john verhoeven content strategie

Zimbabwe, een land op de rand van de afgrond. (Vijf blogs)

(Juni 2009, Sargasso/OnzeWereld)

VOORAF: In juni 2009 ging ik een week op pad in Zimbabwe, in het kielzog van FNV-voorzitter Agnes Jongerius en een delegatie van FNV Mondiaal. We gingen op bezoek bij enkele bevriende vakbonden en trokken door het land, ik als journalist ‘undercover’ bij de vakbondsdelegatie. Voor OnzeWereld maakte ik een reportage (zie elders in dit archief) en voor de website Sargasso schreef vijf dagelijkse blogs. Ze volgen hierbij. PS: in die jaren schreven we nog over ‘blanken’. Ik heb die term gehandhaafd. (JV, 2025)


Oefening in geweld

(25 juni).

Op pagina 3 van The Star staat in de maandagkrant van 22 juni een welwillend verslagje van de voetbalwedstrijd tussen Brazilië en Italië in de Confederations Cup, dezer dagen in Zuid-Afrika. Het was een prachtige pot, lezen we, al blijft het een beetje raden naar de einduitslag; want die wordt niet genoemd. (het werd, geloof ik, 3-1).

De Confederations Cup is eigenlijk geen echt voetbaltoernooi, maar een soort generale repetitie met publiek. Het spektakel dient maar één doel: het is een gigantische oefening voor de wereldkampioenschappen voetbal die hier volgend jaar worden gehouden.

Volgend jaar worden een miljoen supporters verwacht, nu zijn het er nog een stuk minder. Maar dat maakt de straatbandieten hier niets uit, ook voor hen is het een generale repetitie. En dus heeft The Star van maandag 22 juni op haar voorpagina, naast een enorme foto van zingende Braziliaanse supporters, een stevig artikel over overvallen, inbraken en straatdiefstal. Tientallen supporters blijken overvallen, sommigen zelfs in hun gehuurde huisje, zoals een ongelukkige Duitser in Johannesburg. Anderen kregen zomaar een pistool op de neus. Daar zijn voetbalsupporters niet aan gewend, net zo min trouwens als de Britten die zondag in Durban een rugbymatch bijwoonden tussen hun eigen Lions en de Zuid-Afrikaanse Springboks.

Straks rijdt hier ook een oranje karavaan door het land, een blije bedevaart van supporters van Oranje. Verreweg de meeste beschikbare campers in dit land zijn nu al geboekt door de organisatie. Over de veiligheid van deze supporters doen Nederlandse officials en de FIFA nogal luchtig. Maar Jan Willem van der Pol niet.
“Dat wordt straks een immens probleem”, voorspelt Jan Willem, een rijzige, kale man met een jongensgezicht die er helemaal niet uitziet als de politiebeambte die hij toch echt is. Jan Willem is hoofdbestuurder van de Nederlandse Politiebond en maakt van de tussenstop in Johannesburg gebruik om zijn collega’s van de Zuid-Afrikaanse politiebond te ontmoeten. Ze zijn blij elkaar te zien, het gaat goed met de bond, die nog dateert uit de tijden van de apartheid en toen als illegale bond al steun kreeg van de Nederlanders. Nu is de die bond, de POPCRU, ruim 130.000 man sterk en zó succesvol (lees: machtig) dat zelfs blanken er lid van worden. Dat lijkt me een bewijs van kwaliteit, als ik dat zo mag zeggen.


De superboeren van Zimbabwe

(25 juni)

De laatste vuvuzela van heel Johannesburg is knalblauw, kostte ‘maar veertien euro’ en zit nu in de rode rugzak van Jan Willem. De toeter is nu al beroemd dankzij de irritante zoem die de commentaren bij de voetbalwedstrijden van de Confederations Cup vrijwel onverstaanbaar maken.

Jan Willem noemt zich hier, maar half bij wijze van grap, de bodyguard van Agnes Jongerius, voorzitter van de vakcentrale FNV. Met haar en met Bianca Teeling, eerste voorlichter van FNV en Agnes, reizen we als delegatie naar Zimbabwe, het land van Robert Mugabe. Gesloten voor journalisten, en diep vervallen in ellende met een munt, de Zimbabwaanse dollar, die niets meer waard is, bedrijven die vertrekken, mensen die honger lijden, blanke boeren die van hun boerderijen en plantages worden gejaagd en van vakbonden, die leden hebben die geen baan meer hebben of de contributie niet meer kunnen betalen. Interessant. We gaan er praten met de grootste bond ZCTU, met LEDRIZ, met GAPWUZ. Afkortingen die mij nu nog even helemaal niets zeggen.

