Door John Verhoeven
INTRO
Het World Social Forum in India was een doorslaand succes. Toch werden de grenzen duidelijk: nóg groter zal niet per se beter zijn. En de kloof tussen de ongeduldige activisten, de wetenschappers en de maatschappelijke organisaties groeit. Dat geeft niet, tenminste, zolang de deelnemers maar de baas blijven.
ANALYSE
“Wat. Een. Chaos.” Gelaten en lichtelijk wanhopig staat ex-politicus Bas de Gaaij Fortman voor de uit doek en bamboe opgetrokken vergadertent op het grote, drukke en stoffige terrein van het World Social Forum. De workshop waarvoor hij uit Nederland was overgevlogen, is zojuist met enkele tientallen aanwezigen afgesloten.
De sessie was te laat begonnen, de vier sprekers uit alle delen van de wereld hadden grote moeite gehad zich verstaanbaar te maken boven de herrie van de ventilatoren, de geluiden uit aangrenzende tenten, en het lawaai op het terrein, waar permanent een stoet van etnische groepen, minderheden en activisten langs trok die, voorafgegaan door drummers en blazers, hun leuzen scandeerden.
Tenslotte was na de speeches een schamel begin van een debat op gang gekomen, maar omdat alles in het Engels ging en er geen vertalers aanwezig waren, ging veel voorbij aan de aanwezigen. Dit was geen plaats voor een goed debat, dat is zeker. Maar voor wat dan dient het World Social Forum dan wel?
Het WSF komt aan haar grenzen
Met ruim 100.000 deelnemers uit meer dan 130 landen was het vierde World Social Forum in de Indiase stad Mumbai een groot succes. Tegelijk heeft het Forum in deze vorm een grens bereikt. Misschien wordt het vijfdaagse evenement van debat, ontmoeting en feest het volgend jaar nóg groter, maar wat betekent dat dan? De enorme groei van het WSF, sinds de start in 2001, heeft tot op heden niet geleid tot een aanwijsbare invloed op nationale en mondiale politieke besluitvorming. Toch zal niemand die er in Mumbai of voordien in Porto Alegre bij was, durven beweren dat de samenkomst van zoveel verschillende activisten, maatschappelijke organisaties, etnische groepen en vakbonden uit alle delen van de wereld een zinloze exercitie is geweest. De vraag is dus: hoe nu verder?
Wetenschappers en activisten
Er zijn een paar duidelijke schisma’s te ontwaren.
Er loopt een scheidslijn tussen de academici, de activisten en de wetenschappers enerzijds, en anderzijds de verdrukte burgers van de wereld, voor wie het Forum een plaats biedt voor manifestatie, een feest van de vrije meningsuiting. In die eerste groep van kosmopolitische academici en bestuurders van ngo’s is een tweede scheidslijn te zien. De ene helft omhelst de vrije ruimte van het Forum en gebruikt deze om allianties aan te gaan of te versterken, en om zich te laten verbazen en verrassen door de energie en het empowerment dat uitgaat van zoveel sympathie en solidariteit. Voor deze groepen, waaronder de meeste ngo’s, is het Forum een soort alternatieve wereldtop.
Op dit punt van netwerk-opbouw heeft het Forum wonderen verricht: de mondiale burgerbeweging heeft zich in enkele jaren tijd enorm kunnen vertakken en over grenzen heen kunnen versterken.
Maar voor de andere helft van deze mondiaal denkende en reizende, intellectuele toplaag van het WSF, de zelfbenoemde ideologen, gaat dit alles nog niet ver genoeg. Ze willen een heldere agenda en politieke invloed, in een woord: macht. Zij ontwaren in de mensenmassa van het WSF een machtig radarwerk, dat de machinerie van de neoliberale globalisering, van Wereldbank, WTO en IMF, kan breken. Deze groep van ongeduldige intellectuelen, vaak oudere heren met een activistisch en vaak ook politiek verleden, wil macht mobiliseren en ten strijde trekken.
Tot in het Internationaal Comité dat dit Forum heeft opgericht en het nu met losse handen “stuurt”, is de verdeeldheid zichtbaar. Roberto Savio, stichter van het Derdewereld-persbureau IPS, stelt in een column vast dat “deze beweging tot op heden is genegeerd door het politieke stelsel”. “Het stelsel”, zegt hij, “dat steeds verder verwijderd raakt van haar burgers in een democratie die steeds verder wordt beperkt en gecontroleerd door een klasse van politieke professionals.”
Bernard Cassen en George Monbiot
Dit aspect wordt ook gesignaleerd door de Franse medeoprichter Bernard Cassen, hoofdredacteur van het Franse maandblad Le Monde Diplomatique. Cassen vindt dat het WSF de kweekvijver dient te zijn van politiek activisme en stelt daarom de oprichting van enkele nieuwe politieke partijen voor. Ook de Britse activist-schrijver George Monbiot schaart zich in deze rij.
Op zichzelf is deze kritiek begrijpelijk. Het huidige Forum vertegenwoordigt voor iedere aanwezige weer iets anders: het is een ‘vrije ruimte’ in de ware betekenis van het woord. Een manifestatie, een verbroedering, een publiek debat, een ontmoeting met gelijkgestemden, een gezellige globo-kermis, een brainstormsessie, een schakelkast voor ideeën. Het is van alles een beetje, en dus voor sommigen van alles net te weinig.
De wetenschappers en onderzoekers die van over de hele wereld door ngo’s worden ingevlogen om een wetenschappelijke ‘meeting of minds’ te bewerkstelligen, werden op het fabrieksterrein in Mumbai geconfronteerd met hitte, stof, een provisorische ruimte, het ontbreken van vertalers, weinig goed ingevoerde toehoorders, en vooral veel lawaai.
