john verhoeven content strategie

Walden Bello over duurzame globalisering: ‘er is geen model dat voor iedereen werkt’. (interview)

(OnzeWereld, febr. 2004)

Door John Verhoeven

INTRO
Vrijhandel volgens de WTO (World Trade Organisation) is goed voor bedrijven, niet voor samenlevingen, stelt Walden Bello. De Filippijnse socioloog en activist ziet meer in lokale handelsafspraken, waarbij mensen en een duurzame economie vooropstaan. “We moeten af van het one-size-fits-all-denken.” Een gesprek tijdens het World Social Forum van 2004 in Mumbai.

INTERVIEW
‘De nieuwe ideeën voor een andere mondialisering krijgen een steeds breder draagvlak. Er begint nu een tijd waarin de oude structuren afsterven en nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan. Er zal op korte termijn niet een eenduidig alternatief model ontstaan. Er zal worden geëxperimenteerd. Sommige dingen zullen lukken, andere mislukken. Een periode van trial and error breekt aan. ‘

De WTO-handelstop in Cancún is mislukt. Volgens sommigen is dat een overwinning voor de arme landen, een stap in de goede richting. Veel reguliere politici en economen zeggen het tegendeel.

‘Ik hoor bij de eerste groep. De WTO heeft vanaf het begin geprobeerd één economisch model op te leggen aan de hele wereld: het neoliberale ontwikkelingsmodel. Een vrije markt, deregulering, vrijheid van investeringen, dat zou het beste zijn voor alle samenlevingen. Eén uniform systeem met regels, die worden opgelegd en gecontroleerd door een centraal instituut, anders krijg je anarchie. Dat beeld. Maar zo hoeft het natuurlijk niet te zijn. In de echte wereld kunnen meerdere systemen naast elkaar bestaan, met ruimte voor regionale handelsblokken, lokale afspraken. ‘

WTO heeft speelruimte vernietigd

‘Sommige ontwikkelingslanden, zoals die in Latijns-Amerika en in Oost-Azië, zijn geïndustrialiseerd juist omdat ze dit deels op hun eigen manier konden doen. Ze hadden speelruimte. De WTO heeft die speelruimte vernietigd door een pakket regels in te voeren dat alleen bedoeld is om de dominantie van westerse bedrijven te continueren. Het alternatief voor de WTO is niet anarchie, maar mondiale flexibiliteit. Regionale allianties kunnen zich aanpassen aan lokale omstandigheden en wensen. Waarom toch die voorkeur voor gecentraliseerde systemen? Die hebben we in deze tijd helemaal niet meer nodig. We hebben flexibiliteit nodig, decentralisatie, allianties op basis van onderhandelingen.‘

Moeten alle landen zelf hun oplossingen dan maar bedenken? De problemen van arme landen zijn toch veelal hetzelfde?

‘We kunnen best gezamenlijke afspraken maken over de grondbeginselen van onze samenlevingen. Zoals: meer greep van de maatschappij op de economie. En het vooropstellen van het belang van de lokale gemeenschap. We kunnen afspreken dat we onze gemeenschappen niet laten verstoren door de krachten van de vrije markt. Met billijkheid als leidend beginsel, zulke dingen. Hoe je dat vastlegt, moet elke samenleving voor zich kunnen beantwoorden. Waarbij lokale belangengroepen mogen meepraten. Als we één ding hebben kunnen leren van het communisme en het vrije marktkapitalisme, is het wel dat er geen model bestaat dat voor iedereen goed werkt. Eerst zeiden ze dat het communisme het ideale model was, later zeiden ze hetzelfde van het marktkapitalisme, zoals gedefinieerd door de IMF. We moeten af van dat one-size-fits-all-denken.’

Hoe dan?

‘Als je kijkt naar de uitgangspunten van de WTO, dan zie je dat daar aan afspraken wordt gewerkt waar vooral bedrijven de vruchten van plukken. We hebben nu een systeem van eerlijke handel: niet voor landen of samenlevingen maar voor bedrijven. Vrijhandel is belangrijker dan al het andere. Dit staat haaks op de belangen van mensen en economische duurzaamheid. Ontwikkelingslanden vragen om regels die deze belangen meewegen. Na het mislukken van Cancún moeten we ons niet laten dwingen tot een keuze tussen WTO enerzijds of bilaterale afspraken anderzijds. ‘

