Woord vooraf: Het World Social Forum (Wereld Sociaal Forum) van 2009 werd gehouden in het Noord-Braziliaanse Belém en stond vooral in het teken van de Amazone. Thema’s als milieu, oprukkende landbouw in tropische reservaten en bedreiging van inheemse gemeenschappen stonden op de agenda en bepaalden ook het beeld tijdens het vierdaagse Forum.
Er kwamen ruim 90.000 deelnemers op af, vooral natuurlijk uit Latijns Amerika. Het waren voornamelijk vertegenwoordigers van ngo’s, maatschappelijke organisaties en activisten van allerlei pluimage. Als hoofdredacteur van OnzeWereld was ik daar aanwezig en blogde dagelijks.
De blogs die hieronder zijn verzameld, verschenen op de inmiddels verdwenen websites van o.a. OnzeWereld, Oneworld en op het – nog steeds bestaande – platform Sargasso. (JV, 2025)
Wereld Sociaal Forum Belém, dag 1.
29 graden in de ochtend
Het is acht uur in de ochtend en al 29 graden. Belém ligt aan de noordkant van Brazilië, bijna tegen de evenaar, het is hier nu zomer en vochtig. De wolken waar elke dag vanaf 16 uur in de middag regen uit valt, houden de stad onder een klamme deken.
Het Wereld Sociaal Forum trekt volgens lokale media ruim 90.000 geregistreerde bezoekers uit de hele wereld. Ze komen grotendeels uit Latijns Amerika, de Europeanen zijn hier, net als vorig jaar in Nairobi, ver in de minderheid.
En ofschoon Belém een miljoenenstad is, blijft de komst van zoveel mensen niet onopgemerkt. Zo is mijn eenvoudig Formule 1 Hotel, dat langs de toegangswegen tot het centrum adverteert met kamertarieven die zo rond de dertig euro per nacht liggen, voor mij ineens vijf keer zo duur geworden. De Amerikaanse organisatie die hier met veel mensen is en toevallig – en gelukkig voor mij – een kamer teveel had vastgelegd, betaalt het er grif voor – en ik dus ook.
Belém ligt aan de monding van de Amazone, een rivier die hier, vanuit het landende vliegtuig gezien, als een dikke bruine slang door het groen slingert en bij de monding over de breedte van minstens een kilometer uitwaaiert in de zee.
Edith en Pablo, verbonden aan het Latijns-Amerikaanse mediaplatform Noticias, zijn al een paar dagen hier, en hebben al een film kunnen maken. Ik zal ze straks treffen, bij het Pan Amazonia evenement, waar minstens vijfduizend indianen uit de zeven landen die de Amazone bestrijkt, hun verhaal komen vertellen. Vijfduizend indianen, dat is de grootste bijeenkomst van Amazone-indianen uit de geschiedenis, vertelt iemand me. Een historische dag. Maar de indianen zijn bang dat hun aanwezigheid het zal afleggen tegen de grote aandacht van de media voor de gevolgen van de financiële wereldcrisis. Dit Forum, altijd al een fel tegenstander van ongebreidelde kapitaalstromen en vrije handel, is de eerste sinds het uitbreken van die crisis.
Misschien hebben ze gelijk. Nederlandse media die ons willen spreken, zoals het radioprogramma Het Oog op Morgen en het programma Atlas (van omroep Llink) beginnen er direct over. We zullen zien, het Forum moet nog beginnen.
(Morgen meer over de indianen, die zich hier in vol ornaat laten zien, zoals de foto’s tonen (overigens geen Matis, deze prachtig beschilderde mannen, al hebben ze met elkaar gemeen dat ze rustig en serieus, zelfs ernstig, hier aanwezig zijn, alsof ze de confrontatie met zoveel vreemdelingen nogal ingewikkeld vinden. Iets wat trouwens ook zo is, legt Barbara uit.)
