakbonden, gefocust op de belangen van zijn werkende leden. Sinds de protesten in Genua, bijna 2 jaar geleden, zie je dat de CGIL weliswaar zijn oude structuur handhaaft, maar ook aansluiting vindt bij een specifiek deel van de globaliseringsbeweging. De bond heeft een aantal speerpunten van de globaliseringsbeweging geïntegreerd in zijn doorstelling. Dus nu is de CGIL niet meer alleen voor eigen traditionele achterban actief, hij neemt ook een positie in waar ook niet-leden of niet-werkenden zich bij kunnen aansluiten.
Dit is niet het einde van de globaliseringsbeweging, of het einde van de vakbond. Het is eerder een herschepping, een herformulering van de principes waarop zo’n organisatie is gestoeld. Ik denk ook dat dit, in zijn algemeenheid, een uitstekende ontwikkeling is.
Die organisaties zullen wel moeten, want steeds minder mensen willen in een hierarchische structuur achter een leider en een eenduidig programma aanlopen.’
Eén van de grote vragen is hoe het hoe de kracht van de groepen bij het World Social Forum kan worden gebundeld tot echte macht. Wat denkt u?
‘Dat is iets wat hier en nu wordt uitgevonden. Hoe maak je het organisatiemodel van wisselende groepen effectief? Ik weet niet hoe zich dit gaat ontwikkelen. Ik denk dat niemand dit weet. En dat is waarschijnlijk maar goed ook. Ik heb wel het gevoel dat we hier aan allerlei kleine dingen kunnen zien wat wel werkt en wat niet. Daar moeten we oog voor hebben. Seattle en Genua waren in allerlei opzichten wel degelijk effectief. Maar er is geen grote theorie, geen eenduidig plan, geen ‘how to …’- boekje waar het allemaal in staat.
De lessen van de Zapatista
U noemde al eens de Mexicaanse bevrijdingsbeweging Zapatista als voorbeeld van een organisatie die nieuwe strategieën toepast.
‘Vergeleken bij het traditionele Latijns-Amerikaanse model van guerrilla oorlogsvoering zijn de Zapatista een grote stap voorwaarts. De guerrilla werd gezien — ook in de geschriften van Che Guevara — als een structuur die weliswaar vertakkingen had, maar die toch vooral volgens het model werkte van duidelijk leiderschap, discipline, verticale autoriteit.
De Zapatista nemen die structuur wel over, maar er is een voortdurend ironiseren. Een omkering. Ze noemen de mensen commandante, maar hun leider is een subcommandante, een ondercommandant. Die omkering kom je ook tegen in hun slogan: ‘Naar voren gaan, vragen stellen’. ‘Walking forward, asking questions’. In plaats van het traditionele ‘naar voren stormen en eisen stellen’. Ze zeggen ook: ‘Niet commanderen, maar gehoorzamen‘. Ze bedenken dus niet iets totaal nieuws, maar ze nemen de bekende structuren en draaien die om. Zodat het geheel meer democratisch wordt. “
Sommige mensen, onder wie uw linkse tegenstanders, beweren dat de Zapatista niet veel succes hebben gehad.
‘Dan moet je je eerst afvragen hoe effectief de traditionele aanpak van guerilla-oorlogsvoering zou zijn geweest. Ik weet zeker dat het dan nog veel slechter met hen was afgelopen. En bij de vraag welke strategie je wilt nastreven, gaat het niet alleen om de effectiviteit, maar ook om de wenselijkheid. Verandert een bepaalde aanpak ons in iets dat we niet willen zijn?
Is het niet een beetje te romantisch om er van uit te gaan dat de zachte krachten zullen overwinnen?
‘Oh ja, zeker. We mogen er niet van uitgaan dat dit allemaal wel goed komt. Maar het voorbeeld van de Zapatista is volgens mij belangrijk omdat het iets bijdraagt aan een manier waarop de zaak zich ontwikkelt.
Hoe precies? Geen idee. Natuurlijk moeten we er wel over nadenken en praten, maar dit soort dingen komt maar op één manier echt verder: dankzij experimenten, door te theoretiseren, door het aftasten van verschillende ideeën.
De mensen die in 1999 in Seattle bijeen kwamen om te protesteren tegen de WTO hadden nagedacht over de kenvraag. Waar ligt de hoofdstad van de neoliberale globalisering? Als die mensen hadden gedacht dat Washington DC het centrum was, dan hadden ze niet in Seattle moeten zijn. Maar dat dachten ze dus niet. Ze hadden uitgeplozen hoe volgens hen de nieuwe economische wereldorde werkte. En ze kwamen dus uit bij de Wereldhandels-organisatie, de WHO die bijeen kwam in Seattle.
Dit is voor mij een duidelijk voorbeeld van hoe deze beweging nadenkt en leert en hoe ze het geleerde in de praktijk brengt.
Uitdagingen voor de andersglobaliseringsbeweging
Wat is naar uw mening nu de grootste uitdaging voor de antiglobaliseringsbeweging?