Vandana Shiva tegen het gigantisme
Vandana Shiva, de Indiase bioloog van wereldfaam, was in de week voorafgaand aan het WSF de drijvende kracht geweest achter een World Water Forum, en zag tijdens het WSF weinig gelegenheid om daar voor een groot publiek dieper op door te gaan. “Ik zou het best vinden als het Forum in deze vorm voortaan nog maar eens in de tien jaar wordt gehouden”, zei ze na afloop in de India Times dan ook. Het gigantisme van deze multiculturele braderie staat een eenduidige agenda in de weg.
Falung Gong en Dalitvrouwen
Maar voor de Dalitvrouwen, de ongeorganiseerde landarbeiders van Tamil Nadu, de aanhangers van de Falun Gong, en de Tibetaanse monniken was het Forum iets heel anders: de gelegenheid om zich te laten zien aan de wereld, zonder het risico te lopen om door agenten uiteen geslagen te worden of in de gevangenis te belanden.
Ze hadden er vaak duizenden kilometers voor moeten reizen. De kleine Dalitvrouwen hadden zich omwikkeld met een spandoek van een meter of vijftig waarop ze een reeks primitieve, glasheldere tekeningen hadden gemaakt, met harde scènes uit hun moeilijke leven. Het was een scherp, ontroerend beeld, ik ben blij dat ik dat heb kunnen zien.
En wat te denken van de meer dan honderd leden van het Pakistan Social Forum die hier voor vrede in Kasjmir kwamen pleiten? Ze werden overal aangesproken, vooral door Indiërs die wilden weten of de vredesinitiatieven van de Pakistaanse premier wel gemeend waren. En een van hen werd, terwijl hij met een spandoek naar het terrein van het WSF liep, door Indiërs op straat tegengehouden, en tot zijn verbijstering uitgenodigd voor een maaltijd thuis. Na terugkeer raakten de Pakistani op een persconferentie, volgens de Daily Times, niet uitgepraat over wat ze zelf noemden “the most wonderful event of their life”. Wie durft te beweren dat dergelijke gebeurtenissen van minder belang zijn dan een debat tussen deskundigen over, bijvoorbeeld, water?
Een echte agenda voor het World Social Forum
De roep van de critici om meer concrete invloed dateert al van het begin. Misschien komt het omdat de reguliere media nog vaak beweren dat de deelnemers vooral tegen van alles zijn, maar geen gezamenlijke, eigen agenda hebben. Dat beeld klopt al lang niet meer. Het is helemaal niet moeilijk om uit de talloze campagnes die onder de paraplu van het WSF worden gevoerd, een actielijst te destilleren waar veel organisaties aan zouden kunnen meewerken.
Juan Somavia, de baas van de International Labour Organisation (ILO), somde tijdens een sessie in Mumbai een paar van die ‘universele’ WSF-agendapunten op: recht op waardige arbeid, recht op sociale zekerheid, recht op organisatie en recht op vrije meningsuiting.
Walden Bello, directeur van Focus on the Global South, voegde daar aan toe: regionale afspraken van landen voor het hanteren van dezelfde eisen ten aanzien van milieu, arbeidsrechten, het stimuleren van daadwerkelijke buitenlandse investeringen in de lokale economie en het belemmeren van speculatieve investeringen, de plicht van westerse bedrijven tot opleiding van personeel, de plicht tot de overdracht van knowhow, enzovoorts.
Zo’n gezamenlijke WSF-agenda geeft organisaties de kans hun lokale en nationale politici te bestoken met concrete voorstellen. De andersglobalisten worden daarmee op lokaal en nationaal niveau een politieke factor van belang, want als de WSF-visie op een andere, betere wereld wordt vertaald in concreet stemgedrag zullen de politieke partijen deze beweging niet langer kunnen negeren — voor zover ze dat nog deden.
Chico Whitaker
En trouwens, het Forum heeft nu al veel meer bereikt dan betrokkenen zich realiseren.
“Het Forum is geen evenement, het is een proces”, is een bekende uitspraak van medeoprichter Chico Whitaker. De energie van het WSF blijft al lang niet meer beperkt tot de jaarlijkse vijfdaagse bijeenkomst. Er bestaan inmiddels diverse regionale, nationale, lokale, en thematische Fora, zoals het Afrikaans forum, het Social Forum of the Americas, het Europees Sociaal Forum, het Mediterranean Social forum, het Asian Social Forum, en hetWereld Water Forum. Allemaal proberen ze bij hun eigen regeringen de kernthema’s van deze bewegingen op de politieke agenda te krijgen. Dat gaat snel, sneller dan je denkt. Ook zonder regie van bovenaf bouwen de deelnemers voort op de energie van het Forum.
Vorig jaar sprak ik in Porto Alegre toevallig met een Indonesische vrouw, die met een tiental landgenoten en gesponsord door de Ford Foundation naar het Forum was gereisd. Diep onder de indruk vertelde ze me dat ze zouden gaan proberen om ook in Indonesië een Sociaal Forum op te richten. In Mumbai heb ik haar niet getroffen. Maar al op de eerste dag viel mijn oog op een spandoek van het Indonesian Social Forum, dat een paar workshops had georganiseerd en de bezoekers daar van harte voor uitnodigde.
De werkelijke kracht van het WSF wordt gevormd door de deelnemers, en door niemand anders. Dat mag wat ons betreft altijd zo blijven.
(EINDE)
Dit artikel maakt deel uit van mijn persoonlijke journalistieke archief over globalisering, internationale samenwerking, en sociale bewegingen in de periode 2001-2010.”
This work is licensed under CC BY-NC 4.0