Steun voor de G21

‘We kunnen beter nieuwe allianties ondersteunen, zoals die van de groep van 21 ontwikkelingslanden die in Cancún de plannen van het rijke Westen hebben geblokkeerd. Deze Groep van 21 staat voor een andere manier van globaliseren, waarbij niet vrijhandel maar ontwikkeling vooropstaat. Je ziet ook dat oude handelsakkoorden ,als Mercosur in Latijns-Amerika, en Asean, zich bezinnen op hun uitgangspunten. Ook daar komt de gedachte op dat niet vrijhandel het uitgangspunt moet zijn, maar het belang van ontwikkeling, een duurzame economie, het delen van technologie. In het Noorden zie je dat sociale bewegingen, vakbonden en milieuorganisaties dezelfde kant op denken. De opvatting groeit dat de huidige vorm van vrijhandel vervangen dient te worden door een meer holistisch idee van economische en sociale relaties tussen landen. Met ruimte voor milieu, voor duurzame economie, voor de kwaliteit van de samenleving.

De belangen van rijke en arme landen zijn vaak tegengesteld. Neem de tariefmuren en de enorme landbouwsubsidies in het Westen. Wat schieten rijke landen ermee op als ze zo’n nieuw model van globalisering steunen?

‘Meer dan je denkt. Wie plukken de vruchten van de miljardensubsidies in de landbouw? Vooral grote landbouwbedrijven en graanhandelaren. De leefomstandigheden van de kleine boeren in het Westen zijn op veel punten niet veel anders dan die van hun collega’s in het Zuiden. Ja, ze zijn meer gemechaniseerd, maar dat is het enige. Overal zitten de kleine boeren diep in de schulden. Waarom? Omdat de structuur van marktgerichte, grootschalige landbouw de aanwezigheid van kleine boeren uitsluit. Dus de kleine boeren in landen noord en zuid hebben dezelfde belangen. Ze zouden een front kunnen vormen. Er bestaan goede subsidies, die kleine boeren in het Zuiden in staat stellen te overleven, hun bedrijf te diversificeren, ecolandbouw te beginnen. Zulke staatssteun doet geen kwaad, integendeel. Het gaat niet om subsidies an sich, maar om de massaficatie van landbouwproductie, waardoor overschotten ontstaan die tegen dumpprijzen elders worden verkocht.’

De opkomst van de groep van 21 ontwikkelingslanden in Cancún was een totale verrassing. Hoe ziet u hun toekomst?

Hegemonie van rijke landen staat ter discussie

‘Ik denk niet dat deze groep bijeen was gekomen zonder Brazilië. In dat land is sinds het presidentschap van Lula een geweldige dynamiek ontstaan, vooral ook in hun buitenlandse politiek. De Amerikanen hadden direct door wat er gebeurde. Dit gaat niet over landbouwsubsidies, dit gaat dieper, het is een uitdaging. De hegemonie van de rijke landen staat ter discussie. Daarom hebben de VS vanaf het allereerste begin keihard gereageerd op deze groep. Het ontstaan van deze Groep van 21 is een van de belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar. De Amerikanen doen nu ontzettend hun best om deze groep kapot te maken. Ze hebben Colombia gedwongen de groep te verlaten, hetzelfde is gebeurd met Peru, Costa Rica, Guatemala en El Salvador. Zal de groep overleven? Dat hangt van een paar dingen af. Belangrijk is of de vier grootste landen in dit pact, Zuid-Afrika, China, India en Brazilië, bijeen blijven. Dan zal deze groep waarschijnlijk kunnen overleven. Wel zullen ze dan snel hun imago moeten bijstellen van grote jongens met alleen oog voor hun eigen belangen, zoals ze door de Amerikanen en Europeanen nu worden afgeschilderd. Ze moeten duidelijk maken dat ze niet alleen opkomen voor hun eigen agro-industrie, maar ook voor de kleinere boeren.’

Een probleem is dat deze landen ook de steun moeten zien te houden van de financiële wereld. Of Lula in Brazilië aan het roer blijft, wordt eerder bepaald door de financiële markten dan door de Brazilianen zelf. Voorheen is het niet best afgelopen met landen die zich keerden tegen de hegemonie van het Westen.