De moord op ‘sister Dorothy’
Omdat ik de dag niet wilde beginnen met een praatsessie van bevlogen idealisten en doorgewinterde en bebaarde beroepsactivisten uit vooral Zuid-Europese landen, ging ik maar eens kijken bij de herdenking van de dood van sister Dorothy, een non die haar hele leven heeft doorgebracht temidden van de volkeren van de Amazone. Omdat ze streed tegen illegale houtkap is de bejaarde non een paar jaar geleden uit de weg geruimd door een grootgrondbezitter.
In het vliegtuig naar Belém had Francesca, een Braziliaanse die als tolk op weg was naar het Forum, me op die zaak attent gemaakt. Een paar weken daarvoor had de verdachte op tv nog verklaard dat het allemaal haar eigen schuld was geweest. Een non had zich toch niet met die zaken te bemoeien?
De open tent was stampvol en het ging er anders aan toe dan ik had gedacht. Hier werd gezongen; religieuze liedjes die in een kring werden meegedanst door jong en oud, terwijl ik op de plastic stoeltje opvallend veel oude blanke mannen zag zitten, paters en missionarissen, leek mij. Religie is springlevend in alle delen van de wereld, het verbindt mensen. De oude paters hadden hun leven verbonden aan deze mensen, for better or for worse. Ontwikkeling wordt dan iets structureels en vanzelfsprekends. En niemand wekte de indruk dat ie toe was aan een nieuwe carrièrestap.
Mag je een indiaan een indiaan noemen?
Mag je een indiaan een indiaan noemen? Dat ligt gevoelig, blijkt, nadat ik gisteren zomaar dat woord had gebruikt om een groep personen aan te duiden die, hoe zal ik het zeggen, veren op hun hoofd steken als er wat te vieren valt.
Nu weet ik er meer van. Wat heet: ik heb zelfs een maaltijd genuttigd met drie van de naar schatting 290 nog levende Matis-indianen die wonen in de ‘terra indigena’ in de regio Vale do Javari, in de Braziliaanse Amazone. Dat is een reis van dertien dagen varen met een boot van Belém vandaan.
Dat weet ik allemaal omdat die maaltijd werd veroorzaakt door een Braziliaanse dame, Barbara, die de Matis kent, hun taal spreekt, bij hen heeft gewoond en nu hier op het Forum is om hun zaak te bepleiten. Ze zijn met zijn zessen, en Barbara Arisi, een 38-jarige energieke blondine, schiet me aan bij een grote tent waar maaltijden worden geserveerd. Ze vraagt of ik misschien de maaltijd wil betalen van een van de drie mannen die om haar heen staan, kleine, goed gebouwde, rustige types die het wachten gewend zijn, zo lijkt het.
Barbara noemt indianen altijd indianen omdat ze dat zelf ook doen, legt ze me uit. Maar toen ze eens een lezing gaf in Argentinië en daar hetzelfde deed, gaf dat een reactie. Het kan, maar dus niet altijd en overal.
Dus even later zitten we met zijn vijven aan een tafeltje en wisselt Barbara het Matis, het Engels, en het Portugees af met Nederlands, want ze is getrouwd met een Nederlander en heeft ook nog een paar jaar in Amsterdam gewoond.
Wereld Sociaal Forum Belém, dag 2.
Indianendorpen aan de rivier
Ik had een lang gesprek met de 28-jarige Fabienne Simenel, geboren en getogen in het Zeeuws-Vlaamse Lamswaarde maar tegenwoordig werkzaam voor een Braziliaanse organisatie die vanuit de Amazonestad Santarem meer dan dertig indianendorpen langs de rivier de Tapajos helpt met medicijnen, en vooral communicatie.
In een gebied zonder elektriciteit, e-mail en computers, met alleen middengolfradio, is dat nog niet zo eenvoudig. Toch is er succes geboekt. De indianen hebben gps apparatuur gekregen (zeg maar: een TomTom zonder wegennet) waarmee ze de traditionele grond van hun volk hebben kunnen opmeten en inventariseren. De landkaart die dat opleverde, bewijst dat grote bedrijven die hout kappen en soja planten, die woongebieden ver zijn binnengedrongen.
