OnzeWereld, 2003.
Door John Verhoeven
ANALYSE
In snel tempo verandert de mondiale beweging van andersglobalisten in een mondiale burgerbeweging. Vakbonden, maatschappelijke organisaties en linkse partijen staan te dringen om mee te kunnen doen in dit dynamische strijdperk van mondiaal debat en activisme. Behalve Nederlandse bonden en partijen. Die zijn nog vrijwel afwezig. Een vergissing en een gemiste kans.
Zijn we burgers of zijn we consumenten? Allebei, zult u zeggen. Dat klopt, binnen nationale grenzen. We consumeren en spenderen, en we doen ook mee aan het debat over de gewenste inrichting van onze samenleving. Bezuinigingen op de WAO en op de zorg in verpleeghuizen, de integratie, de toekomst van de landbouw: het zijn onze zaken. Politieke partijen zijn de katalysator, ze nemen stelling en proberen burgers aan zich te binden. Eens per vier jaar wordt de balans opgemaakt, de score vereffend.
Op mondiaal vlak echter zijn we geen burgers, maar eerst en vooral consumenten. Open grenzen en internationalisering van financiële markten maken van de wereld vooral een marktplaats en degraderen ons tot potentiële kopers, klanten. In onze mondiale burgerzin is niemand geïnteresseerd, zeker het internationale bedrijfsleven niet. Daar zullen we zelf werk van moeten maken.
Wat zijn andersglobalisten?
Kortgeleden hield de Amerikaanse schrijver Samuel Barber, die bovenstaande tegenstelling formuleerde, zijn Europese gehoor deze nieuwe taak voor: ‘zorg dat je weer een burger wordt, een mondiaal burger’. ‘Praat mee over de vraag waar we met de wereld naar toe willen.’
Het goede nieuws is dat dit proces alweer enkele jaren gaande is en veel vlotter verloopt dan Barber zich waarschijnlijk realiseert.
Maar hier te lande dringt het nog niet zo door. Misschien heeft dat iets te maken met de terminologie. We praten nog steeds over de andersglobalisten. Een woord dat een verkeerde indruk maakt. Beter zou zijn: mondiale burgerbeweging. Of nog beter: mondiaal burgernetwerk. Want dat is het: een netwerk van tienduizenden organisaties van burgers van over hele wereld, die snel in omvang en in reikwijdte groeit. Het aantal internationale allianties binnen dit netwerk groeit nog sneller. En daarmee wordt hun macht onontkoombaar.
Bij de Verenigde Naties mogen de grote niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) al komen meepraten over belangrijke zaken. Andere instellingen als Wereldbank, WTO en IMF hebben aan den lijve ondervonden dat de macht van deze burgerlijke organisaties niet te onderschatten is. Ook vele traditionele politieke splinters sluiten zich aan. Overigens tot groeiende weerzin van veel anti-autoritaire, autonome, libertaire en anti-militaristische groeperingen, die zich juist willen afkeren van de staat en de daaraan verbonden instellingen.
Het lijkt er op dat de antiglobalisten van het eerste uur inmiddels naar de marge van deze mondiale beweging zijn gedrukt. Het is een feit dat veel kleine politieke splinters uit vaak zeer linkse of ouderwets-marxistische en leninistische hoek zich nadrukkelijk in deze kringen laten zien, vooral bij demonstraties. Maar schijn bedriegt. De vlaggenzwaaiende kameraden en fellow-travellers worden door de grote meerderheid van organisaties als de pest gemeden, hun aanwezigheid getolereerd, maar niet veel meer dan dat.
Zowel in Florence, vorig jaar november (2002) bij het eerste European Social Forum, als in Porto Alegre begin dit jaar (2003), bij het World Social Forum, waren de rode vlaggen niet van de lucht en hadden de linkse diehards veel supporters meegenomen, maar ze werden met voelbare argwaan bejegend.
‘Hoe hun wereld eruitziet, hebben we de vorige eeuw kunnen ervaren’, zei een van de andere aanwezigen tegen me, toen er weer eens heftig met rode vlaggen werd gezwaaid en socialistische liederen werden gezongen. ‘In die wereld wil ik niet leven.’
Europees Sociaal Forum en de SP
Maar terwijl buitenlandse politieke organisaties en vakbonden en masse opgaan in de bonte gelederen van deze burgerbeweging, schitteren hun Nederlandse collega’s door afwezigheid.
Zeker, bij elke top van de andersglobalisten, zoals ook vorige maand weer tijdens het European Social Forum in Parijs, lopen Nederlandse ‘spionnen’ rond die erop uit zijn gestuurd om voor het thuisfront te onderzoeken wat zich hier afspeelt.
Tot iets concreets heeft dat nog niet geleid: alleen de SP heeft zich aan de kant geschaard van de andersglobalisten.
De rest houdt zich stil, bang als ze kennelijk zijn om geassocieerd te worden met bivakmutsen en spandoeken. Ook het salon-socialistische GroenLinks, een partij waarin toch nog bloed zou moeten stromen van pacifisten, groenen en communisten, houdt zich afzijdig.
Naomi Klein
De politieke organisaties die met hun volledige ideologische agenda in de hand willen meedoen, zullen daarom aan de buitenranden van de mondiale beweging blijven hangen.
Over de vraag hoe ze dan wel kunnen binnenkomen in dit burgerdomein, hebben verscheidene insiders zich al het hoofd gebogen. Eén advies komt herhaaldelijk terug – het is trouwens ook niet specifiek bedoeld voor politieke partijen, maar voor alle groeperingen die nadenken over hun rol in dit netwerk.
Naomi Klein stipt het aan in haar Dagboek van een Activiste, en het duikt ook op in het recentere Ya Basta! Globalisering van onderop, vorig jaar verschenen van de hand van een Belgisch trio. Allemaal pleiten ze voor een ‘diffusie’, een (opnieuw) uiteenvallen van die massale beweging in duizenden kleine, lokale initiatieven, en vooral in tijdelijke, niet-autoritaire verbanden.
Uit deze aanpak spreekt een vorm van pragmatisme dat in de vaderlandse politiek in een enigszins kwade reuk staat. Omdat er een element van tijdelijkheid in zit, van opportunisme. Omdat de grote ideologie lijkt te ontbreken. Het sterke van zo’n structuur is dat groepen die het op veel fronten niet met elkaar eens zijn, kunnen samenwerken op één gezamenlijk agendapunt, bijvoorbeeld de strijd tegen tariefmuren voor landbouwproducten. Juist door het vermijden van traditionele machtsvragen (‘Wie is hier de leider?’) is de mondiale burgerbeweging veel sneller gegroeid en krachtiger geworden dan zelfs twee jaar geleden nog mogelijk leek, ook zonder een merkbare inbreng van Nederlandse politieke partijen.
Inmiddels is duidelijk dat dit mondiale burgernetwerk de traditionele binnenlandse politieke organisaties niet nodig heeft om vooruit te komen. Echter, het omgekeerde is beslist wel het geval.
Van 12 tot 15 november 2003 vond in Parijs het tweede European Social Forum plaats. In het Indiase Mumbay vindt van 16 tot 21 januari 2004 het vierde World Social Forum plaats, waar ongeveer 100.000 deelnemers worden verwacht.
Op de website van het activistische Globalinfo staat in het archief nog een link naar dit artikel.
Dit artikel maakt deel uit van mijn journalistieke archief over globalisering en internationale samenwerking. Bekijk hier meer buitenlandse reportages.
This work is licensed under CC BY-NC 4.0