Fans van de Springboks

Het kleine vliegtuig van Johannesburg naar Harare zit die ochtend propvol goedgemutste, uit de kluiten gewassen, blonde kerels met korte broeken boven harige bruine benen, met rechte kaken in vriendelijke, om niet te zeggen zachtaardige, roodverbrande koppen. Het zijn fans van de Springboks, blanke boeren, op de weg terug naar Zimbabwe, het land waar ze vandaag komen. Ik zit naast Arthur, een gevorderde vijftiger met het soort postuur dat je armruimte nogal beperkt.

Hij was de grootste melkveehouder van het land, zegt hij zonder spoor van trots of opschepperij, meer als een feitelijk statement. Negenhonderd koeien, Frisian Holsteins, 36.000 liter melk per dag. En 2500 acres onder irrigatie. (later zie ik de enorme machines waarmee dat gebeurt, dan pas begrijp ik de omvang van die constatering.)

In 2002 werd het eerste stuk van zijn boerderij bezet door zwarte boeren-in-spe die, aangespoord door Mugabes landhervormingen, hun deel van de Zimbabwaanse droom opeisten. Arthur, geboren en getogen in dit land, vocht en verloor. Drie jaar later moest hij het laatste restje opgeven. Nu wonen en werken ongeveer 19 zwarte families op de boerderij die hij in veertig jaar tijd had opgebouwd. In de drukste tijd van het seizoen gaf Arthur 4500 landarbeiders werk. Hij is er nooit meer gaan kijken, maar hij weet dat een groot deel ervan inmiddels is vervallen, de opbrengsten zijn gekelderd. Het heeft hem zwaar aangepakt, zegt hij, uit eigen beweging. “Als je ergens veertig jaar aan bouwt en het wordt je zo afgenomen, en het gaat vervolgens ook nog de vernieling in, dan kun je dat niet zomaar accepteren”.

Nu verdient hij zijn geld in Harare, ergens op een kantoor. Van negen tot vijf, en elk weekeinde vrij. Uit Zimbabwe vertrekken zal hij niet. “Ik ben hier geboren en getogen”, zegt hij. “Dit is mijn land.”
Arthur is de eerste blanke verdreven boer die ik deze week tref. Hij is toevallig ook de eerste man die ik ooit al tijdens het opstijgen snurkend in slaap heb zien vallen.


Tsvangirai verwachtte de aanslag

(26 juni)  

Hoe gaat het nu in Zimbabwe?
Lastige vraag. De ene dag spreek ik een consultant, een deskundige zonder politieke relaties. Hij is lovend over de nieuwe regering, alles gaat nu step by step de goede kant op, nee, deze revolutie is niet meer te stoppen. Het andere moment spreek ik met een lokale medicus die hier al zijn hele leven woont en die diep teleurgesteld is in Tsvangirai en zijn MDC. Zijn mensen hebben zich laten inpakken, laten overweldigen door de immense problematiek van een groot, bankroet land dat wordt geregeerd door een keiharde, gewelddadige, niets ontziende politiestaat, een macht die haar tentakels tot in de diepste haarvaten van de samenleving heeft. Hij ziet de komende jaren geen oplossing.

De regering van Mugabe en Tsvangirai heette bij het begin, juni vorig jaar, nog de regering van eenheid (Unity), maar dat bleek al snel en onmogelijke naam voor de wijze waarop de ZANU-PF (van Mugabe) en de MDC van Tsvangirai met elkaar omgingen. Nu heet het de ‘inclusieve regering’.

Er bestaat geen vrije pers. Het leger en de politie zijn, net als alle instellingen in dit land, bijna dertig jaar volledig gedomineerd door de partij van Mugabe. Overal zitten partijmensen die de belangen van ZANU behartigen, in de kerken net zo goed als veel vakbonden. Er is een ZANU-militie, een knokploeg, met 40.000 leden, meest jonge mannen die maandelijks honderd Amerikaanse dollars salaris krijgen om tegenstanders van Mugabe aan te pakken. En dan zijn er altijd nog de legerleiders, de gewone politie, de geheime politie, ga zo maar door. Bij elk gesprek dat we deze week hebben zitten mensen aan tafel die de littekens op hun lichaam kunnen laten zien van de kloppartijen die ze hebben gehad. Vaak kennen deze de namen van de daders, die hen de volgende keer weer vriendelijk groeten.