Geomapping als wapen
Twee weken geleden werd de kaart gepresenteerd. Het haalde de voorpagina’s van alle grote kranten. Ook andere nieuwe plattegronden veroorzaken in dit land veel opwinding, zoals die van Greenpeace, waarin wordt bewezen hoeveel regio’s en dorpen in de Amazone er al zijn verdwenen als gevolg van de oprukkende sojaplantages. Ook die kaart is heel recent.
Ineens is cartografie een effectief wapen in een afgelegen gebied waar grenzen en bestemmingsplannen niet bestonden en het recht van de sterkste geldt. Het lijkt me een geweldig onderwerp voor een stuk in OnzeWereld, en zo spreken we het af.

Wereld Sociaal Forum, Belém. Dag 3.
Slangenbeten en t-shirts voor de massa
Ambulances maken hier een raar scherp elektronisch geluid, als van een reusachtige, op afstand bestuurbare auto van Bart Smit. Maar ze zijn echt en rijden af en aan, op het terrein van de UFRA universiteit, die nogal landelijk gelegen is temidden van veel groen, en waar daarom ook het kampeercentrum is waar duizenden jongeren hun tentje hebben opgezet.
Een gezellig, rommelig geheel, je zou bijna vergeten dat je hier aan de grens van de Amazone zit en temidden van tropisch groen kampeert. Er zitten dus gevaarlijke dieren, iets waar borden ook netjes voor waarschuwen. Maar aan de randen van de camping gaat het wel eens mis, daar stuiten onbezorgde kampeerders, wandelend of feestend, op de giftige groene slangen die verklaren waarom die borden er staan en de ambulances zo vaak moeten uitrukken.
Maar omdat ik altijd op de paden blijven, stuit ik op iets waar een reageerder op dit blog al op wees. Het Forum is leuk en aardig, maar het lijkt wel alsof het vooral gaat om het scoren van de nieuwste t-shirts. Gebeurt er verder nog wel iets serieus?
Dat laatste kan ik bevestigen, maar het eerste niet ontkennen. Je ontkomt hier niet aan de aanschaf van een t-shirt of zoiets. Iedereen heeft wel eens een zwak moment en het aanbod is groot. Zo slingert in mijn kast nog ergens een t-shirt wat ik vorig jaar in Nairobi kocht, waarop de kwaliteiten van de Mau-Mau als vredestichters werden aangeprezen. Wat de ontwerper van het shirt er niet van had weerhouden om de leider van de Mau-Mau fier, met mitrailleur in de aanslag, af te beelden. Enfin, dat shirt heb ik nu in huis, maar mij was het meteen al te klein en mijn zoontje Max wil niet in een shirt met een onbekende man met stengun rondlopen, wat ik ook wel weer kan snappen.

Wereld Sociaal Forum, Belém. Dag 4.
Social Watch: de kredietcrisis die we allemaal zagen aankomen
Het woord ‘kredietcrisis’ moet hier natuurlijk een keer vallen, want je kunt veel zeggen over het Wereld Sociaal Forum, maar niet dat het deze crisis niet heeft voorspeld. Dat deed het namelijk al jaren, door mensen van allerlei pluimage, van activisten tot Nobelprijs-economen.
Roberto Bissio van Social Watch, een grote westerse ngo die jaarlijks veel onderzoek presenteert naar wat ze zelf noemen ‘de staat van de mondiale samenleving’, is hier ook. Hij presenteert in Belem het Social Watch rapport van 2008. Dat rapport laat in cijfers en statistieken zien hoe regeringen onder druk staan om hun sociale programma’s in te krimpen onder druk van de gevolgen van de crisis.
