john verhoeven content strategie

Microverzekeringen in Nepal: kleine polis met grote gevolgen (reportage)

(OnzeWereld, maart 2005)

(VOORAF: dit is een reportage in Nepal, in 2005. In het kielzog van experts van de Nederlandse non-profit organisatie MIAN, verbonden aan Agriterra en Interpolis, die daar bezig waren met het introduceren van iets totaal nieuws: microverzekeringen voor arme, kleine boeren.

Door John Verhoeven

Het gaat goed met de coöperaties in Nepal. Dankzij kleine leningen stijgen de inkomsten van boeren en middenstanders met sprongen. Tijd voor de volgende stap: kleine verzekeringen. Op pad met Interpolis, dat met dit project weer terug is bij haar wortels.

Aan het eind van de middag drinkt Tulsi Neupaniv met ons een kopje thee. Tulsi, een oudere vrouw met een air van succes en zelfvertrouwen, is lid van de plaatselijke coöperatie Aadanba, wat ‘Ideaal’ betekent. Ze drijft een restaurant/winkeltje in Mungarpur, een dorpje met lemen huisjes, eenvoudige stenen bouwsels en lapjes landbouwgrond in de vruchtbare Chitwanvallei in zuidelijk Nepal, tegen de Indiase grens.

We moesten haar beslist even treffen van Meena Kharel, penningmeester van de coöperatie. Snel is duidelijk waarom. Zeven Jaar geleden nam Tulsi haar eerste microkrediet op, toen nog van de voorloper van coöperatie Aadarsha. Van de lening van 15.000 roepie (150 euro) besteedde ze 6000 roepies aan stoelen en tafels van het restaurantje en 9000 aan de inventaris van de winkel.

Tulsi betaalde haar lening af en nam ettelijke keren grotere leningen op die ze ook weer afbetaalde. Het laatste microkrediet, voor de aanschaf ven een mobiele telefoon met antenne-apparatuur, bedroeg 42.000 roepies, een duizelingwekkend bedrag. Sindsdien belt het hele dorp tegen een vergoeding met haar mobieltje.

Nu volgen haar drie kinderen particulier onderwijs: ze worden ’s morgens opgehaald en ’s middags weer thuisgebracht met de knalgele bus van een nabijgelegen ‘boarding school’. Geld lenen hoeft Tulsi inmiddels niet meer. Ze heeft zelfs een stukje bouwgrond gekocht.

Aadarsha-penningmeester en econoom Meena herhaalt het wel drie keer. Eigen bouwgrond, kinderen op de boarding school: duidelijker tekenen van status en welvaart bestaan hier niet.

Naar Bharatpur

Tulsi is maar een van de vrouwen die we spreken in Mungarpur. Het dorp is de eindbestemming van een hobbelige tocht vanuit de stad Bharatpur: anderhalf uur over vrijwel onverharde wegen, in de company car van de Aadarsha-coöperatie, een kleine zwarte Koreaan. Voorafgegaan door een gids op een motor die onderweg een keer of drie de weg moest vragen, en die verder schuilgaat achter de stofwolken van zijn zwarte Hero Honda, zijn we hier aangeland. Dit zijn de mensen die we willen spreken: boeren die zich via microkrediet, ofwel een kleine lening van soms maar vijftig euro, hebben opgewerkt naar een redelijke broodwinning.

Kleine boeren aan het werk op hun land in het hooggebergte van Nepal.

De coöperatie doet het wonderwel goed in Nepal. Het idee van zo’n belangenorganisatie van en voor leden is dat deelnemers zowel afnemer/consument als lid/aandeelhouder zijn. Ze hebben een stem in alle beslissingen. Samen streven ze een doel na dat ze ieder afzonderlijk niet zouden kunnen verwezenlijken: goedkoop inkopen, verzekeren en lenen, en ook verkopen en sparen. Saamhorigheid staat centraal – het is allen voor een, een voor allen – en de leden delen zowel in de positieve als negatieve resultaten van hun vereniging. Bij een spaar- en kredietcoöperatie, die je in Nepal veel ziet, zijn deelnemers spaarder of lener, maar ook een beetje bankier: de opgebouwde reserves behoren ook hen toe. Ze sparen een vast bedrag per maand, dat door een ‘collector’ aan huis wordt opgehaald. Zonder dat spaargeld kan de coöperatie niet functioneren.