Tsvangirai is de draad kwijt

De MDC van Morgan Tsvangirai heeft daar nog niets aan kunnen veranderen. Ik spreek iemand die Tsvangirai al vele jaren van heel nabij meemaakt. Het beeld wat hij schetst is schokkend.

“T. is veel vrienden en adviseurs kwijtgeraakt”, zeg hij. “Nu krijgt hij verschillende adviezen van de Amerikanen, de Europeanen, de Britten, de Afrikaanse buurlanden. Hij is de draad kwijt, is ook niet een heel intelligente vent, en zeker geen groot strateeg.”
T. heeft zich laten inpalmen door Mugabe, voor wie hij een diepe en niet meer zo heimelijke bewondering koestert, T. heeft nu een prachtig huis in de duurste wijk van Harare, en rijdt een mooie Mercedes. T. bagatelliseert het geweld tegen critici en burgers, hij steunt de voortgaande uitzettingen van blanke boeren waarmee het laatste restje landbouwproductiviteit uit het land verdwijnt.’

Iedereen van de MDC is doodsbang

Maar vooral Tsvangirai is doodsbang. Iedereen van de MDC is doodsbang. T. werd slachtoffer van een vreemd auto-ongeluk, een frontale aanrijding met een vrachtwagen, die zijn vrouw het leven kostte. Bij het bericht van de dood van zijn vrouw zei hij tegen mijn gesprekspartner: “I was expecting this”. Enkele uren later was zijn officiële reactie dat het een ongeluk was. En minister van Financiën Tendai Biti in het ziekenhuis na de aanslag, zo bleek en trilde als een rietje, dat een verpleegster hem moest troosten. Biti zei: “I’m so scared”.

Omstreek die week verdronk ook T.’s kleinkind onder verdachte omstandigheden. Sindsdien zijn nog minstens tien aanslagen gepleegd op naaste aanhangers en sleutelpersonen in de MDC. Zegt men. Maar in een land waar de partij van Mugabe al zo lang alle instituties beheerst, is het onderscheid tussen rumoer, gerucht, waarheid en propaganda niet meer te maken. Iedereen heeft daar last van. Ik na een paar dagen ook.


Een heel land werkloos

(26 juni)

In Zimbabwe bedraagt de werkloosheid 95 procent. Slechts vijf procent van de arbeidzame mensen heeft een baan. En de rest?

Die probeert zijn kostje bij elkaar te scharrelen in de informele economie: straatverkoop, handeltjes, bedelen, klusjes opknappen.
Wat doet een vakbond in een land waar bijna niemand een echte werkgever heeft? Precies, je richt een vakbond op voor de informele economie. Die dateert nu al van 2002 en heeft inmiddels ongeveer 2,5 miljoen leden. Iemand van de bond schat dat het er misschien wel vijf miljoen zijn. Het exacte aantal is niet bekend. De leden zijn geregistreerd maar dat betekent niet dat ze ook contributie betalen. Bijna niemand heeft daar geld voor.

In het kantoor van de ZCTU, de Zimbabwe Congress of Trade Unions, de evenknie van de FNV, zijn de wanden van onbehandeld multiplex, het soort waarmee in Nederland leegstaande panden worden dichtgetimmerd. Om op de vierde verdieping te komen gebruiken we de trap, de lift is al tijden niet meer in gebruik. Misschien maar beter ook, want de elektriciteit valt dagelijks uren uit. Tot voor een jaartje gebeurde dat op vaste tijdstippen, maar tegenwoordig is er geen peil op te trekken.