Vooral landen die grondstoffen exporteren hebben het heel moeilijk, omdat die prijzen zijn gekelderd.
Vergeet de grappen over de Russische miljardairs die nu geen geld meer hebben voor hun voetbalclubs, het gaat om landen die moeten snijden in onderwijs, gezondheidszorg en dat soort zaken.
“De mensenrechten staan zwaar onder druk als gevolg van de crisis”, vertelt Bissio in een warm collegezaaltje met uitzicht op de palmbomen, terwijl de tropische regen neergutst. Zijn Duitse collega-onderzoeker Klaus Schilder schat dat als gevolg van de crisis 160 miljoen mensen onder de armoedegrens zijn gezakt. Maar het zijn globale cijfers, niemand weet dat soort dingen precies. Want regeringen, legt Schilder uit, zijn er meester in hun budgetten voor sociale programma’s officieel op peil te houden maar in werkelijkheid stevig in te krimpen. Hij noemt India als voorbeeld, waar onderzoek door een ngo uitwees dat van het officiële sociale budget maar de helft naar de zaken ging waar het geld voor was bedoeld.
Schilder denkt dat het een goed idee is als ook in westerse landen de budgetten goed worden bekeken op de vraag of ze wel worden besteed aan de zaken waarvoor het bestemd is.
Zo valt er toch nog wat op te steken hier in Belem. Intussen blijven de indianen de aandacht opeisen, is het niet door hun ceremonies en manifestaties, dan toch door hun uiterlijk.
Wereld Sociaal Forum, Belém. Dag 4 (deel 2).
Geomapping de Amazone: een levensgevaarlijk klusje
Haar naam had een ander beeld bij me opgeroepen dan de bijna twee meter lange donkere vrouw die me op het schip van Greenpeace in de haven te woord staat. Maar Tatiana is al vier jaar bezig om als landbouwkundige de inheemse bewoners te helpen bij het behoud van hun grond, ze kan me alles vertellen over het gevecht met veehouders, boskappers, sojakwekers en een lokale overheid die vooral bestaan uit mensen wiens families daar hun geld mee verdienen.
We spraken over de middelen waarmee organisaties als Greenpeace, in samenwerking met lokale organisaties en mensen, probeert de problematiek in kaart te brengen – in alle betekenissen van het woord. Het is goed materiaal, uit eerste hand, en erg recent: twee plattegronden zijn hier deze week gepresenteerd. Ik hou van plattegronden, ik kan daar een paar uur zoet mee zijn. Die kaarten komen onder moeilijke omstandigheden tot stand, en dan doelt Tatiana niet op de techniek of het feit dat veel mensen nauwelijks kunnen lezen en schrijven.
Moorden in de Amazone
Nergens worden meer mensen vermoord in de Amazone die iets ondernemen tegen de grootmachten, dan hier in de deelstaat Para. Van de veertig lokale mensen, die dapper en zonder rugdekking van wie of wat dan ook, begonnen met het meten van hun land, bleven er uiteindelijk amper 25 over, de rest haakte af.
Onder druk gezet, of regelrecht met de dood bedreigd. Daarom kregen we ook geen cartograaf te spreken of te zien. Op de brochures van Greenpeace zien we alleen ruggen en de achterkant van hoofden. Het is levensgevaarlijk om je eigen land op te meten, al is het voltrekt legaal en bedient de tegenpartij zich van peperdure spullen en veel mankracht om hetzelfde te doen. Het grootste probleem is volgens Tatiana niet de onwil van de landelijke overheid, maar de wetteloosheid in dit onafzienbare en ontoegankelijke gebied. Opkomen voor je landrechten is daarom legaal maar levensgevaarlijk.
Wereld Sociaal Forum, Belém. Dag 5.