Nefscun

De kracht van het systeem zit in het feit dat mensen die bij een normale bank geen schijn van kans maken omdat ze nauwelijks bezit hebben dat als onderpand kan dienen, wél geld kunnen lenen bij deze belangenorganisatie. En zo doen de honderden Nepalese spaar-en leencoöperaties, die na een aanpassing van de wet in 1994 werden opgericht, het uitstekend. Koepelorganisatie Nefscun heeft inmiddels ruim 73.000 leden, vooral boeren. In de stedelijke gebieden van Kathmandu en Bharatpur hebben handelaren en ambachtslieden hun eigen coöperaties. Meena Kharel schat de gemiddelde inkomensgroei van de cooperatieleden tussen de 15 tot 20 procent per jaar.

Mungarpur

‘Toen we begonnen hadden we niet eens geld voor de koffie, we moesten geld lenen van de mannen’, zegt een van de vrouwen in Mungarpur. ‘Nu hebben we een betere relatie met het gezin — en met onze mannen, want we brengen geld in.’

Voor de vrouwen in het dorp ziet de wereld er nu heel anders uit dan pakweg drie jaar geleden, toen Aadarsha met de leningen begon. Toen werkten ze nog vrijwel allemaal in het huishouden. En bewerkten ze een stukje grond voor eten. Voordien konden ze alleen geld lenen tegen woekerrentes van soms wel 35 procent bij lokale rijke families.

De rente bij de coöperatie is een stuk lager. Suman Khanal, directeur van Nefscun, schat die zo rond de twaalf en veertien procent, heel redelijk voor een land met inflatiecijfers van rond de acht procent. ‘De vrouwen hadden aanvankelijk geen idee hoe ze een bedrijfje moesten opzetten’, zegt Meena. ‘Nu brengen ze soms al de hoofdmoot van het inkomen binnen.’

Lening van 3000 roepies

De gemiddelde vrouw in Mungarpur leent 3000 roepies, dertig euro, een doorsnee maandinkomen. De eerste leningen zijn vaak nog bedoeld voor de aanleg van sanitair, maar gaandeweg zijn, dankzij de microkredieten, talloze kleine bedrijven ontstaan die rechtstreeks zijn gericht op de lokale gemeenschap: winkeltjes, werkplaatsen, tuinderijen. Inmiddels is 90% van Mungarpur aangesloten bij de coöperatie.

Ook in het naburige dorp Gjaurigung is te zien wat microkrediet voor deze kleine gemeenschap heeft gedaan. Het kledingatelier, jaren geleden opgericht met wat geleend geld, is nu rendabel genoeg om een heel gezin van te onderhouden. Ernaast zit een kleine winkel, een bar, en een meubelbedrijf. Even verderop zit een naaister trots achter een stokoude Singer trapnaaimachine, onder een afdak naast haar huisje. Op de binnenplaats van de bar, niet meer dan een paar houten bankjes onder een laag golfplaten dak, staan drie bijenkorven. De honing levert een prima gezinsinkomen op.

‘De vrouwen willen te veel lenen’

‘Er is nu veel meer geld in het dorp dan voorheen’, zegt Mina. ‘Eerst kochten mensen vooral luxe dingen. Motorfietsen waren populair. Maar de laatste jaren steken de mensen hun geld vooral in betere scholing’. Wat is het grootste probleem voor de coöperatie? ‘De vrouwen willen te veel lenen’, zegt Mina zonder aarzelen. ‘Ze zijn te ambitieus’.

Natuurlijke hoofdrol voor Nederland

Het succes van de coöperatie en het microkrediet heeft de weg vrijgemaakt voor de volgende stap: microverzekeringen. Het is een sector waarin Nederlandse bedrijven een natuurlijke hoofdrol blijken te spelen.

Ruim honderd jaar geleden zijn de Rabobank en de verzekeringspoot van deze coöperatieve boerenleenbank, Interpolis, ook zo begonnen, met de arme zandboertjes in Noord-Brabant en Limburg: als een coöperatieve leen- en spaarbank, en een ‘onderlinge’ verzekering, van én voor de leden.