‘De bijeenkomsten van de andersglobalisten hebben twee zwakheden. Het eerste is het nogal Noord-Atlantische karakter van de beweging. Niet zozeer in de keuze van onderwerpen, maar in de reikwijdte van de netwerken.
Het tweede zwakke punt is dat de beweging zich tot op heden heeft verenigd rond protest. Hier liggen twee taken. In de eerste plaats het uitbreiden van de netwerken en verbindingen. Daarmee wordt de beweging niet alleen groter. Ze zal ook door veranderen. De demonstranten in Genua vinden aansluiting bij de Braziliaanse MST, de beweging van landloze boeren.
Dat is geen fusie. Even zullen deze bewegingen zich tot elkaar bekeren. Wel zullen ze zichzelf en de ander en dus elkaar veranderen, door met elkaar samen te werken. Het tweede punt is dat de beweging zich moet omvormen van een protestbeweging tot iets dat alternatieve scenario’s voorstelt. Op dit punt is het World Social Forum in Porto Alegre het symbool van die inspanning.
‘Maar dit zijn twee uiterste moeilijke processen. Ik ga er niet vanuit dat dit in één of twee bijeenkomsten is geregeld. Er is geen snelle oplossing. Je moet gewoon geduld hebben. Zien wat er zich ontwikkelt zonder een concreet einddoel in zicht te hebben.
Bent u optimistisch?
‘Ik hou niet van dat woord. Je zou kunnen denken dat een optimist iemand is die positief blijft, ook als daar geen speciale reden voor is. Zo’n optimist ben ik niet. Ik noem mezelf liever confident, vol vertrouwen. Ik denk niet dat het snel gaat en ook niet met een grote knal, maar ik heb vertrouwen in deze beweging. We lijken op de dissidenten in het Oostblok tijdens het communisme. Hun streven leek een onmogelijke opgave, maar uiteindelijk lukte het.”
KADER: WIE IS MICHAEL HARDT?
Michael Hardt: een uitgesproken groepsmens
‘Collectieve projecten hebben me altijd geboeid. Het kunnen samenwerken met andere mensen. Het deel uitmaken van een groter geheel van een collectief proces. Daar heb ik me altijd heel prettig bij gevoeld. De samenwerking met Toni Negri is op zichzelf ook al heel erg prettig, maar er is meer.
Ik doe ook op het feit dat onze geschriften deel uitmaken van een grotere context en een rol spelen in allerlei verschillende ontwikkelingen. Niet alleen in de beweging van andersglobalisten, maar ook in andere circuits. van mensen die nadenken over manieren om de wereldorde meer democratisch te maken. Die nadenken over alternatieve vormen van globalisering, zoals bij de Wereldbank. Daar zitten ook geweldige mensen die over deze problematiek nadenken. Ik vind het fantastisch dat Empire invloed heeft op allerlei soorten mensen.
En wat ik nog belangrijker vind is dat wij ook weer iets leren van die reacties. Ik vind het enorm bevredigend een deel uit te maken van zo’n grote groepering van mensen, zo’n project. Ik ben echt een groepsmens.
CV Michael Hardt
1960: Geboren in een voorstadje van Washington DC, als zoon van een Sovjet-kenner en econoom.
Eind jaren zeventig: Als student werktuigbouwkunde raakte hij geïnteresseerd in alternatieve energiebronnen. In de zomervakanties werkt hij bij een fabriek van zonnepanelen in Italië.
1983: Gaat studeren in Seattle en wordt doctor in vergelijkende literatuurwetenschappen.
1988: Vertrekt naar Parijs op uitnodiging van de Italiaanse professor Tonio Negri, wiens boek over Spinoza hij uit het Italiaans vertaalde. Negri was verbonden aan de ultralinkse Rode Brigades in Italië en leeft in ballingschap in Frankrijk. Aan de universiteit St Denis werkt Hardt, onder leiding van Negri, aan een dissertatie over Italië in de jaren zeventig.
1992: Gaat werken aan de Italiaanse afdeling van de Universiteit van Zuidelijk Californië in Los Angeles.
1994: Hardt en Negri publiceren hun eerste gezamenlijke boek, The Labour of Dionysus, en beginnen aan Empire. Hardt wordt hoofddocent literatuur aan de Duke Universiteit in North-Carolina. Negri keert terug naar Italië en krijgt huisarrest vanwege zijn banden met de Rode Brigades.
1997: Hardt en Negri maken Empire af.
2000: Empire verschijnt bij Harvard University Press. In 2002 volgt de Nederlandse vertaling bij Van Gennep.
2004: Het nieuwe boek van Hardt en Negri verschijnt: Multitudes.
In dit interview bespreekt Michael Hardt de theorie achter – en zijn visie op – de internationale bijeenkomsten van het World Social Forum en het European Social Forum, waarover ik diverse artikelen schreef, die hier zijn terug te vinden.
Michael Harts’ Wikipedia pagina : https://en.wikipedia.org/wiki/Michael_Hardt#
Licensed under CC BY-NC-SA 4.0