De Amazone op de kaart
We hadden het er gisteren al even over: het gebruik van gps om de Amazone in kaart te brengen. Wie niet weet waar zijn land ophoudt en dat van de buurman begint, heeft een probleem als die buurman een grote sojaplantage is en jij een kleine boer, of een indiaan die met een paarhonderd stamgenoten een nederzetting bewoont waar je voorouders al werden begraven en waar je hele leefwereld zich afspeelt.
Het Braziliaanse Projeto Saude e Alegria (dat ‘Gezondheid en Geluk’ betekent, een naam met een mooie belofte) deed het met de nederzettingen in west-Para, een gebied waar natuurbeschermers, inheemse volkeren, sojaplantages, houtkappers en veeboeren om de ruimte vechten. En Greenpeace doet hetzelfde, vooral ook om in kaart te brengen waar de sojaboeren hun vleugels uitslaan, de dorpen verdwijnen en de indianen het nakijken hebben.
Inheemsen, caboclos en quilombo
Oja, wat de naamgeving van de inheemse volkeren betreft, en de vraag of de term ‘indiaan’ wel OK is: Karien Martinussen maakt me er op attent dat de indianen ´een kleine meerderheid vormen van de inheemse bewoners´. Er zijn ook nog caboclos, ´de mensen die in de gemeenschappen van het Amazone gebied leven.´ Dat klopt. Fabienne Simenel (zie blog hierboven) legde me al uit dat er eigenlijk drie groepen zijn: de inheemsen (indianen), de cablocos (inheems bloed gemengd met alles wat er over de rivier is langsgekomen), en tenslotte de quilombo, dat zijn de meest negroïde mensen want rechtstreeks afstammend van gevluchte slaven. En daarmee besluiten we deze les culturele antropologie voor het moment.
Wereld Sociaal Forum, Belém (7, slot)
De tijd van de Amazone is gekomen
Antoine Bonsorte maakt al twintig jaar foto’s in de Amazone, hij is volgens zijn kaartje ‘arts ambassador’ voor Amazon Watch, wat betekent dat hij mediaprojecten doet die de aandacht vestigen op het milieu en de inheemse bewoners. Hij ziet er uit als de man die je je bij zoiets voorstelt: tanig, gebruind, rustig, kort grijzend haar. Hij draagt zijn camera en statief zo ontspannen en vanzelfsprekend als een schooljongen zijn boekentas.
“De tijd van de indianen is gekomen”, zegt hij beslist. Decennia, eeuwenlang, stonden de bewoners alleen in hun zaak, niemand kende hen, niemand wist waar ze woonden, wat ze willen en wat hen bedreigt. Dat is allemaal veranderd door internet, zegt hij. De wereld heeft zich over hen ontfermd, het zal nooit meer zijn zoals in het verleden, toen ze het moesten ze het opnemen tegen de lokale houthakkers, of verkopers, en hun enige klankbord een lokale overheidscommissie voor inheemse zaken was, bevolkt door lokale politici.
Wat levert het WSF nou concreet op?
Op het Wereld Sociaal Forum hebben ze kunnen ervaren, na een boottocht van vele dagen, vrijwel berooid en met alleen elkaar tot steun, hoeveel mensen werkelijk aan hun kant staan. Ze zijn niet langer alleen. Ik weet niet wat het Forum nou eigenlijk concreet oplevert, die vraag wordt mij vaker gesteld door Nederlandse media.
Wat is concreet? Ik zie wel dat hier, net als vaker in het verleden van het Forum, inheemse groepen een stem krijgen en een platform, geld en steun krijgen van niet-gouvernementele organisaties, vaak buitenlandse. Ze worden opgenomen in het mondiale netwerk van belangengroepen, en krijgen daar vervolgens jarenlang steun van, materieel en humaan. Wat is dat waard?
Een andere vraag gaat over de mondiale oriëntatie van het Wereld Sociaal Forum.