‘De boeren in Nederland kenden toen ongeveer dezelfde armoede als de boeren nu in Nepal. We zijn weer terug bij onze roots’, concludeert Jack Wasser. Hij werkt voor Interpolis en is hoofd van het Nederlandse team van verzekeringsdeskundigen. Wasser werkt samen met Jeroen de Haas, ook van Interpolis, en Ingrid van Zandvoort van Achmea aan het Nefscun Mutual Aid Program (NMAP), een project dat als doel heeft microverzekering te introduceren bij coöperaties in Nepal. Het hele project wordt betaald door Agriterra, het ontwikkelingsvehikel van de gezamenlijke Nederlandse plattelandsledenorganisaties, waarin boeren, tuinders, plattelandsvrouwen, jongeren – feitelijk de hele coöperatieve landbouwsector – zijn verenigd.

Wasser, De Haas en Van Zandvoort zijn lid van Micro Insurance Association Netherlands (MIAN), een vereniging van zestig deskundigen/vrijwilligers met kennis van coöperatieve microverzekeringen. Ze hebben vier dagen de tijd om de Nepalese coöperaties over het hoe en waarom van microverzekeringen te informeren — en de twintig verzekeringsagenten te leren hoe ze die aan de man moeten brengen. Daarna wordt het project verder begeleid door van de koepelorganisatie Nefscun. Na vijf jaar moeten er voldoende polissen zijn afgesloten om deze microverzekering zelfstandig te laten functioneren. Interpolis zit er dan alleen nog tussen voor de essentiële herverzekering van al die polissen, zodat er altijd kan worden uitgekeerd. Ook in het geval van, inderdaad, een allesverwoestende tsunami zoals we die recent meemaakten.

De coöperatieve microverzekering of onderlinge levensverzekering is een nieuw fenomeen. Twee jaar geleden ging het eerste proefproject in Sri Lanka van start en vorig jaar volgde een tweede project in de Filippijnen. De belangstelling van vooral Aziatische coöperaties voor deze vorm van onderlinge levensverzekeringen blijkt enorm te zijn. Volgend jaar staan projecten op stapel in Cambodja, Thailand, India en het eerste in Afrika: Uganda.
De verzekering in Sri Lanka heeft al ruim negenduizend polissen lopen, genoeg om op eigen benen te staan. In de Filippijnen zijn inmiddels 4500 polissen afgesloten. 

Levensverzekeringen

Waarom zou iemand die al moeite genoeg heeft met de touwtjes aan elkaar te knopen, ook nog eens een levensverzekering afsluiten, zeker in een land waar amper één procent van de bevolking zo’n verzekering heeft?

‘Het klinkt misschien een beetje cru’, zegt Jack Wasser, ‘maar als in een dorp één verzekerde overlijdt, dan sluit direct het hele dorp een polis af. Dan zien de mensen hoe het werkt: iemand gaat dood, en het gezin blijft verzorgd achter. Van de uitkering kunnen de nabestaanden de begrafenis betalen, daar begint het vaak al mee. En dan is er vaak nog genoeg geld over om bijvoorbeeld een lening af te betalen. Juist mensen die al een beetje bezit hebben, zijn kwetsbaar: bij een tegenslag kunnen ze alles weer kwijtraken

En toen: de tsunami

Een maand nadat Wasser dit beeld schetst, wordt zo’n rampscenario werkelijkheid. De tsunami in Azië kost in Sri Lanka het leven van zeker vierhonderd verzekerden, zodat de coöperatie moet terugvallen op de herverzekering bij Interpolis. Maar, hoe wrang ook, het maakt ook duidelijk wat een verzekering doet: al deze mensen krijgen hun polis uitgekeerd.

Nepal als ‘mislukkende staat’

We moeten op tijd terug zijn in Bharatpur, want in de stad heerst de avondklok. Sinds 1996, na hun opstand, hebben de maoïstische rebellen grotere delen van Nepal in een wurg­greep gekregen. De kranten staan er vol van, de mensen maken zich zorgen. De avondklok legt Bharatpur, toch een stad van 100.000 inwoners, na half negen vrijwel lam.

Deze regio, met een natuur­gebied waar de Bengaalse tijger en de neushoorn leven, zou veel toeristen kunnen trekken, maar in de plaatselijke restaurants is het personeel om acht uur al bezig de boel aan kant te krijgen. Zelfs de hotelbar doet mee, en om kwart voor negen gaan de lichten uit.

