2007, OnzeWereld
Wereldpremière Poverty Requiem van Nederlandse componist
Door John Verhoeven
Een koor van meer dan tweehonderd volwassenen en kinderen, aangevuld met twee solisten en percussionisten, heeft woensdag in Nairobi, Kenia, de wereldpremière opgevoerd van het Poverty Requiem, een werk in vijf delen van de Nederlandse componist en dirigent Peter Maissan. Het requiem heeft een opvallende librettist: Sylvia Borren, al jaren directeur van Novib, tegenwoordig Oxfam Novib.
Het “Poverty Requiem”, een gedragen, sfeervol en complex stuk vocale muziek van ruim een half uur, heeft maar een doel: iets te laten voelen wat we allemaal eigenlijk wel weten, namelijk dat een derde van de wereldbevolking genoeg heeft en twee derde in diepe armoede leeft.
Het koorwerk zal in de naaste toekomst op meerdere plaatsen in de wereld worden opgevoerd door iedereen die er maar zin in heeft. Bovendien is het Requiem beschikbaar in twee versies: een eenvoudige en eentje waar een goed amateurkoor stevig zijn tanden in zal kunnen zetten.
Peter Maissan en Sylvia Borren
Componist Maissan en librettist Borren kennen elkaar al jaren, en schreven ooit samen musicals voor een basisschool. Nadat Maissan zich, onder meer als medeoprichter van de Popacademie in Tilburg, directeur van het Utrechts Centrum voor de Kunsten en als dirigent van onder meer de Mattheus Passion in culturele kringen begaf, werd Borren actief in sociale organisaties en uiteindelijk directeur van Novib.
Die twee werelden ontmoeten elkaar nu in het Requiem voor de Armoede, dat in vijf delen het leven, het onrecht en de strijd beschrijft van mensen die in armoede leven. Dat blijkt uit de namen van de vijf delen: Born to Suffer, Implosion, Mourning, So What en Hope. Wat deze wereldpremière wel erg speciaal maakte was de samenstelling van het koor: vooral zangers en zangeressen uit het arme een-derde deel van de mondiale bevolking. Er was een Keniaans mannenkoor, het kinderkoor was afkomstig van een lokaal weeshuis en een basisschool, en verder zongen er studenten van de Kenyatta University en jonge bezoekers van het Forum.
Kenyatta University Nairobi
Het kostte Maissan een maand of vier om het stuk te schrijven, een klus die pas een paar dagen voor de eerste repetities af was. In Nairobi had hij maar een dag of vier om het werk grondig door te repeteren met het geïmproviseerde koor. Dat gebeurde in een open tent met podium op een graslandje op het terrein van de Kenyatta University, net buiten de stad.
Waarom een Poverty Requiem? “Sylvia bezocht een uitvoering van de Mattheus die ik dirigeerde”, herinnert Maissan zich. “En daarna vroeg ze zich hardop af of je op de muziek van de Mattheus misschien ook een tekst zou kunnen maken die zou gaan over armoede en ongelijkheid. ‘Nee!’ zei ik, toen, “van de Mattheus moet je afblijven! Nou, toen kwam het er al snel op neer dat ik een nieuwe compositie moest gaan schrijven.”
Oxfam-Novib
Diverse Nederlandse koren hebben al laten weten het stuk op de planken te willen zetten. Maar de componisten hebben vooral hun zinnen gezet op uitvoeringen in diverse landen in het kader van de Global Call to End Poverty, een mondiale alliantie van organisaties die armoede bestrijden, onder wie -inderdaad- Oxfam Novib. De dag die symbolisch de helft markeert van de periode die resteert om de Millennium doelstellingen te realiseren, staat bovenaan het lijstje: zeven juli 2007.
Na het wegsterven van de laatste kinderstemmen (“Will you promise to share fair, I will always give a fair share’) was de sfeer uitbundig. Een van de koorleden, Marcellah Sitti, een 21-jarige studente wiskunde en muziek aan de Kenyatta Universiteit, was trots en geëmotioneerd. “Weet u”, zegt ze, “het gaat over armoede, en wij zijn arm. We zingen over onszelf, en over hoe we ons voelen. Je voelt het Requiem door je heen gaan, het voelt als iets van mijzelf.”
‘Slum Cinema’ brengt docu’s naar de sloppenwijken
De bioscoop is opgebouwd uit ruwe, houten balken, en vele meters zwart plastic dat bijeen wordt gehouden met brede stroken cellotape. Het bouwsel wordt gestut door een paar houten palen die het dak van rieten matten en bladeren overeind houden. Het is dan ook geen gewone bioscoop, maar de eerste ‘slum cinema’ ter wereld.