‘Daarom is het ook essentieel dat deze landen elkaar blijven steunen. Neem China. Dat land heeft enorme financiële reserves opgebouwd, men zegt rond de vijfhonderd miljard dollar. Stel nu dat buitenlandse investeerders hun geld uit Brazilië gaan terugtrekken, de aanval openen op de real, speculerend op de val van Lula en de Braziliaanse munt. In zo’n geval kan China, in een alliantie met Brazilië, met haar reserves de real steunen. Dan kunnen de speculanten nooit winnen… en dat weten ze. Dus dat laten ze dan wel uit hun hoofd. Daarom is China’s rol cruciaal. Als China wil, kan er een sterke financiële en handelsbetrekking tussen zuidelijke landen ontstaan. Daarmee kan de financiële en economische hegemonie van het Noorden worden aangevallen. ‘

Wat heeft China daaraan? Dat land heeft toch meer aan goede relaties met het Noorden dan aan goede relaties met het Zuiden?

‘Ik denk van niet. Als de grote landen in de Groep van 21 erin slagen de financiële speculaties van westerse spelers te neutraliseren, dan kunnen ze daar financieel veel mee winnen. Op langere termijn is er voor deze landen nog veel meer winst te behalen als ze hun onderlinge handelsbetrekkingen intensiveren, vooral op het vlak van technologische uitwisseling. Ik ben er zeker van dat in de Groep van 21 allang over deze dingen wordt nagedacht.’

Een nieuwe alliantie van zuidelijke landen is al eerder voorspeld. Waarom zou het deze keer wel lukken?

Ngo’s kunnen een sleutelrol spelen

‘De groep kan knokken voor uniforme mondiale milieuregels en arbeidersrechten. Nu kunnen multinationale bedrijven nog hun gang gaan omdat er op deze punten geen afspraken bestaan. Een bedrijf in Thailand kan nu nog de biezen pakken en naar Vietnam verkassen als de Thaise overheid haar milieueisen opschroeft. Bij het streven naar dit soort mondiale regels kunnen ngo’s een sleutelrol spelen. De Groep van 21 kan onderling afspraken maken waarvan ze allemaal profijt hebben. Zoals het binden van buitenlandse investeringen aan een uniform pakket spelregels. Regels waarmee je het de speculanten moeilijker maakt, en waarmee je het soort investeringen stimuleert waar een land echt iets aan heeft. Deze landen kunnen ook gezamenlijk beleid ontwikkelen om intellectuele eigendomsrechten, patentrechten en dergelijke, af te zwakken, en uitwisseling van technologische ontwikkeling in industrie en landbouw te stimuleren. Het ligt ook voor de hand dat deze zuidelijke groep de reguliere handelsafspraken wil aanvullen met nieuwe regels. Ik denk aan regionale investeringsplannen, zodat landen in een bepaalde regio samen kunnen profiteren van economische groei, in plaats van tegen elkaar uitgespeeld te worden door buitenlandse investeerders.’

Er zijn heel wat milieu- en mensenrechtenorganisaties die het van harte eens zouden zijn met dergelijke initiatieven. Kunnen zij iets doen?

‘Jazeker. De ngo’s kunnen zich opwerpen als behartiger van de belangen van de gewone burger. Bijvoorbeeld door te zorgen dat mensen zich fatsoenlijk gedragen tegen onrecht.

Daarnaast kunnen ze de regeringen aanspreken op het binnenlands beleid, bijvoorbeeld om de belangen van de kleine boeren te behartigen. En daarnaast zouden ze nieuwe agendapunten op tafel kunnen leggen, zoals de strijd tegen invoering van nieuwe regels waarmee de WTO buitenlandse investeringen wil afschermen tegen de invloed van lokaal bestuur. ‘

Projecten van en voor de elite

‘En nog een aspect, misschien wel het belangrijkste: in de Groep van 21 dient ook de stem van de burgers te worden gehoord. Het probleem met Mercosur, Asean en andere regionale handelsblokken was altijd dat het projecten waren van en voor de elite. Daarom zitten die handelsakkoorden ook zo in het slop: de burger is er nooit bij betrokken. Pas als we dergelijke processen democratiseren, komt er iets van terecht.’

Dit klinkt allemaal niet erg haalbaar.

‘Ik denk van wel. We moeten wel snel zijn. Er zijn krachten aan het werk die uit zijn op de vernietiging van deze coalitie van arme landen. We moeten niet het vermogen van Amerika en Europa onderschatten om ons van de overwinning in Cancún te beroven. De arme landen en de burgerorganisaties moeten hun alternatieven voor eerlijke wereldhandel en economische samenwerking beter presenteren. We moeten het ook onderling eens worden over de principes van die handel, zonder dat we centraal gaan voorschrijven hoe de afspraken er op lokaal niveau precies moeten uitzien. Er is nu veel in beweging, we moeten goed blijven opletten. Niemand had bijvoorbeeld de opkomst van de Groep van 21 verwacht. Nu moeten we er alles aan doen om deze te beschermen. We zien in deze groep een combinatie van principe, pragmatisme en visie. Dat is uniek, daar moeten we van kunnen profiteren.’