De media ademen een sfeer van pessi­misme: ‘Disaster looming large over Nepal’, kopt de Kathmandu Post in deze dagen. Op 1 februari kondigde de Nepalese koning Gyanendra de nood­toestand af. Tientallen Nepalese politici werden opgepakt en de pers gemuilkorfd. Het Brits maand­blad The Economist noemt Nepal onlangs nog een ‘mislukkende staat’. Het voorzieningenniveau buiten de steden is erbarmelijk, stromend water is een luxe. 15 procent van de woningen heeft elektriciteit. De kindersterfte in Nepal behoort tot de hoogste ter wereld – een vreemde gewaarwording voor wie in het relatief welvarende Kathmandu of Bharatpur rondloopt.

Trek naar de stad

Ook hier trekken de mensen van het platteland naar de stad – een mondiale trend die in Nepal nog wordt versterkt door de groeiende onrust buiten de grote steden. Dat ontwricht de samenleving in hoog tempo. Juist in een land met zo’n lastige geografie van hoge bergen, een smalle vruchtbare vallei en veel wonin­gen versnipperd over steile groene hellingen, is een sterke overheid onmis­baar. Maar zo’n overheid is er niet.

Somraj Khanjanira ziet zijn ambitieus gefrustreerd door die afwezige overheid. ‘In het verleden,’ zo zegt de bejaarde erevoorzitter en oprichter van de Chitrawan Coöperate Society, ‘loste de coöperatie de problemen in het huis­houden op. Nu willen we meer: de coöperatie kan een rol spelen in lokale samenleving.’

Zijn coöperatie is met ruim 700 deelnemers al acht jaar bezig: er is spaargeld en dat willen de leden verstandig uitgeven. Aan een paar nieuwe landbouwbedrijfjes bijvoor­beeld, iets waar ongeschoolden mee aan de slag kunnen. En betere onderwijs­voorzieningen. De nabijgelegen particu­liere kippenboerderij dient als voor­beeld. Maar waar te beginnen? ‘We wer­ken hard en we willen vooruit, maar we weten niet hoe. De overheid voert geen beleid, er is geen duidelijkheid. We weten niet wat er gaat gebeuren.’

Micro Insurance Association Netherlands (MIAN)

Het belangrijkste is er: geld. De leden van de coöperatie hebben in acht jaar tijd een reserve opgebouwd van ruim 8,3 miljoen roepies, bijna 60.000 euro, verdiend aan simpel bankieren: het renteverschil tussen het spaargeld en de uitstaande leningen. Ruim acht miljoen roepies, daar kun je hier bergen mee verzetten. ‘De coöperatie heeft de harten en het vertrouwen van de leden veroverd’, zegt de voorzitter. ‘Nu willen we op eigen benen staan – niet langer afhankelijk zijn van de overheid.’

Te midden van de onrust in Nepal kun­nen de meeste coöperaties onge­stoord functioneren – soms ook dankzij die overheid. ‘Waarschijnlijk’, denkt Eric, een Canadese Nefscun-vrijwilliger met een achtergrond in de financiële wereld, ‘omdat ze geen symboolfunctie hebben. Het zijn geen kapitalistische bolwerken, integendeel, ze zijn eigendom van het volk.’

En omdat de bancaire activiteiten van de coöperaties zich achter bescheiden geveltjes in gewone dorpsstraten afspelen, worden ze met rust gelaten. De coöperaties zijn stabiele factoren in een economie die wankelt. De overheid lijkt dat ook te erkennen, en helpt de coöperaties waar het kan, ook nu weer bij de introductie van de microverzekeringen. Een officieel verzekeringsbedrijf dient namelijk wettelijk te beschikken over een grote financiële reserve, maar na een gesprek met een minister kon het microverzekeringsproject, onder de vlag van ‘hulp’, van start. 

Terreurdreiging als overlijdensrisico

Hoe begin je vanuit het niets een onderlinge verzekering? Met een risicoanalyse dus, op basis van gegevens die Jeroen de Haas via de Verenigde Naties en Wereldbank verzamelde en analyseerde. Micro Insurance Association Netherlands (MIAN) heeft een speciaal rekenmodel ontworpen om premies voor microverzekeringen te kunnen berekenen en heeft dat voor het eerst in Nepal gebruikt. Daarna werd bekeken welke risico’s niet of niet volledig te verzekeren zijn omdat ze anders de premies te hoog zouden opdrijven.