Aan elkaar geschoven houten tafels staan kannen water, en emaillen schalen droge koekjes. De sfeer is een beetje mat, de verhalen niet vrolijk. Sinds de invoering van de dollar als betaalmiddel krijgen de weinige mensen met een baan maandelijks honderd Amerikaanse dollars, een soort uitkering. Normaal houdt de werkgever hier een klein deel van in dat rechtstreeks naar de vakbond gaat, de contributie. Dat gebeurt nu niet meer. En dus zitten de bonden op zwart zaad. Tegenover ons zitten mannen en vrouwen die herhaaldelijk in elkaar zijn geslagen, bedreigd, onder druk gezet. Dat heeft jarenlang geduurd, dat hebben ze overleefd. Maar nu de nieuwe regering met Morgan Tsvangirai niet de gehoopte verbetering heeft gebracht, is de sfeer mat, lusteloos.

Tegen vijven wordt het donkerder, er is geen verlichting in de vakbondsruimte, alleen de noodlamp uit de gang schijnt naar binnen. We gaan de vier trappen weer naar beneden, de matheid kleeft nu ook een beetje aan mij.


Het land van de greenback

(27 juni)

Voor het eerst ben ik in een ‘gedollariseerd’ land. Zimbabwe heeft op 14 april officieel de Amerikaanse dollar als wettig betaalmiddel ingevoerd. Met de eigen munteenheid, de Zimbabwaanse dollar, is niets meer te koop.

Een noodgreep, maar onvermijdelijk toen de Zimbabwaanse dollar inflatiepercentages van enkele duizenden procenten per dag ging scoren, volgens mij een nieuw wereldrecord dat nog wel even stand zal houden.

Ik zie dat Tapiwa Zivira, en rustige jongen van de landarbeidersbond GAPWUZ, een kreukloos briefje van 50 triljoen Zimbabwaanse dollar gebruikt als boekenlegger in de dikke Engelstalige pocket die hij tijdens de rit met het vakbondsbusje naar Nyanga probeert te lezen. Een 5 met zoveel nullen dat ik duizelig wordt als ik ze probeer te tellen, terwijl we over de hobbelige tweebaans asfaltweg rijden. De chauffeur moet soms flink manoeuvreren tussen de gaten in de weg, maar dit is de beste weg van het land.

In de nieuwe SPAR-winkel bij het koloniale hotel Bronte in Harare is goed te zien wat dollarisering voor de mensen betekent. De winkel ligt vol mooie spulletjes, een Nederlandse supermarkt zou er zich niet voor schamen. Maar alles is geprijsd in Amerikaanse dollars. Zoveel mogelijk in ronde getallen, want wisselgeld en muntjes zijn schaars, zeker buiten de hoofdstad. Daar verkopen straatverkopers hun groenten en fruit voor hele dollars, maar daar krijg je dan wel een enorme stapel tomaten voor of een flinke baal sinaasappelen.

De Zimdollar bestaat niet meer

In de eerste dagen denk ik nog dat er in Zimbabwe twee economieën bestaan: eentje met dollars (waarmee je alles kunt kopen) en eentje voor de lokale munt, de waardeloze Zimdollar waarmee je dan de overheidsdiensten betaalt, school, ziekenhuis, openbaar vervoer. Een beetje zoals in het voormalige Oostblok. Maar dat is een vergissing, de Zimdollar bestaat helemaal niet meer. “zouden we ook ergens Zimdollars kunnen krijgen voor onze dollars?” vraagt iemand van de FNV-delegatie, uit nieuwsgierigheid, aan wat lokale vakbondsleden. Een bulderend gelach is haar deel.

De landarbeiders die we gisteren spraken op een boerderij even buiten Harare, maakt het allemaal weinig uit. Met hun oude dollars konden ze niet leven, met de nieuwe evenmin. Gertrude, een oudere dame van de landarbeidersbond, komt voor de mensen haar verhaal doen. Ze heeft populaire geschenkjes mee om haar pad te plaveien: maandverband. De groen met blauwe pakjes Feelsure worden gretig aangepakt door de vrouwen die zich onder een boompje hebben verzameld vlakbij een leeg gebouwtje dat ooit als school diende. Dan kan het gesprek beginnen.

(SLOT)


Dit artikel maakt deel uit van mijn persoonlijke journalistieke archief over globalisering, internationale samenwerking, en sociale bewegingen in de periode 2001-2010. Ik schreef ook een reportage voor OnzeWereld over mijn bezoek aan Zimbabwe, in het kielzog van FNV-voorzitter Agnes Jongerius. Dat verhaal vindt je hier.


This work is licensed under CC BY-NC 4.0