In Nairobi, vorig jaar, waren er al weinig westerse en relatief veel Afrikaanse partijen (ngo’s, actiegroepen, religieuze instellingen) aanwezig. Dat is het hele idee achter het verplaatsen van het Forum: telkens krijgen nieuwe groepen de kans een hoofdrol te spelen. De westerse professionals komen toch wel, dure tickets en dito hotels zal hen niet tegenhouden. Gebrek aan belangstelling wel. Maar meestal zijn ze vooral druk met hun eigen workshops, heb ik gemerkt, en kijken ze nauwelijks om zich heen, daar kan zelfs een locatie in de Amazone niks aan veranderen. Misschien zijn daarom veel Nederlandse organisaties vrijwel niet meer aanwezig hier? OxfamNovib, nota bene een van de aanjagers van het Forum toen dat in 2001 van start ging, is hier niet meer zichtbaar voor de schermen. Wat erachter gebeurt weet ik niet.
Als ik een niet-gouvernementele organisatie was zou ik het Forum anders benutten. Ik zou mijn mensen erop uit sturen met een enkele opdracht: kom terug en vertel me wat de twee belangrijkste nieuwe trends zijn op het vlak van mondiaal burgerschap, en noem me vijf kleine Ngo’s waarmee we zouden kunnen samenwerken. En doe dan ook nog een workshop, als je er toch bent.
Een te Braziliaans Forum?
Een reageerder op mijn blog krijgt uit mijn stukjes de indruk dat het Wereld Sociaal Forum is gekaapt door de Braziliaanse overheid onder leiding van Lula. “Klopt dat? Ik mis de discussie over een nieuwe wereldorde”, is de vraag.
Ja dat klopt wel, dit is echt een Braziliaans Forum.
Ik vind dat prima. Praten over de mondiale kredietcrisis kan eigenlijk overal beter dan in een heet klaslokaal op een oude universiteitscampus, lijkt me, terwijl de regen naar beneden gutst en de tolken niet zijn komen opdagen. Ik denk dat negentig procent van alle workshops in het Spaans of Portugees zijn gehouden, zonder tolk. Dan wordt de spoeling dun voor iemand als ik, die nooit werk heeft gemaakt van zijn goede voornemen om nu eindelijk het Spaans eens machtig te worden.
Afscheid van de Matis
Ik heb afscheid genomen van de Matis-mannen en van Barbara, de enige blanke die met hen in hun eigen taal kan praten.
Ik heb van Giugnon, een van de Matis-mannen, een setje oorstekers en een neusbeentje gekocht. Als aandenken. Hij doet voor hoe ze er bij hem ingaan: de kurk uit het oor waarmee de oorlel is gestopt, bamboe stafje even natgemaakt in de mond, en voorzichtig in het gaatje geschoven. Het neusbeen gaat voorzichtig door een piepklein gaatje in het tussenschot. Klaar voor de foto.
Barbara huilt even bij het afscheid, van vermoeidheid, denk ik. Maar misschien ook omdat ze net een paar dagen eerder heeft gehoord dat er, van de Matis-familie waar ze zelf maanden woonde, zomaar pardoes een klein meisje is verdronken. Ze gleed uit op het pad en viel in de gezwollen rivier.
(SLOT)
(Hier is de link naar de LinkedIn-pagina van Barbara Arisi. Ze schrijft nog vaak over de relatie tussen de Amazone en Europa (veel is hier te lezen).
Naschrift: In de periode van schrijven spraken we nog onbekommerd over ‘blank’ waar we nu de term ‘wit’ zouden gebruiken. Ik heb die termen gehandhaafd.
Nog iets: Ik sprak op de boot van Greenpeace in Belém met Raquel Carvalho, die werkt aan het project Community Mapping in the Amazon. Over Raquel en dit thema is op internet nog veel achtergrondinformatie en wetenschappelijke documentatie te vinden. (JV, 2025)
Dit artikel maakt deel uit van mijn persoonlijke journalistieke archief over globalisering, internationale samenwerking, en sociale bewegingen in de periode 2001-2010.”
This work is licensed under CC BY-NC 4.0