Elk land kent zo zijn eigen risico’s, zo blijkt. ‘Dit is altijd maatwerk’, zegt Wasser. ‘Daarom heeft een verzekering als deze in elk land weer andere voorwaarden.’ Voor Nepal gold eigenlijk maar één specifiek overlijdensrisico: de terroristische dreiging van de rebellen. Daarom keert de polis niet uit als polishouders ‘actively involved’ zijn in daden van geweld.

Maar betekent dit nou ook dat de deelnemers aan een vredesdemonstratie tegen de rebellen, waarbij in december zes doden vielen als gevolg van een aanslag, niet verzekerd waren geweest?
Een twijfelgeval, zo blijkt. ‘Daar hebben we lang over gepraat’, zegt Jack Wasser. ‘Deelnemen aan de vredesmars is geen daad van actieve betrokkenheid bij geweld, maar in dit geval trokken de demonstranten bewust op naar het huis van een Maoïstische leider. Je zou kunnen zeggen dat ze met de demonstratie bewust een confrontatie met de rebellen hebben gezocht.’

Een lastige vraag, die Wasser gelukkig niet zelf hoeft te beantwoorden. De Nepalese bestuurders zullen zelf zo’n Salomonsoordeel moeten vellen.

Nog een typisch Nepalese omstandigheid is de opvallende trendbreuk in de sterftecijfers: zo rond het 45ste jaar gaan er relatief veel mensen dood, zowel mannen als vrouwen. Daarom maakt de polis onderscheid voor twee leeftijdscategorieën: een lagere premie voor deelnemers tot 44 jaar, en een hogere met dezelfde dekking voor de ouderen. Wie ouder is dan vijftig kan niet meer instappen.

Verder zou het gevaar van aids de premies kunnen opdrijven, maar in Nepal viel dat risico erg mee. Wie binnen drie maanden na het afsluiten van de polis overlijdt aan bepaalde ziekten (aids, kanker), krijgt niets, maar de overige ontvangen wel het volle bedrag. Dan is er nog de regel dat de verzekering niet betaalt als de polishouder binnen twee jaar zelfmoord pleegt. ‘Maar dat kennen we in Nederland ook’, zegt Wasser.

‘Nepalezen snappen dit niet’

Srijana Suwal (24) is een van die eerste twintig agenten, die een stoomcursus kregen van Jack Wasser en zijn team om de verzekeringen te kunnen verkopen. Ze werkt als computerbeheerder voor een grote stedelijke spaar- en kredietcoöperatie in Bhaktapur met de naam Subhakamana ofwel ‘Good Luck’. De leden zijn meest kleine ondernemers, werkers voor een steenfabriek en handwerkslieden.

Wat is er voor haar klanten moeilijk te begrijpen aan een levensverzekering? ‘Nou’, zegt ze, ‘vooral het idee dat de uitkering voor iemand die jarenlang premie heeft betaald, even hoog is als voor de nabestaanden van iemand die al een paar maanden na het afsluiten van een polis komt te overlijden.’ En dan nog iets: ‘De meeste Nepalezen denken dat er straks geen geld zal zijn om alle polissen te betalen. Ze zijn bang dat hun geld straks is verdwenen.’

Het begrip herverzekering, waarbij Interpolis Re het volledige risicobedrag van de polissen garandeert, iets waar de leden allemaal een beetje aan meebetalen, is lastig uit te leggen, denkt Srijana. Ze is zelf, geeft ze toe, ook nog ‘still a bit confused’ na afloop van de vierdaagse stoomcursus. Al die technische begrippen, daar zal ze ‘Jack-sir’ toch nog eens over moeten mailen.

(EINDE)


Microkrediet: vangnet tegen armoede

De microverzekering is feitelijk een onderlinge waarborgmaatschappij. Wie lid wordt sluit een polis af, en wordt daarmee ook mede-eigenaar van de maatschappij. De leden zijn in beginsel aansprakelijk voor de overschotten en de tekorten, maar de polissen worden herverzekerd om de leden te vrijwaren van verlies in geval van rampspoed.

De microlevensverzekering voorkomt dat een familie (terug) in de armoede wordt gestort als de kostwinner of een ander belangrijk gezinslid komt te overlijden. Een uitkering geeft nabestaanden de ruimte om een nieuwe broodwinning op te zetten.