(EINDE)


Nawoord:
De Groep van 21 landen, die hier wordt genoemd, is twintig jaar later de aanzet gebleken voor meerdere clusters van arme landen op het wereldtoneel, zoals bij de WTO. Er is een G-20, waarbij ook de EU aanschuift, en uit deze G-20 is de groep van grootste landen ontstaan, BRICS, bestaande uit Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, recent uitgebreid met Saoedi-Arabië en Egypte. Samen is hun invloed op het mondiale economische toneel de laatste decennia enorm gegroeid, niet in de laatste plaats door de multipolaire orde waarin China, de VS en Rusland tegenover elkaar zijn komen te staan.


(kader) Wie is Walden Bello?

Ik heb me altijd verzet tegen onrecht”

“Ik ben geen held. Ik heb me er altijd voor ingezet dat mensen zich fatsoenlijk gedragen tegen elkaar, en ik heb me altijd verzet tegen onrecht. “

Waar dat vandaan komt? Dat weet ik niet precies. Maar toen we tegen de dictatuur van Ferdinand Marcos streden in mijn thuisland, realiseerde ik me dat dit maar een klein onderdeel was van het onrecht waartegen we moesten vechten. In de jaren zeventig en tachtig was er veel onderontwikkeling, ik zag onrecht dat de mensen werd opgelegd door multinationals. Niet alleen op de Filippijnen, maar overal. Als de VS ergens ter wereld een klein land onderdrukken, kunnen ze alle kleine landen onderdrukken. Nu noemen we ons globalisten, of andersglobalisten, vroeger noemden we onszelf internationalist. Vanaf het begin heb ik gemeend dat ik mezelf niet kon beperken tot mijn eigen nationale strijd, omdat je over de hele wereld vrijwel dezelfde machtsstructuren ziet.

En naarmate de wereld verder is gemondialiseerd, zijn de internationale instellingen ook machtiger geworden. Toen werd het belangrijk om deze instellingen op de korrel te nemen, omdat ze wijdverbreide macht hebben. Het heeft geen zin de strijd te beperken tot Thailand of de Filippijnen; dat zijn kleine, beperkte arena’s waar de geboekte winst weer snel kan worden verspeeld omdat de internationale organisaties in staat zijn de regels te veranderen en die op te leggen aan iedereen. “


CV Walden Bello

Geboren: 1945, Manilla, Filippijnen

1972 Ferdinand Marcos grijpt de macht in de Filippijnen, Walden Bello begint een leven van activisme. Na zijn studie sociologie aan de Universiteit van Princeton in de VS gaat hij door met campagnes tegen Marcos.

1979 Bello breekt in bij de Wereldbank en steelt vertrouwelijke documenten, het basismateriaal voor Development Debacle (1982), waarin hij aantoont dat de Wereldbank een cruciale rol heeft gespeeld bij het steunen van Marcos. Het boek wordt een ondergrondse bestseller in de Filippijnen.

1986 Marcos wordt afgezet. Bello treedt in dienst bij de Amerikaanse organisatie FoodFirst.

1995 Medeoprichter, later directeur van Focus on the Global South, dat alternatieve scenario’s ontwikkelt voor neoliberale globalisering.

1999 Bij de WTO-top in Seattle organiseert Bello protestacties en vergaderingen. Hij wordt door de politie in elkaar geslagen en belandt in de cel. Daarna staat hij op de barricaden bij demonstraties van andersglobalisten tijdens bijeenkomsten van WTO, IMF en G8.

2003 Bello krijgt de jaarlijkse 2003 Right Livelihood Award, ofwel de alternatieve Nobelprijs, van het Zweedse parlement.

Walden Bello schreef elf boeken. Hij is momenteel als professor in de sociologie verbonden aan de Universiteit van de Filippijnen, gastdocent aan de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA), en bestuurslid van onder meer FoodFirst, het International Forum on Globalisation en het Transnational Institute (TNI).


Lees ook mijn interviews met Michael Hardt en George Monbiot over globalisering en de rol van het World Social Forum. Dit artikel maakt deel uit van mijn persoonlijke journalistieke archief over globalisering, internationale samenwerking, en sociale bewegingen in de periode 2001-2010.”


Essays van Walden Bello zijn o.a. te vinden op www.nadir.org/nadir/initiativ/agp/free/bello/


This work is licensed under CC BY-NC-SA 4.0