De ‘slum cinema’ laat tijdens het Wereld Sociaal Forum in Nairobi, Kenia, dagelijks een groot aantal documentaires zien in twee zaaltjes. Het publiek heeft het tijdelijk bouwsel met witgekalkte naam op de zwarte gevel inmiddels goed weten te vinden. Na een rustig begin trekken de gratis voorstellingen dagelijks inmiddels ruim achthonderd bezoekers die elkaar verdringen op de smalle houten bankjes in het gras.
Gerard Bueters
Daar is Gerard Bueters, die man die de ‘slum cinema’ hier voor het eerst laat zien, erg tevreden mee. Maar nog blijer is hij met het succes dat de bioscoop boekt op de plaats waar het hem eigenlijk om te doen is: in enkele van de grootste sloppenwijken van Afrika, die allebei aan de randen van Nairobi liggen, waar dit Forum plaatsvindt.
Al drie keer trok hij met zijn mensen en wat apparatuur naar een nieuw en dankbaar publiek dat normaal niet vergast wordt op films: twee keer in een geïmproviseerde ruimte in Kibera, met ongeveer 250.000 bewoners de grootste sloppenwijk van Afrika, en een keer naar het naburige Korogocho (naar schatting 35.000 inwoners).
Het laken van Kibera
Daar is minder voor nodig dan je misschien zou denken. Alleen een dvd-speler, een geluidsinstallatie, een beamer, elektriciteit en, uiteraard, een projectiescherm. Dat laatste was nog het lastigste te regelen, maar een bewoner van Kibera die daar sociale activiteiten organiseerde, en de bios naar zijn woonwijk had gehaald, bracht uitkomst met het laken dat hij van zijn eigen bed had gehaald.
BasicViews
Het idee van de slum cinema is nog betrekkelijk nieuw: pas een maand of twee geleden wist Bueters zeker dat hij met wat geld van Oxfam Novib en Hivos aan de slag kon. De ‘sloppenbioscoop’ maakt deel uit van Bueters’ stichting BasicViews, de vlag waaronder hij mediatrainingen geeft aan aankomende journalisten in de Derde wereld, waar audio en video een snelle en directe toegang geven tot mensen die vaak niet kunnen lezen en schrijven.
Want daar is het Bueters om te doen: zoveel mogelijk mensen toegang geven tot kennis en informatie. De slum cinema vertoont hier in Nairobi dagelijks een bonte verzameling van documentaires uit alle delen van de wereld, het soort geëngageerde films dat in Nederland via het IDFA, via Amnesty (Movies that Matter) in de bioscoop is te zien.
De documentaires die Bueters heeft meegenomen naar Nairobi bestrijken het terrein van globalisering: armoede, de WTO, migratie, arbeidsomstandigheden, voeding, fair trade, gezondheidszorg. En wat is er dan logischer dat dergelijke documentaires worden vertoond aan degenen die het lijdend voorwerp zijn van deze films?
Gratis films en documentaires
De reacties doen hem goed, vooral in de sloppenwijk zien mensen hun eigen problemen in beeld gebracht. “Alleen al het feit dat anderen hun problemen erkennen geeft mensen voldoening”, ziet Bueters, die in het dagelijks leven ook verbonden is aan NiZA, het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika.
Aan materiaal heeft hij geen gebrek. “Ik heb 45 films en documentaires meegebracht”, zegt hij. “Allemaal voor niks gekregen. Het heeft me wel een paar maanden gekost om de rechten te krijgen op de films, maar iedereen was er erg enthousiast over. Feitelijk zorgen we ervoor dat de documentaires nu ook eens worden vertoond aan de mensen over wie het gaat.”
Daar kwam nog bij dat het Forum dermate slecht is georganiseerd dat er van het reguliere, officiële filmprogramma dat hier zou worden vertoond, niets is terechtgekomen. “Dus nu heb ik spontaan nog een stuk of vijftien documentaires aangeboden gekregen van mensen die ze hier nergens konden vertonen”, zegt Bueters.
Sloppenwijken
Na dit eerste succes heeft Bueters er vertrouwen in dat zijn project wordt overgenomen door organisaties die ook de ‘slum cinema’ willen gaan maken. Met deze bioscoop voor de armen is voor Bueters, een ex-journalist die zelf jarenlang met filmcamera in de Derde wereld rondreisde, de cirkel rond. “Ik heb veel gefilmd in sloppenwijken”, zegt hij. “Steeds ging ik weg met een ontevreden gevoel. Nu kom ik niet alleen iets halen, ik kom ook iets brengen.”
Dit artikel maakt deel uit van mijn persoonlijke journalistieke archief over globalisering, internationale samenwerking, en sociale bewegingen in de periode 2001-2010.”
This work is licensed under CC BY-NC 4.0