De deelnemer meldt zich aan en kiest de hoogte van zijn premie en uitkering. Premies lopen op van 60 roepees (een halve euro) tot 2230 roepies (23 euro) per jaar, met uitkeringen tussen de 5000 roepies (50 euro) tot 100.000 roepies (duizend euro) in geval van overlijden. De hoogte van de premie is ook afhankelijk van de leeftijd (onder of boven de 45). Voor sommige deelnemers, zoals boeren, die voor hun inkomen afhankelijk zijn van de oogst, gelden specifieke regels. Zo mogen ze de premiebetalingen tot op zekere hoogte uitstellen. De uitkering wordt daarop aangepast.

De verzekering loopt tot de zestigste verjaardag van de polishouder. Bij eerder overlijden krijgen degenen die tot begunstigde(n) zijn benoemd, de uitkering ineens, en als het even kan, binnen een week, op vertoon van een overlijdensacte. Een snelle uitkering is belangrijk omdat nabestaanden het geld vaak voor een deel nodig hebben om de begrafenis te bekostigen. Als de verzekerde gezond en wel zestig wordt, wordt de verzekering beëindigd. Wel mag de verzekerde dan het opgebouwde tegoed plus de rente op zijn ledenrekening opnemen.

Daarnaast is de verzekerde ook nog aandeelhouder. Hij heeft dus recht op een deel van de mogelijke overwinst. Als de ‘onderlinge’ geluk heeft gehad en minder heeft uitgekeerd dan ontvangen, wordt dat geld verdeeld onder de deelnemers. Langdurige leden krijgen meer uit deze pot dan recente leden. De overwinst wordt alleen op verzoek en pas na tien jaar uitgekeerd. Daarmee heeft de onderling een financiële buffer.

Het is ook mogelijk dat door een ramp veel polishouders ineens overlijden, en de verzekering te weinig geld heeft om alle polissen te kunnen uitbetalen. Voor dergelijke calamiteiten is een “herverzekering” afgesloten via Interpolis Re. Dit was ook het geval na de tsunami in Azië met de verzekeringen op Sri Lanka, waar in één klap honderden polishouders om het leven kwamen.


De coöperatie, een Duits idee (kader)

De coöperatie is, als organisatiemodel, ruim honderdvijftig jaar geleden bedacht door de Duitser Wilhelm Raiffeisen, die de eerste agrarische coöperatieve bank ter wereld wist op te zetten.

De eerste Nederlandse coöperaties werden in de jaren tachtig van de negentiende eeuw opgericht. Tientallen Nederlandse multinationals hebben er hun ontstaan aan te danken. Van de Boerenleenbank, later gefuseerd met de Raiffeisenbank tot Rabobank, uit allerlei gezamenlijke inkoop- en verkoopcombinaties, zoals winkelketen Co-op, slachterij Dumeco, Melkfabrieken als Campina, verzekeraars zoals Interpolis, enzovoorts.


Agriterra: contact van boer tot boer (kader)

In Agriterra hebben vrijwel alle grote Nederlandse ledenorgani­saties van het platteland hun activiteiten voor de Derde Wereld ondergebracht. Het geld daarvoor komt van hun eigen leden en daarnaast van ICCO en Cordaid.

Agriterra werkt rechtstreeks met boeren- en tuindersorganisaties, zonder tussenkomst van overheid. Het is een contact van boer tot boer.

Agriterra reageert op concrete verzoeken van ledenorganisaties en zoekt er Nederlandse deskundigen bij die de projecten kunnen uitvoeren. Het is, zoals Agriterra het zelf noemt, een verbond tussen plattelandsbewo­ners.

De introductie van het Nepalese microverzekeringsproject kost ongeveer 20.000 euro. De polissen worden beheerd door de Nepalese koepel van coöperaties, Nefscun. Na een haalbaarheidsstudie en een businessplan is begin 2005 de eerste fase van twee jaar van start gegaan. In het derde jaar moet het aantal deelnemende coöperaties verdubbelen tot veertig, na het vijfde jaar moeten 160 coöperaties meedoen, zodat het pro­ject financieel op eigen benen kan staan. Daarna loopt alleen de herverzekering van het totale polissenbestand nog via Interpolis Re, om ervoor te zorgen dat de verzekering onder alle omstandigheden kan uitbetalen.


(Naschrift: Intussen timmert het MIAN nog steeds succesvol aan de weg. JV, 2025).


Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering en internationale samenwerking. Bekijk hier de andere reportages, verslagen en analyses.


This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0